Dansbond stopt #MeToo-meldingen in doofpot. ’Mijn kruis, billen en borsten werden betast, ik moest in slechts een slip en op danshakken voor de trainer dansen’

Kim Koumans.

Kim Koumans.

Marco Knippen
Amsterdam

Meldingen van jarenlange seksuele intimidatie en misbruik in het latin dance zijn door de voorzitter van de Nederlandse tak van de World Dance Council in de doofpot gestopt. Ook met een klacht over aanranding is door hem niets gedaan. Die beschuldiging uiten twee oud-dansers.

Lees ook: Aangerand buiten de spotlights. Seksuele intimidatie in de wereld van de Latin Dance

Als gevolg van beschuldigingen van aanranding en verkrachting tegen de Amerikaanse filmproducent Harvey Weinstein ontstond eind 2017 wereldwijd de #MeToo-beweging. In Nederland kwamen sindsdien schandalen naar buiten rond theateropleidingen en -gezelschappen, een castingbureau en kunstinstellingen. Vanuit de danswereld bleef het daarentegen stil, in tegenstelling tot België.

Een onderzoek naar seksisme in de danssector leidde daar tot een stroom van (anonieme) getuigenissen. Daaruit kwam Engagement voort, het collectief dat seksisme, grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik binnen de Belgische kunst- en culturele sector wil aanpakken.

In Nederland doorbreekt Kim Koumans nu het stilzwijgen. De danseres die decennialang internationaal actief was, geeft aan tijdens haar carrière seksueel geïntimideerd en misbruikt te zijn. ,,Mijn kruis, billen en borsten werden betast, ik moest in slechts een slip en op danshakken voor de trainer dansen. Op twaalfjarige leeftijd werd ik na een training voor de eerste keer op het toilet misbruikt.’’

Ze verklaart in de afgelopen drie jaar meerdere keren hierover met voorzitter Menno Hogeveen van de World Dance Council Dutch Amateur & Professional League (WDC) te hebben gesproken. Er volgde geen actie. ,,In die gesprekken leek het slechts om damage control voor de bond te draaien’’, aldus Koumans.

Haar aantijging wordt ondersteund door een geanonimiseerde ex-danser, met wie ook uitvoerig is gesproken en van wie de naam bij de redactie bekend is. Zij gaf bij Hogeveen aan onzedelijk te zijn betast, maar haar klacht werd evenmin serieus genomen. ,,Het is onder het tapijt geveegd.’’

Koumans stapte in februari 2018 met haar verhaal naar de zedenpolitie. Het bleef destijds bij een melding. Dit voorjaar bracht zij het Centrum Veilige Sport Nederland, het meldpunt van sportkoepel NOC NSF, op de hoogte. Ook sprak zij, informeel, met een politiek adviseur van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en enkele Tweede Kamerleden.

Het Centrum Veilige Sport informeerde de twee bij het latin dance in Nederland betrokken bonden: naast de WDC ook de Nederlandse Algemene Danssport Bond (NADB), de bij NOC NSF aangesloten federatie waarbinnen zich volgens getuigenissen ook wanpraktijken hebben voorgedaan.

Vanuit de NADB volgde een naar de meldster doorgestuurde reactie per e-mail waarin de afschuw werd uitgesproken en werd aangegeven dat ’we altijd openstaan voor een gesprek’. De WDC liet niets van zich horen.

Hogeveen ontkende in een eerste gesprek dat hij meldingen of signalen had gekregen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Na het ter inzage krijgen van dit artikel komt hij daarop terug, maar zegt hij geen actie te hebben ondernomen omdat Koumans geen namen van plegers wilde geven. „Ik heb tegen haar gezegd: ’Help me alsjeblieft. Je moet dan ook iemand (plegers, red.) aanwijzen. Dat kan ik niet, zei ze’.”

In een schriftelijke reactie laat het WDC-bestuur (dat ook namens de Nederlandse Bond van Dansleraren reageert) daarentegen weten dat ’de heer Hogeveen een indringend gesprek heeft gevoerd met de door mevrouw Koumans genoemde beschuldigden, waarin de aantijgingen ten stelligste werden ontkend’. Koumans: „De telkens veranderende versies, de ene verdraaiing na de andere, is precies de reden waarom ik me als slachtoffer nu al jarenlang geïntimideerd en onveilig voel. Die tegenstrijdigheden laten zien dat niet de waarheid wordt gesproken.”

In dezelfde reactie staat dat de WDC/NBD ’reeds enkele jaren een officiële vertrouwenspersoon kent’ en dat ’ervoor is gekozen om een vrouw te benoemen als tweede vertrouwenspersoon’. Beide vertrouwenspersonen maken deel uit van het bestuur. Die vermenging van functies is ongebruikelijk en wordt als onwenselijk gezien. Doorgaans werken (sport)organisaties met een autonome vertrouwenscontactpersoon als aanspreekpunt.

Net binnen