Maak van industriegebied Tata recreatief terrein | opinie

Het Emscher Park in het Duitse Duisburg is al jaren toegankelijk voor publiek.

Het Emscher Park in het Duitse Duisburg is al jaren toegankelijk voor publiek.© Foto Hildebrand de Boer

Hildebrand P. G. de Boer

Van het industrielandschap hou ik, als ontoegankelijk productiedomein of als betreedbaar historisch universum van onze industriële revoluties. Een oud hoogoventerrein in Duisburg, dat men tegenwoordig ’park’ noemt, is een van mijn favorieten.

Natuurlijk bekoren mij ook die vele andere landschappen in Nederland, Europa of waar dan ook. Het industrielandschap evenwel blijft voor mij een bron van voortdurende fascinatie.

In ons land kun je bijvoorbeeld DSM Geleen met zijn schitterende panorama beleven uit de trein naar het oude Maastricht, en dan bij donker terug naar huis, dwars door de verlichte nafta-kraakinstallaties. Dat is toch geweldig: Limburg als onderdompeling in tegenstellingen.

Of Europoort dat elk nachtelijk duister trotseert. Rij eens van Goeree naar het noorden en zie hoe zowel de Hemel als Noordzee de glans van deze Rotterdamse kracht weerspiegelen.

Dan wel de Zaanstreek, waar eeuwenoude verindustrialiseerde nijverheid zich mengt met tal van civiele functies aan een rivier als leidraad. Weergaloos!

(Tekst gaat na de foto verder)

© Foto Mediahuis

Naast vele andere, buitenlandse industrielandschappen, hebben de Hoogovens en Staalfabrieken in de IJmond wel een heel bijzondere plek in mijn hart en geest. Daarbij is, moet ik bekennen, wel wat nostalgie in het spel. Als zesjarige zwierf ik, zestig jaar geleden, al met vader zo dicht mogelijk langs de grenzen van deze voortdurende industriële eruptie. Op zoek naar geluiden, naar vuur, rook en beroete arbeiders aan lopende banden met steenkool. Met in de verte piepende ertstreinen, diverse soorten sirenes en het opgaan van de ertsbak schuin langs een van de toen nog vijf of zes hoogovens naar boven, onderweg naar het staalinferno dat ons in het dagelijks leven zowat alles mogelijk heeft gemaakt. Met in onze ruggen steeds het tegendeel: eindeloze kustlijn, ongerept duingebied of het Noordzeekanaal dat als heldenepos Amsterdam vanaf 1876 ineens de wereld aan de voeten heeft geworpen.

Die beelden vermengen zich met de veelzijdige aandacht voor Onze Hoogovens die ooit, vanaf 1918, uit strategische noodzaak, de ongehinderde beschikbaarheid van staal konden garanderen.

Naar mijn mening geldt dat strategische belang voor Nederland onverminderd, met de daarmee verbonden deskundigheid. Dat staat op een lijn met de strategische belangen bij de geneesmiddelenproductie, de hoogwaardige textielfabricage of de voedselzekerheid door een zo gelukkig mogelijk huwelijk tussen landbouw en industrie.

De laatste drie jaar in het bijzonder, is het nationale hoogoven- en staalbedrijf - om het maar prudent uit te drukken - voorwerp van veelzijdige aandacht, met steeds vooraan in de debatten het woord ’toekomst’, alras gevolgd door de woorden ’schoner’ en ’innovatie’, met daar bovenop ’groen’ en zelfs ’herontwikkeling’.

Laat ik duidelijk worden: hopelijk slaagt de stille revolutie van innovatieve transitie naar een staalproductiebedrijf dat iedereen (weer) wil omarmen.

Waarschijnlijk leidt dit tot nieuwe of vernieuwde productiemiddelen en ruimtelijke veranderingen op het immense fabrieksterrein. Worden bijvoorbeeld de twee enorme hoogovens vervangen, doch niet gesloopt. Worden andere historische onderdelen van dit industrielandschap voor de productie overbodig, doch als monumenten behouden. Komen historische structuren in het geding, doch blijven deze herkenbaar.

(Tekst gaat verder na de foto)

© Foto Mediahuis

Vandaag verhef ik de Erfgoedstem om te bepleiten dat ook deze stem bij de te verwachten transitie naar schonere staalindustrie zal worden gehoord, tijdig, voordat zich onnodige vernietiging van erfgoedwaarden binnen dit voor Nederland unieke industrielandschap kan voltrekken.

Niet als doel op zich. In Duisburg is dertig jaar geleden al bewezen van hoeveel waarde een goed geconserveerd historisch hoogoventerrein voor de omringende, talrijke bevolking is. Dag en nacht.

Vast en zeker valt de innovatieve, ecologisch verantwoorde, staalproductie in de nabije toekomst binnen het industrielandschap van de IJmond te combineren. Met recreatieve, parkachtige, civiele herbestemming van de oude hoogovens en andere historische installaties. Daarmee wordt dit voor Nederland unieke industrielandschap openbaar toegankelijk, ten gunste van een miljoenenbevolking en ongetwijfeld vele honderdduizenden buitenlandse bezoekers.

Zorgvuldig erfgoedwaarden inventariseren en analyseren is het eerste wat nu moet gebeuren!

Meer info over de Week van de Industriecultuur 2021 op

www.industriecultuur.nl

Industriecultuur

Tijdens de Week van de Industriecultuur staan de industrielandschappen centraal. Architectuurhistoricus Hildebrand de Boer pleit voor tijdige (h)erkenning en benutting van erfgoedkwaliteiten bij Tata Steel. De Boer is Voorzitter Stichting Industriecultuur Noordzeekanaalgebied, Founding Vice-President European Route of Industrial Heritage en International Secretary Europa Nostra Industrial & Engineering Heritage Committee.

Net binnen