Het diploma als massief einddoel bleek toch vooral een luchtspiegeling | column

Bart Wesstein

Toen ik in groep drie een etui in mijn handen kreeg gedrukt, wist ik dat er naast spelen en snottebellen ook een prestatie van mij werd verwacht. Ik moest hard gaan werken, voor een mooi papiertje. Na bijna twee decennia kwam er vorig jaar een eind aan die tocht in de woestijn. Toen bleek dat massieve einddoel toch vooral een luchtspiegeling.

En dat terwijl ik de laatste jaren van mijn educatieve leven nog een flinke eindsprint heb geleverd om dat diploma van nog wat extra glans te voorzien. Met een iets hoger gemiddelde en wat meer studiepunten zou ik mezelf beter voorbereid het arbeidsbestaan in lanceren, zo was mijn gedachte. Met het resultaat was ik dan ook behoorlijk tevreden.

Maar wat blijkt: een diploma is vooral een papiertje. Het is een entreeticket naar een functie of sector, waar dan pas het echte werk gebeurt. Op je opleiding heb je geleerd hoe de wereld in elkaar steekt, op je werk mag je aan diezelfde wereld een slinger geven in een bepaalde richting. Dat is echter geheel andere koek. Universitair (theoretisch) opgeleid worden voor een vak is als een kookboek openslaan en verwachten jezelf te ontpoppen tot chef-kok.

Echt verbaasd kan ik daar trouwens niet over zijn. Gedurende mijn tijd aan de universiteit kwam ik al legio studenten tegen die hoge cijfers hadden, maar de vaardigheden ontbeerden om effectief met een team tot besluiten te komen of duurzame contacten te leggen. Gezien het enorme gat tussen theorie en praktijk dat bij onze ’hoogst’ opgeleiden ontstaat niet geheel verwonderlijk. Daarnaast werd bij mijn eerste grote-mensen-baan mijn vrees voor de diplomafaçade bevestigd. Mijn meest doeltreffende en efficiënte collega was er een zonder ook maar een enkel diploma. Medewerkers zonder noemenswaardige vooropleiding onderhandelden en planden zich naarstig naar fantastische resultaten. Aan mijn 10 voor het vak ’Interaction between Legal Systems’ had ik op dat moment niks.

Een mooi diploma is dus geen garantie op succes. Dit is natuurlijk geen originele gedachtegang: er verschijnen met enige regelmaat artikelen over het onderwerp, zeker nu het concept van de diplomademocratie onder druk staat. Velen pleiten daarbij voor een herwaardering van praktische kennis ten opzichte van theoretische. Terecht denk ik, en dat gaat verder dan de nadruk op soft skills waar zo nu en dan een workshopje over verschijnt bij studieverenigingen of onderwijsinstellingen.

Want als theoretisch opgeleide voel ik me in het werkende leven af en toe een indringer in een wereld vol capabelen. Men is onder de indruk van een masterdiploma, maar vervolgens heb ik soms geen idee wat ik aan het doen ben op kantoor. Kennis is leuk, maar weten is nog geen doen. Nu maar hopen dat mijn volgende baan, ondanks mijn diploma, een succes wordt.

Bart Wesstein heeft net zijn studie Rechtsfilosofie voltooid en beschrijft zijn entree op de arbeidsmarkt.

Net binnen