Vandaag op deze dag in 1920: ’Opstandige Jan’ gooit met jam besmeurde platen in de Schelde

Jan de Natris (links met sjaal) voor een wedstrijd van het Nederlands elftal.

Jan de Natris (links met sjaal) voor een wedstrijd van het Nederlands elftal.© Foto Nationaal Archief

Kees van Dalsem

In deze rubriek blikken we terug op een historische sportgebeurtenis die deze week haar ’verjaardag’ viert. Vandaag de ’Opstand aan de Schelde’ tijdens de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen.

Jan de Natris (1895-1972) was misschien wel de beste Nederlandse voetballer van de jaren twintig, maar de Amsterdammer werd ook bekend om zijn opstandige karakter. ’Jèn’, zoals hij genoemd werd, kwam uiteindelijk tot 23 interlands. Bij het publiek was hij geliefd, maar zijn medespelers en bestuurders haalde hij het bloed onder de nagels vandaan.

Ajax

De aanvaller was een echt voetbaldier: tot op hoge leeftijd moest hij zijn kunsten vertonen als hij een paar jongens met een bal bezig zag. De Natris was van eenvoudige afkomst en begon met voetballen bij het Amsterdamse Swift. Nadat hij tijdens de mobilisatie enkele Ajax-spelers had ontmoet, stapte hij over naar de keurige middenstandsclub uit de Watergraafsmeer. In Amsterdam werd de tweebenige buitenspeler populair, maar hij werd door Ajax ook twee keer weggestuurd. Het bestuur was beide keren ook zo boos dat Jan de Natris nooit meer een stap op het veld van Ajax mocht zetten, maar hij werd telkens in genade aangenomen. Voor de humeurige Jan stond het publiek op de banken.

Tennisballetje

De Natris werd ook uitgenodigd voor het Nederlands elftal. Hoewel hij bij Ajax rechtsbuiten was, speelde hij voor Oranje als linksbuiten. Door van kinds af aan met een tennisballetje ook zijn linkerbeen te oefenen, was hij op den duur net zo goed met zijn linker- als zijn rechterbeen. Hij was bovendien razendsnel, samen met Ajax-maten Frans Couton, Hein Delsen en Jan van Dort vormde hij een estafetteteam dat op de atletiekbaan verschillende prijzen won.

Bij Oranje was hij vaak een uitblinker, maar als het niet liep zoals De Natris dat wilde, dan maakte hij ruzie met zijn medespelers. Wanneer hij een slechte bal kreeg, deed hij geen stap en kon hij zijn falende teamgenoot vernietigend aankijken.

Jan Jam

Bij de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen had hij een conflict met de officials van het Nederlands olympisch comité en de voetbalbond. De ’bobo’s’, zoals Ruud Gullit ze later zou noemen, sliepen in de beste hotels in de Belgische stad, terwijl de voetballers in krakkemikkige hutten op een boot in de Schelde moesten slapen. Jan was zo boos, dat hij een collectie grammofoonplaten die de spelers van een bestuurslid mochten lenen, met jam insmeerde en in het water kieperde, om daarna te gaan stappen. De Natris hield er de bijnaam ’Jan Jam’ aan over, en werd voor het duel in de ’finale’ voor zilver tegen Spanje (3-1 verlies) buiten het team gehouden. Maar Jan werd weer in genade aangenomen en deed ook nog mee aan de Spelen van 1924.

Net binnen