Het Haarlemse begin van Thierry Baudets klassieke tragedie: I’m doing it my way

Thierry Baudet staat de pers te woord nadat hij gesproken heeft met informateur Mariette Hamer.

Thierry Baudet staat de pers te woord nadat hij gesproken heeft met informateur Mariette Hamer.© Foto ANP/LEX VAN LIESHOUT

Jannie Schipper
Heemstede

Thierry Baudet (39) werd geboren in Heemstede, ging naar school in Haarlem en studeerde in Amsterdam. In Leiden schreef hij zijn proefschrift. Hoe hebben zijn jonge jaren de meest controversiële politicus van het land gevormd?

Datum: 1 juni 2000, tijdstip: 0:00 uur, plaats: Rome. In een stampvolle bus, overhellend in de bochten tussen Piazza Navona en treinstation Termini, moest het gebeuren. Thierry Baudet had geld ingezameld onder zijn klasgenoten en overhandigde zijn jarige docent Nederlands Erik Baronner een pen die hij op een vrije middag bij het Vaticaans museum had gekocht. „Toen hij vervolgens een verjaardagslied inzette, ontstond een gestamp in de bus waardoor we bijna omvielen”, vertelt Baronner, inmiddels gepensioneerd, aan de grote houten tafel in zijn Haarlemse woonkamer. 22 jaar later heeft Baronner de pen - een replica van de pen waarmee de paus zijn bullen zou hebben ondertekend - nog altijd op zijn bureau liggen. „Het is mijn smaak niet, maar het is een heel fijne pen.”

© Foto Noord-Hollands Archief, collectie Fotopersbureau De Boer

Thierry’s oud-docenten van het Stedelijk Gymnasium in Haarlem verbazen zich over de beschrijving die Thierry publiekelijk van zijn middelbareschooltijd geeft. Hij zou zich er enorm hebben verveeld, zijn klasgenoten waren ’dom’ en ’gemeen’, de meeste lessen ’dodelijk saai’. „Kennelijk heeft hij de behoefte nu met dedain over die tijd te spreken”, zegt Jan Krimp, toen docent klassieke talen. „Maar hij was toen gewoon positief, hij deed actief aan alles mee.” Krimp laat een allervriendelijkst ansichtkaartje zien dat Thierry hem na zijn eindexamenjaar schreef vanaf zijn vakantieadres in Frankrijk. Ook Baronner, toen één van Thierry’s favoriete docenten, herinnert zich een ’heel aardige en beleefde jongen’. Lodewijk Wiener, auteur en destijds docent Engels: „Hij volgde aandachtig wat ik deed in de les, er was geen sprake van opstandigheid.”

Buitenbeentje

Thierry zat ook niet eenzaam in een hoekje, al werd hij door sommigen als ’buitenbeentje’ gezien. „Hij behoorde niet tot het populaire groepje, maar had wel vrienden”, zegt Baronner. „Ik ging met mensen om”, zegt Baudet daar zelf over in een telefoongesprek. Hij vertelt dat hij onlangs met een groepje schoolvrienden naar de film ’The Matrix’ ging, net als toen ze in de vierde klas van het Stedelijk zaten. „Het zijn allemaal heel leuke mensen geworden en het was een leuke avond, maar ik heb geen levenslange vriendschappen aan de middelbare school overgehouden.” Voormalige klasgenoten weigeren vrijwel zonder uitzondering verzoeken van deze krant iets over hun ervaringen met Baudet te vertellen. ’Ik wil op geen enkele wijze geassocieerd worden met (het gedachtegoed van) Thierry Baudet’, schrijft één van hen.

„Natuurlijk waren er ook leuke momenten in die schooltijd”, zegt Baudet. „Mountainbiken op Ardennenkamp, het lezen van bepaalde klassieke auteurs, Nederlandse en Franse literatuurles… Je kunt je aanpassen en meebewegen, maar mijn diepe zelf kon niet tot volledige ontplooiing komen.” Nog steeds kijkt Baudet op zijn schooltijd terug als een periode van ’onvrijheid in elke zin van het woord’. Hij komt met enige regelmaat in Haarlem, waar zijn - gescheiden - ouders allebei nog wonen, maar het is ’niet mijn favoriete omgeving’. „Ik voel het daar nog steeds. De middelmatigheid, de nuffigheid. De sfeer van burgerlijke provinciaaltjes die van alles vinden van de wereld en geloven dat zij zelf het precies doen zoals het hoort.”

