Decennialang was dat verdomde lichaam onderhoudsarm, een prettig lichaam | column

Erna Straatsma

Er zijn momenten dat je van dat verdomde lichaam af wilt. Maar goed, dan ben je dus dood.

Decennialang was dat lichaam onderhoudsarm. Je had er geen omkijken naar. Het functioneerde naar behoren. Het was een prettig lichaam, al realiseerde je je dat zelden.

Je had dat lichaam om te doen wat je wilde. Sporten, drinken, werken, vakantie vieren. Je kon alles met dat lichaam.

Drie keer per week hardlopen en verspringen op de atletiekbaan. Spierpijn en vermoeidheid behoorden tot de oogst, maar deerden je niet. Stilstand is achteruitgang, was het motto van de trainer.

Verre reizen maken naar alle windhoeken van de wereld. Herinner je je de beklimming van de vierduizend meter hoge Mount Cameroon nog? Beneden was de broeierige jungle, boven stond je bij min twee graden op de rand van een vulkaankrater in de wolken. Prachtig was dat, al deed elke vezel van je lijf pijn na de afdaling. Je moest er twee dagen van bijkomen.

Je had een seksleven. Soms goed, soms slecht, maar je had het. Je lichaam schonk je genot.

Er waren soms beschadigingen, dat wel. Kapotte knieën toen je een kleuter was, een gebroken arm bij het beklimmen van een berg met je ouders, een ongelukkige valpartij door dronkenschap in je tienertijd.

Littekens liep je op. Als baby al, toen een stuk darm door je buikvlies stulpte. De chirurg heelde de navelbreuk. Aan het eind van de lagere school had de specialist weer zijn mes nodig, ditmaal om je linkerhiel open te snijden. Daar zat een botontsteking die gevaarlijk woekerde. De stuitligging van je zoon leverde je een keizersnee boven je schaambeen op. Kanker maakte van je linkerborst een lachwekkend geheel.

Maar goed, het was maar een lichaam, dacht je steeds. Je kon er mee door.

Je haalde je genot wel uit andere dingen. Boeken, films, kunst en natuur. Je zintuigen waren niet aangetast. Je rook vers gemaaid gras, je zag egels in je tuin en prachtige avondluchten in het westen. Je genoot van muziek. Dat was er allemaal nog.

Al kwam de gedachte steeds vaker in je op dat je niet meer was dan een chemisch fabriekje. Bestaande uit cellen die zorgden voor botten, bloed en organen. Cellen die over het algemeen goed werk verrichtten, maar op enig moment fouten begonnen te maken. De fouten begonnen zich op te stapelen. De weg naar het faillissement opende zich.

Je hebt geen lichaam, je bent dat lichaam.

Verslaggeefster Erna Straatsma (1963), werkzaam bij deze krant, heeft uitgezaaide borstkanker. Ze vertelt over haar leven als patiënte in het kankercircuit, ofwel Vak K.

Net binnen