Purpose als clichématige waarheid? | column

Bart Wesstein

Van alle kantoorjeukwoorden is purpose misschien wel tegelijkertijd de meest irritante en meest gebruikte. Nadat ik op LinkedIn drie keer op rij een post hierover voorbij zag komen, voelde ik me verplicht er me iets meer in te verdiepen. Net als met de meeste clichés bleek het irritant relevant.

Na wat onderzoek viel me ten eerste op dat men het expliciet over purpose heeft en niet over ’doel’ of ’missie’. Dit is geen staaltje van slechts wat onnodig Engels alleen. Het begrip laat zich niet zo 1,2,3 vertalen in het Nederlands omdat het meer omvat dan ’doel’ of ’missie’. Het is meer de raison d’être - de reden van het bestaan van een organisatie. Geen ad hoc beleidsrichting, maar eerder bijna een dogma waar een bepaald fingerspitzengefühl bij komt kijken waar elke medewerker zich intuïtief in moet kunnen vinden. U ziet het al: purpose is een broodnodig leenwoord om onze taal mee te verrijken.

Want zonder de purpose kunnen we niet meer. Alweer ruim een decennium geleden brak de Amerikaanse leiderschapsdeskundige Simon Sinek door met de minst sexy in beeld gebrachte TED-talk aller tijden, waarin hij uitlegt wat het onderscheidende element is van extreem succesvolle organisaties en individuen. Van de gebroeders Wright tot aan Apple schijnt dat het centrale begrip van deze column te zijn. Uiteindelijk kopen je klanten niet bij jou omdat je iets verkoopt wat zij nodig hebben – zo stelt Sinek - maar omdat jij een goede reden hebt om het te verkopen. Jouw waarom is het belangrijkste om op orde te krijgen, dan zul je succesvol zijn.

Deze zeer simpele heilige graal klonk me eerst wel heel erg eenvoudig en flitsend in de oren. Toch hoorde ik dat het op de werkvloeren op niet-ironische wijze werd gebruikt. En dat terwijl het bijbelmatig rondstrooien van buzzwords door volwassen mensen me eigenlijk vooral vrij sneu leek. Wellicht dat er toch een kern van waarheid in zit.

Want ook in de filosofie wordt een hoger doel buiten jezelf zoeken zeer vaak als de juiste route beschouwd. Op dit punt is er zelfs grote overeenstemming tussen de groten der aarde. Van Plato tot Nietzsche en van Aristoteles tot Kant komen ze met varianten op dit centrale idee vanuit ethisch oogpunt en/of voor het waarborgen van persoonlijk welzijn. Eigenlijk is het heel vanzelfsprekend dat deze logica dan ook voor het werkende leven opgaat.

Dat deze oude wijsheid taaltechnisch stolt in een jeukwoord zal wel niet te voorkomen zijn. Evenmin dat allerhande coaches en goeroes ermee aan de haal gaan. Maar het rookgordijn van bullshit moet echter niet het zicht op de kern van waarheid wegnemen. Hoe dit er in de praktijk dan uitziet? Het leven en sterven van Peter R. de Vries is er een concrete invulling van. Met Rechtvaardigheid als hoger doel was hij succesvoller dan alle anderen. Dat is pas het navolgen waard.

Bart Wesstein heeft net zijn studie Rechtsfilosofie voltooid en beschrijft zijn entree op de arbeidsmarkt.

Net binnen