Uitzonderlijk ijdel

Baudet was goed in Latijn, vertelt Krimp. Op zijn eindlijst had hij een acht. Maar meer dan een uiting van zijn liefde voor de taal was het feit dat de leider van Forum voor Democratie zijn eerste redevoering in de Tweede Kamer in een dode taal begon, een uiting van zijn verlangen om bewonderd te worden. „Hij wilde epateren”, zegt Krimp over die speech. Anderen overbluffen met zijn kennis. Volgens Baudet was zijn Latijnse introductie ’een uiting van mijn verlangen om de draak met dingen te steken’. Toch herkennen meer mensen uit zijn jeugd de neiging om zich boven anderen verheven te voelen. ’Als kinderen leuk met elkaar speelden, was Thierry degene die zei: ’Kunnen we het in godsnaam over iets intelligenters hebben?’, vertelde zijn neef Xavier Baudet vorig jaar in het Leidse universiteitsblad ’Mare’. ’Dat deed hij ook bij familieleden die gewoon aan het kletsen waren. Hij wilde het bijvoorbeeld per se hebben over Vergilius, om zijn ooms, tantes, neefjes en nichtjes laten zien dat hij veel intelligenter was.’ Niet altijd met evenveel succes; Thierry maakte volgens zijn neef foutjes wanneer hij trachtte de Romeinse dichter in het Latijn te citeren, net als toen hij later voor zijn medeparlementariërs de woorden van Cicero bewerkte.

Nietzsche en Marx

Maar Thierry wás ook slimmer, zegt Baronner. „Op cultureel vlak wist hij meer dan zijn klasgenoten. Tijdens tussenuren las hij Nietzsche en Marx op de studiezolder. Daar liep hij niet echt mee te koop, maar hij wilde wel dat het werd gewaardeerd.” „Uitzonderlijk intelligent en uitzonderlijk ijdel”, noemt diens voormalig collega Wiener de jonge Thierry. Hoewel, zo uitzonderlijk was Baudet nou ook weer niet. „Er lopen daar zoveel uitblinkertjes rond”, relativeert Baronner. „Thierry was alleen vrij vroeg met intellectuele dingen bezig. Ik had daar sympathie voor, omdat ik ook zo’n jongen was die moeilijke boeken las.” Een oude foto van een werkweek noemt Baronner ’instructief’ wat betreft Baudets houding op school. „Hier zat Thierry met mij te discussiëren, ongetwijfeld over een serieus onderwerp, terwijl zijn vriendjes en vriendinnetjes op de achtergrond het gezellig hadden.” Baudet hield van debatteren, en kreeg dan graag gelijk. „Hij wilde alles uitdiscussiëren, desnoods twee uur lang - wat natuurlijk niet kan in een klas”, zegt Baronner. Baudet deed ook mee aan de Model United Nations (MUN), een simulatie van de Verenigde Naties. „Hij nam debatten heel serieus. Met komische of onzinstellingen had hij meer moeite.”

Als gymnasiast stond Thierry al veelvuldig op het podium. Zijn muzikale talent kreeg hij mee van vader Marcel, een bekend pianist. Wanneer Lodewijk Wiener door de Wilhelminabuurt naar huis liep, zag hij door het raam Thierry oefenen op een van zijn vaders concertvleugels. Op zijn zestiende won Thierry de aanmoedigingsprijs van het Haarlems Interscholair Toernooi, een jaarlijkse creatieve competitie voor Haarlemse scholieren, met uit het hoofd gespeelde composities van Bach en Kabalevsky. (Het jaar erna kreeg hij de prijs voor sportiviteit - kennelijk kon hij wel een béétje tegen zijn verlies.)

Geen claque

Maar Thierry deed ook mee met de poëziewedstrijd, met debatcompetities en schaaktoernooien. Toen zijn school de ’Driestuiversopera’ van Bertold Brecht opvoerde in de Haarlemse Schouwburg, speelde Thierry bendelid Jacob, zijn zus Violette was ’Spelonken-Jenny’. Dirigent: muziekdocent Ed Wertwijn, de enige Stedelijk-docent die Baudet ook in latere jaren bleef steunen.

