Schaken: een van de weinige genderneutrale sporten van de wereld en vrijwel geen vrouw die het speelt | column

© Foto Richard Stekelenburg

Richard Stekelenburg

Terwijl duizenden zeesterren zich op het strand van Wijk aan Zee verzamelen om daar nooit meer weg te zullen kunnen komen, is het dorp in de ban van het schaken.

Ademloos wordt toegekeken hoe veertien grootmeesters elkaar uur voor uur, zet voor zet zwijgend bestrijden boven een bord met 64 vakjes. Schaken moet een van de meest intrigerende en saaiste sporten ter wereld zijn. Intrigerend, omdat er een nagenoeg onnavolgbaar denkwerk achter al die zetten schuil gaat.

En oersaai, omdat je – alle beschouwingen ten spijt - de feitelijke sportieve prestatie helemaal niet kan zien. Die heeft immers plaats onder schedeldaken. Zelfs curling is wat dat betreft een aantrekkelijker kijksport.

Schaken is een van de weinige genderneutrale sporten van de wereld. Dat verdient een diepe buiging, zij het dat vrouwen niet schaken. Of, laat me dat nuanceren: weinig. Hoe weinig? De wereld telt ruim 1.600 schaakgrootmeesters en daarvan zijn er 39 vrouw.

De beroemdste zit niet eens bij die 39, al is ze stukken bekender dan pak ‘m beet Erwin l’Ami (Wie? De kersverse Nederlandse kampioen...). Ik heb het uiteraard over Beth Harmon. Maar dat is dan weer een fictief personage uit de Netflix-serie The Queen’s Gambit. Op het Masterstoernooi van Tata Steel Chess kom je dit jaar geen enkele vrouw tegen.

Wat dat gapende gat tussen mannen en vrouwen in deze sport veroorzaakt? Wie het weet mag het zeggen. Aan de rol die de dame toebedeeld is, kan het niet liggen. Bij haar vergeleken is de koning een strompelende sukkel.

Het is toch die saaiheid, denk ik. Ik kijk ondertussen naar duizenden bewegingsloze, stervende sterren in het zand. Het is een verdrietig beeld en er gebeurt eigenlijk niets, maar ik kan niet stoppen met kijken.

Net binnen