Oekraïne is nog altijd onmisbaar in de Europese distributie van aardgas

Oekraïne werkte in de jaren ’60 hard aan de aanleg van een groot gasnetwerk. Nog altijd is het de draaischijf voor gasdistributie in Europa.

Wilfred Simons

Anders dan Duitsland, Hongarije en Italië heeft Oekraïne geen Russisch aardgas nodig. Het is zelf een gasland - één van de eerste ter wereld zelfs, waar de grote steden al in het midden van de jaren ’60 op een goed werkend gasnetwerk waren aangesloten.

Gasland of niet, de Oekraïners zitten deze winter in de kou. Ze zijn - net als wij - slachtoffers van de energieoorlog die Vladimir Poetin met het Westen voert. Het meeste gas voor binnenlands gebruik moet uit de Donbas komen, waar gasvelden te vinden zijn waarbij Slochteren verbleekt. In opdracht van de Russische president hebben de separatistenleiders in de oblasten Loehansk en Donetsk de Sojoez-pijpleiding naar de rest van het land afgesloten, waardoor de Oekraïeners afhankelijk zijn gemaakt van Russisch gas.

Oekraïne is een knooppunt voor de toevoer van aardgas van Rusland naar Midden- en West-Europa. Dat is geen toeval, maar de uitkomst van een meer dan honderdjarige historische ontwikkeling. Aan het einde van de 19de eeuw ontdekte de Poolse olie-industrieel Stanislav Szczepanowski (1846-1900) dat er in de regio Galicië (tussen Polen en Oekraïne) grote olievoorraden voorkwamen.

Hij begon in 1881 met het oppompen van olie in de omgeving van het stadje Boryslav. Al snel kwamen de olie-exploitanten erachter dat ook aardgas - eerder beschouwd als een bijproduct, dat werd afgefakkeld - een waardevolle energiedrager kon zijn. Als één van de eerste streken in Europa kon Galicië in 1912 pochen op een gaspijpleiding. Hij was 12 kilometer lang en vervoerde gas van Boryslav naar het nabijgelegen plaatsje Drohobytsj.

Van daaruit ging het gestaag verder, legt conservator Kaarten en Atlassen Martijn Storms van de Leidse Universiteitsbibliotheek uit in zijn monumentale, nieuw verschenen koffietafelboek ’Kaarten die geschiedenis schreven. 1000 jaar wereldgeschiedenis in 100 oude kaarten’. In 1924 kwam, ook in Galicië, het Dasjava-gasveld in gebruik, waarna het aantal pijpleidingen snel groeide. „Het gas uit Galicië werd in de decennia daarna opgenomen in het overkoepelende gasdistributiesysteem voor de hele Sovjet-Unie”, schrijft Storms in het hoofdstuk ’1967 - Gas uit een grensland. Oekraïense energie voor de Sovjet-Unie’.

(Tekst gaat door onder de foto)

Martijn Storms bij een kaatentoonstelling Volkenkunde© Taco van der Eb

De Leidse UB bezit een indrukwekkende kaartenverzameling. De kern hiervan is in de 19de eeuw gelegd door de maniakale Leidse kaartenliefhebber Johannes Tiberius Bodel Nijenhuis (1797-1872), die naar hedendaagse maatstaven misschien eerder een ’hoarder’ genoemd kan worden. Regelmatig krijgt Storms donaties, waarmee hij de rijke universiteitsverzameling verder aanvult.

De gaskaart van Oekraïne (hierboven) uit 1968 is afkomstig uit de collectie van de Leids-Dordrechtse verzamelaars John Steegh en Harrie Theunissen, die in veertig jaar tijd zo’n 2.300 atlassen en reisgidsen en 17.000 losse kaarten verzamelden. Zij doneerden hun collectie een klein jaar geleden aan de UB Leiden.

Werkdocument

De kaart wekt volgens Storms de ’indruk van een werkdocument’, vermoedelijk van Oekraïense ingenieurs of planners. De rode stippen duiden steden aan die al op het gasnetwerk waren aangesloten. Sommige, zoals Charkov en Donetsk, zijn blauw omrand, wat betekent dat ze ook aansluitingen hadden voor industrieel gas. Gele cirkels duiden steden aan die waren aangewezen op vloeibaar gas, zoals Simferopol en Sebastopol op de Krim. Die hadden in 1968 geen aansluiting op het gasleidingennetwerk. Ze moesten met tankwagens worden bevoorraad.

De rode lijnen zijn gaspijpleidingen. Het netwerk was in de jaren ’60 nog volop in aanbouw, zoals blijkt uit de vele rode stippellijnen. Veelbelovende gasvelden zijn met groen potlood ingetekend. Het schematische gebruiksdoel van de kaart blijkt ook uit de aanvullingen, die de planner met (kleur)potlood en met een blauwe pen heeft bijgetekend. Storms heeft niet kunnen achterhalen wie die eigenaar geweest kan zijn.

Uiterst rechts op de kaart is de aardgassnelweg Stavropol-Moskou te zien. Aan die dubbele gaspijplijn was de Sovjet-Unie direct na de Tweede Wereldoorlog begonnen, na de vondst van gas in dit zuidelijke deel van Rusland.

Oekraïne heeft heden ten dage voor bijna 39.000 kilometer gaspijpleidingen lopen, met verbindingen naar zowel West-Europa als naar Rusland. In de Sovjettijd was het land een belangrijke gasleverancier aan Rusland. Dat is na de onafhankelijkheid in 1992 veranderd. Rusland heeft de aardgasproductie flink kunnen opvoeren, vooral door de ingebruikname van gasvelden Yamal en Novi Oerengoj in Noord-Siberië.

De olie- en gasproductie in Galicië stelt, zo’n 125 jaar nadat daarmee werd begonnen, niet veel meer voor. Maar de infrastructuur die toen werd aangelegd, is nog altijd van cruciaal belang voor de doorvoer van gas naar Hongarije, Slowakije, Tsjechië, Slovenië, Oostenrijk, Italië en Duitsland. Voor de export naar Europa is Rusland - na de explosie van Nordstream I en II meer dan ooit - aangewezen op Oekraïne als gasrotonde.

De Sojoez-pijpleiding, die door het separatistengebied loopt, is sinds 2014 afgesloten. Door de Soedzja-leiding transporteert Rusland dagelijks nog ruim 42 miljoen kubieke meter naar Europa. Dat is midden in een oorlog een bijzondere gedachte. Het tekent de houdgreep waarin de EU-landen, Oekraïne en Rusland elkaar nog steeds houden. Rusland heeft de inkomsten uit verkoop van gas hard nodig om de oorlogsinspanning te kunnen volhouden.

Tegelijkertijd bemoeilijken de gasleveranties Poetins pogingen om Europa met energie te chanteren. Ook Oekraïne verdient aan de doorvoerrechten: 6,8 miljard euro over de komende vijf jaar, maar de Russische gasgigant Gazprom weigert om dat bedrag te betalen.

Boek

Martijn Storms (ed), Kaarten die geschiedenis schreven. 1000 jaar wereldgeschiedenis in 100 oude kaarten. Uitg. Lannoo, Tielt. ISBN 9789401485296. Prijs 59,00 euro.

Net binnen