Voor Baronner is de verrassingsactie in Rome een teken dat Thierry Baudet als middelbare scholier al over enig charisma beschikte. „Hij had zijn medeleerlingen meegekregen in het verhaal en ook in het voorstel wat het cadeau moest zijn”, zegt hij. Maar een leider in de dop? Nou nee. „Ik kende hem toen als een teruggetrokken jongen, het verbaast me dat hij nu mensen achter zich kan krijgen en ze kan begeesteren. Ik denk niet dat hij dat in zijn schooltijd had durven dromen.” Jan Krimp herinnert zich evenmin dat Thierry als scholier dingen organiseerde. „Hij had geen claque om zich heen”, zegt hij. „Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij juist omdat hij er een beetje buiten viel, behoefte had om op een podium te staan. Dat is misschien een beetje gepsychologiseer, maar dat beeld is dominanter dan het beeld van een groeiende leider.”

Haarlem - Jan Krimp die in het jaarboek van het Stedelijk Gymnasium bladert met daarin een foto van een jonge Thierry Baudet.

Haarlem - Jan Krimp die in het jaarboek van het Stedelijk Gymnasium bladert met daarin een foto van een jonge Thierry Baudet.© United Photos

Elitegezelschappen

In zijn studententijd zocht Baudet aansluiting bij elitegezelschappen. Hij werd lid van studentendispuut Unica, een afsplitsing van het Amsterdamsch Studenten Corps met slimme, eigenzinnige studenten die hun leden selecteerden tijdens een soort hospiteerronde. Maar al was hij dan opgenomen in dit selecte gezelschap, volgens getuigen in de biografie ’Mijn meningen zijn feiten’ van Harm Ede Botje en Mischa Cohen plaatste Baudet zichzelf ook hier buiten de groep. ’Ik trof daar in het souterrain tien mensen om een tafel, met wat kaarsen, veel humor, een bijzonder gezelschap op dezelfde golflengte’, aldus een anonieme bezoeker van Thierry’s dispuutshuis. ’Maar zodra Thierry zich bij dat gezelschap voegde, werd dat mooie groepsproces steevast verstoord.’ Ook bij de BKB Academie, waarbij getalenteerde studenten eens in de twee weken cursussen en bijeenkomsten volgden, sloot Baudet steeds net niet helemaal aan. ’Thierry had altijd een andere mening dan anderen’, herinnert jaargenote Marietje Schaake, later Europarlementariër en tegenwoordig consultant, zich in de biografie. In het lustrumboek van de BKB Academie toonde Baudet al zijn afkeer van de EU: hij noemde het ’een schande’ dat Schaake de EU steunde, immers in zijn ogen ’een voortwoekerende kanker’.

In zijn Amsterdamse en vooral Leidse tijd nam de latere Forum-voorman steeds meer een leidersrol op zich. Hij ging zijn eigen clubjes oprichten, waarin hij zijn eigen wereld kon scheppen. De belangrijkste daarvan was leesclub Winfried, genoemd naar een studentengezelschap uit de roman ’Doktor Faustus’ van Thomas Mann. Baudet nodigde allerlei sprekers uit om over literatuur te praten. Volgens bronnen in de biografie was Baudet sfeerbepalend, liet hij het overduidelijk merken als een spreker hem niet of juist wel interesseerde. „Ik zou niet weten waarom dat erg zou zijn”, reageert Baudet. „Het was toch ook míjn club?” Sander Ruijter, destijds bevriend met Baudet, kwam ook wel eens op een Winfried-avondje. „Thierry was in staat om nationaal en internationaal relevante mensen te overtuigen om een praatje te komen doen. Ik denk dat die onder de indruk waren van zijn belezenheid en enthousiasme. Hij bracht mensen bij elkaar. Anderzijds was hij ook iemand met heel sterke meningen, waardoor hij mensen kon afstoten.”

Eigen clubje

Een vleugje politiek zat er al in - Baudet en Ruijter zetten in 2007 samen de website 150volksvertegenwoordigers.nl op, waarvoor ze de leden van de Tweede Kamer interviewden over hun politieke en persoonlijke interesses. „Toen wist niemand wie de nummer 30 van de VVD was, het leek ons nuttig om die Kamerleden een individueel profiel te geven”, zegt Ruijter. „Nu gebeurt dat wel meer omdat er zoveel verschillende partijen zijn. Caroline van der Plas was in het verleden misschien een backbencher bij het CDA geweest, of Sylvana Simons deel van de PvdA-fractie.” Ze maakten ook een radioprogramma voor de lokale zender Amsterdam FM, ’Per Definitie’, met onderwerpen die varieerden van een uitzending over chocola tot een interview met de Amerikaanse ambassadeur. Later zou Baudet onder meer een operaclubje opzetten, met Arie Boomsma, en een groepje dat Franse films bekeek, met Geerten Waling die hij had leren kennen bij een cursus Frans.

In 2007 begon Baudet aan een promotieonderzoek bij de vakgroep rechtsfilosofie aan de Universiteit Leiden. „Ik werkte niet voor een vakgroep, ik werkte voor Paul (Cliteur)”, corrigeert Baudet. „Ik bewonderde hem, hij steunde mij. Hij was de eerste (en enige) die ik in mijn hele leven ben tegengekomen die mij domweg mijn gang wilde laten gaan.” Baudet kwam te werken in ’het gangetje’, de om veiligheidsredenen afgesloten afdeling van de faculteit waar ook conservatieve wetenschappers als Andreas Kinneging, Frits Bolkestein en Afshin Ellian zich hadden verzameld. Als jonge, enthousiaste docent kreeg Baudet ook hier mensen mee. ’Hij was helemaal klaar om het gehele gebouw van de rechtenfaculteit eens grondig te verbouwen’, schrijft zijn toenmalig promotor Paul Cliteur op vragen van de krant. ’Op elk terrein, zal ik maar zeggen. Onze studievereniging Justus Lipsius beleefde meteen een enorme opleving in activiteiten en bezoekersaantal. Er zaten geen tien maar tweehonderd mensen in de zaal.’ Journalist Marijn Kruk, die Baudet leerde kennen toen die samen met Waling Kruks toenmalige woonplaats Parijs bezocht, herkent het beeld van de jongen die altijd actief was en van alles organiseerde. Volgens Kruk waren al die clubjes ’een vehikel voor hemzelf’.

Paul Cliteur en Thierry Baudet op een congres van FvD.

Paul Cliteur en Thierry Baudet op een congres van FvD.© Foto ANP/Robin Utrecht

Baudets écht eigen clubje kwam in 2015 met de oprichting van Forum voor Democratie, toen nog bedoeld als denktank. Zijn voormalige promotor Cliteur was een van de eersten die zich aansloot. ’Hij neemt mensen mee en stelt ze aan elkaar voor’, zei Waling in 2017 in een interview. „Wat hij nu doet met de partij heeft hij lang geoefend.” Henk Otten, toen penningmeester van de mede door hem opgerichte partij: „Thierry is heel goed in het vragen of je even wil helpen. Voor je het weet, ben je er een paar dagen in de week mee bezig.”

Met Waling en Otten, beiden vertrouwelingen van het eerste uur, zou Thierry later alsnog gebrouilleerd raken, net als met heel veel anderen. Merkte NRC in 2017 nog optimistisch op dat Baudet in tegenstelling tot Geert Wilders, die de totale controle in zijn partij wilde behouden, zich wél durfde te omringen met slimme en capabele mensen, in de tussentijd zijn al die mensen een voor een uit zijn entourage verdwenen. Steeds weer vallen mensen voor Thierry, inclusief gevestigde namen als historicus Geert Mak, met wie hij een boek schreef, hoogleraar Paul Scheffer, die Baudet als postdoc aannam, en advocaat Theo Hiddema, die hem tot begin dit jaar politiek trouw bleef. En steeds weer haken ze tenslotte teleurgesteld af.

Omslagpunt

Het lijkt erop dat veel mensen in eerste instantie niet willen of kunnen geloven dat Baudet daadwerkelijk radicale standpunten heeft.

Lange tijd was Baudet ’salonfähig’. Hij bemachtigde een column in NRC, schreef boeken, debatteerde met prominente figuren. Lodewijk Wiener zou vele jaren later zijn verbijstering over wat hij zag als de ’transformatie’ van die voorbeeldige oud-leerling uiten in een open brief. ’Where did you go wrong, man?’ De vergelijkingen die Baudet trok tussen coronamaatregelen en de jodenrepressie in de jaren dertig van de vorige eeuw, raakten Wiener als afstammeling van oorlogsslachtoffers ten diepste. De vraag blijft of het inderdaad ergens is ’misgegaan’. Is Thierry ’geradicaliseerd’ in de loop der jaren, waren zijn ideeën er al maar wilde men die niet zien, of moeten we het allemaal niet zo serieus nemen? Daarover verschillen de meningen, ook onder mensen die hem goed kennen.

In zijn middelbareschooltijd was Baudet volgens zijn docenten nog niet zo uitgesproken in zijn politieke standpunten. Baudet zou later zelf zeggen dat hij in die tijd nog ’optimistisch was’. Op zijn zestiende won hij een prijs met een futuristisch essay, waarin hij een beeld schetst van een wereld waar de mens vrij denkt te zijn maar dat niet echt is. De prijs werd uitgereikt door D66-kopstuk Jan Terlouw. „Het waren de jaren 90, dat was een heel apolitieke tijd”, zegt Baudet. „De tegenstellingen leken opgeheven, de grote ideologische veren afgeschud. Ik was wel politiek geïnteresseerd maar het kwam niet zo dichtbij.”

Als omslagpunt in zijn denken beschouwt Baudet de aanslagen van 11 september 2001, die plaatsvonden toen hij net aan zijn studie geschiedenis in Amsterdam was begonnen. „Toen werd mijn optimisme ruw verstoord.”

Volgens verschillende mensen die toen met hem omgingen, was Thierry in zijn Amsterdamse tijd veel nieuwsgieriger en opener dan later.

Baudet zegt zelf dat hij in de loop van zijn Amsterdamse jaren ’zijn eigen kompas vond’. Nadat Baudet naast zijn studie geschiedenis een vak had gevolgd over de negentiende-eeuwse rechtsfilosoof Alexis de Tocqueville bij Andreas Kinneging in Leiden en vervolgens deelnam aan de zomerschool van de conservatieve Edmund Burke Stichting, werden de bijeenkomsten bij leesclub Winfried volgens betrokkenen steeds duidelijker rechts conservatief gekleurd. „Of het ideologischer werd, weet ik niet”, zegt Baudet ontwijkend. „Ik herinner me vooral dat we veel poëzie gingen lezen.” Tegen de tijd dat hij in Leiden aan zijn proefschrift begon, had hij zijn ideologische positie in grote lijnen bepaald.

Thierry meent het wél

In zijn proefschrift ’De aanval op de natiestaat’ uit 2012 zijn al veel van Baudets latere ideeën te herkennen, zoals zijn overtuiging dat een sterke natiestaat, tegenwoordig ’ondermijnd door internationale instituten zoals de EU’, noodzakelijk is voor een goed functionerende democratie. Tom Eijsbouts, destijds hoogleraar Europees recht in Leiden, maakte bezwaar tegen Baudets promotie, rechtsfilosoof Hendrik Kaptein twijfelde aan de wetenschappelijke kwaliteit van het proefschrift en hoogleraar politieke theorie Meindert Fennema wees op slordigheden en inhoudelijke tekortkomingen. Eén van Thierry’s adviseurs was de Britse politiek filosoof John Laughland, bekend om zijn stellingname tegen de EU en sympathie voor Rusland -dezelfde Laughland die op een Forum-symposium in juli 2022 Oekraïne ’een fictie’ zou noemen. ’Zijn standpunten zijn niet veranderd’, schrijft zijn toenmalige promotor Cliteur. ’Hij is ook niet ’geradicaliseerd’, zoals mensen graag willen geloven en zich laten aanpraten door de mainstream media. Hij is dezelfde in 2022 als hij was in 2012.’ Ook Baudet zelf zegt ’geen cesuur’ in zijn ontwikkeling te zien. „Ik denk dat ik over de gehele linie enorm consistent ben geweest. Ik ben wel autonomer geworden, minder bang, minder bezig met wat anderen ervan vinden.”

Baudet speelt voortdurend met de vraag of hij het serieus meent of alleen een beetje wil provoceren. Zijn antwoord op een directe vraag: „Er zijn in menselijke communicatie zoveel variabelen, ik geloof dat menselijke communicatie nooit mathematisch een archimedisch onveranderlijk punt weergeeft.” Zo glipt hij altijd weg.

Als hij wordt beschuldigd van extreemrechtse denkbeelden, hebben mensen de ironie of de context niet begrepen, ontmoetingen met racistische denkers en retweets van antisemieten komen voort uit ’intellectuele nieuwsgierigheid’. Tijdens hun Parijs-bezoek in 2009 gingen Waling en Baudet onder meer langs bij toenmalig Front-Nationalleider Jean-Marie Le Pen. Die ontmoeting was vanaf het begin omgeven met vraagtekens: was het enthousiasme van de twee louter journalistiek geweest? Waling benadrukt dat hij nooit enige bewondering voor Le Pen heeft gevoeld.

Pas toen journalist Kruk in 2018 bezig was met een kritisch artikel over Baudet, ontdekte hij dat zijn vroegere vriend Thierry in 2012 nóg een keer bij Le Pen op bezoek was geweest, en wel om zijn proefschrift aan te bieden. „Aanbieden? Helemaal niet”, reageert Baudet. „Ik gaf het boek die zomer aan elke gek die ik tegenkwam. Ik liet het achter in elk hotel waar we verbleven, zette het op pompstations tussen de kranten.”

Sekteleider

Kruk beschrijft in dat artikel een ’jarenlang patroon van sympathie voor een denktraditie die Baudet zelf ’Romantisch nationalisme’ noemt en waarin het gaat om kleur, ras, bloed - en uiteindelijk: strijd’. ’In zijn boek ’De Aanval op de natiestaat’ uit 2012 wijst Baudet dat type denken weliswaar af, maar daarbuiten wordt hij er continu door aangetrokken - als een mot door een kaarsvlam’, schrijft Kruk. Hij waarschuwt zijn collega’s voor naïviteit: Thierry meent het wél.

Misschien is het niet in de eerste plaats Thierry’s dubieuze politieke stellingname, maar zijn persoonlijkheid die mensen aantrekt en dan des te harder weer afstoot. ’Hij trekt mensen aan en laat ze dan weer even gemakkelijk vallen’, schrijft hoogleraar Tom Eijsbouts op vragen van deze krant. Kruk zegt meteen te hebben gevoeld dat Baudet manipulatief was, al gingen ze jaren hartelijk met elkaar om. „Ik ben zelf vrij autonoom en onafhankelijk, dus ik ging daar niet in mee, maar hij probeert je mee te trekken, door je te bevestigen en dan heel hard af te wijzen”, vertelt hij. „Daar probeert hij je mee te ontregelen. Ik heb hem nooit vertrouwd.”

Thierry kan het moeilijk verkroppen als hij zelf niet het middelpunt is, of denkt te zijn. „Toen Thierry ontdekte dat hij mensen voor zich kon winnen, is dat op den duur naar zijn hoofd gestegen”, zegt Lodewijk Wiener. ’De ijdelheid is een sleutel tot zijn persoon’, schrijft Eijsbouts. ’Als collegae vroegen wij ons af: waarom zegt en schrijft hij zo openlijk onwaarheden over van alles, ook in wetenschappelijke geschriften? De verklaring is zijn grote ijdelheid. Hij kan geen weerstand bieden aan het succes van de opwinding die hij veroorzaakt. De waarheid is dan geen punt meer. Je ziet dit bij alle populisten.’

Foto Noord-Hollands Archief, collectie Fotopersbureau De Boer

Foto Noord-Hollands Archief, collectie Fotopersbureau De Boer

Columnist Chris Aalberts, die Forum al vanaf het begin volgt en zich regelmatig de woede van Baudets aanhangers op de hals haalt, ziet het patroon van een sekteleider: steeds weer een nieuw groepje aanhangers aantrekken, die dan idolaat van hem zijn, en die na verloop van tijd vervangen worden door anderen. „Er is een constante in zijn leven, dat hij er niet bij hoort, op het schild wordt gehesen, dan weer breekt met mensen”, zegt Aalberts.

Onzin, zegt Baudet. „Ik heb al sinds het begin van Forum dezelfde mensen om me heen in de kern.”

Momenteel lijkt Baudet in de Tweede Kamer een klein maar stabiel groepje vertrouwelingen te hebben verzameld. Waling, met wie Baudet brak na een kritische column van Waling in Elsevier, noemt de huidige mensen rond Baudet ’de nieuwe hofhouding’. „Zij klappen voor hem, alles gaat ter meerdere eer en glorie van Baudet.” Maar dat kan elk moment veranderen, denkt Aalberts. „Er komt een dag dat Thierry uit zijn bed stapt en dat Gideon (van Meijeren, fractiegenoot, red.) ineens een lul is. Dat heeft niet zoveel te maken met wat Gideon doet, het heeft te maken met dat Thierry zichzelf als middelpunt van het heelal ziet.” Cliteur, die tijdens de partijcrisis in 2020 uit de Eerste Kamerfractie stapte maar Thierry en de partij trouw is gebleven, ziet dit anders. ’Ik vind hem enorm weinig rancuneus’, schrijft Cliteur. ’Hij heeft zo ongeveer half Nederland aan een baantje geholpen, mensen die hem, baantje binnen, later een mes tussen de ribben hebben gestoken. Maar dat deert hem helemaal niet.’

Cicero, Caesar, Vergilius

Baudet heeft zijn eigen politieke mythe gecreëerd en is daar zelf in gaan geloven. Waling denkt dat zijn vroegere vriend ’steeds meer in een fabeltjesfuik gelopen’ is. Classicus Krimp doet het denken aan de figuren uit de Oudheid die Baudet zo graag citeert. „Thierry is ongetwijfeld een bewonderaar van Cicero. Dat was een retorisch talent en tegelijk politicus, hij heeft het hoogste bereikt wat hij kon bereiken.” Maar zijn vroegere leerling moet ook Julius Caesar bewonderd hebben. In zijn eindexamenjaar was Caesar de te vertalen schrijver. „Caesar was iemand die bijzonder productief en effectief was, maar anderszins ook enorm bloeddorstig. Hij maakte en schreef zijn eigen geschiedenis.” Krimp noemt ook nog Vergilius als mogelijk voorbeeld, de Romeinse dichter die de geschiedenis van Rome bezong in het heldendicht ’Aeneis’, omdat die ’een politieke mythe creëerde’.

Baudet kan desgevraagd niet direct klassieke rolmodellen noemen, maar wat zijn voormalig docent Latijn aanhaalt, is precies wat hij ook wil doen - zijn eigen geschiedenis schrijven. „Ik heb een wereld gebouwd. Met een partij, een oeuvre, met leden, events, met scholen binnenkort, met een bepaalde levensstijl.” Een wereld met alleen maar bewonderaars. „I’m doing it my way”, aldus Baudet. „Iedereen is van harte welkom - maar mijn leven gaat op mijn manier.”

Baudet heeft het profiel gelezen en er uitvoerig op gereageerd. Voor dit artikel is ook uitgebreid gesproken met zeventien mensen die Thierry Baudet van nabij hebben meegemaakt. Ongeveer evenveel mensen weigerden mee te werken of reageerden niet op (herhaalde) verzoeken. Enkelen leverden hun bijdrage op voorwaarde van anonimiteit. Deze krant heeft inzage gehad in essays, jaarboeken en diverse andere documenten uit de middelbareschoolperiode van Baudet. Daarnaast zijn artikelen uit het archief van het Haarlems Dagblad en andere kranten uit de jaren negentig geraadpleegd, net als talloze latere journalistieke producties met en over Baudet. De uitspraken en gebeurtenissen die afkomstig zijn uit de biografie ’Mijn meningen zijn feiten’ van journalisten Harm Ede Botje en Mischa Cohen, zijn voor zover mogelijk bij de betrokkenen geverifieerd.

Net binnen