’Ben je gek? Er zijn al zo weinig parkeerplekken’, zegt het merendeel van de reageerders op de stelling dat caravans maar even de ruimte moeten krijgen in de straten

Al sinds jaar en dag gaan Nederlanders met de caravan op vakantie. Maar waar laat je dat ding bij terugkomst?
© Archieffoto
Hoorn

Caravans en campers die na de vakantie niet meer naar de stalling moeten maar gewoon een plekje krijgen in de straat. Het lijkt gezien de overbezette caravanstallingen misschien een goed idee, maar dat is het niet, zeggen bijna alle reageerders op de stelling van vorige week.

Er zijn een paar lezers die er - onder voorwaarden - wel wat in zien. Dennis Donker uit Grootebroek vindt het parkeren van het vakantievoertuig in de straat niet zo’n probleem. „Maar’, zo zegt hij er wel bij, „dit kan alleen als er sprake is van de ’gunfactor’. Want iedereen wil voor zijn deur staan met zijn auto.”

Wilma Mandjes uit Spanbroek kijkt er wat soepeler tegenaan: „Geef iedereen die vrijheid.”

Toch zien de meeste lezers niets in het plan. „Bezint eer ge begint. Er is al een parkeertekort voor personenauto’s hier, zonder caravans en campers. En lekker sloop- en inbraakgevoelig ook, op straat stallen”, zegt Sacha Laster uit Enkhuizen.

Buiten

Niet nodig ook, laat M. Bakker uit Wijdenes weten. Zijn onderneming B & S Stallingsbedrijf heeft nog genoeg ruimte om caravans buiten te stallen, zo meldt hij.

„Als iedereen een caravan op straat parkeert, is het een grote bende en is er geen plek meer om te parkeren. Als je een caravan koopt weet je ook dat je hem moet stallen dus ga je daar naar op zoek, ook al is het soms verder weg. Ieder voordeel heeft een nadeel”, legt John van Persie (Zwaag) de verantwoordelijkheid voor het vinden van een plekje bij de sleurhut-eigenaren.

En hij is niet de enige. Jan Koning uit Nibbixwoud is het met hem eens. „Als je iets koopt moet je wel weten of je er plaats voor hebt. Een caravan gebruik je zes weken. Denk na voor je iets koopt en informeer eerst. Het kan toch niet zo zijn dat je buren in de straat zes tot negen maanden per jaar tegen een plaaggeest moeten aankijken.”

Inspanning

Piet Baas uit Hoogkarspel vindt dat caravans en campers alleen op de openbare weg horen naar en van een vakantiebestemming. „Daarna moeten de caravans op eigen erf of naar de stalling. Er is altijd wel stalling. De vraag is wat heb je daarvoor over aan inspanning en geld. Ik zou zeggen; bezint voor je aan een caravan begint.”

„Deze vraag zou je niet stellen als je ziet hoe groot de caravans en campers tegenwoordig zijn. Er zou geen ruimte meer overblijven voor personenauto’s. Dit is een luxe product en daar moet je voor betalen en niet alleen in de aanschaf. Genoeg nertsenbedrijven die nu kunnen omschakelen naar caravan- en camperhotel”, reageert A. Kreuk uit Bovenkarspel.

Tamara Weel uit Medemblik is zelf eigenaresse van een caravan. „Er is vaak al onvoldoende parkeerruimte dus geen caravans of campers in de woonwijken. Voor in- en uitpakken prima natuurlijk. Daarna naar de stalling of als dit onmogelijk is op een parkeerterrein zetten of op een door gemeente aangewezen perceel. Ik ben zelf ook bezitter van een caravan, maar vind het onzin dat deze in de straat mag blijven staan.”

„Euh, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn er (cijfers 2017) ruim 600.000 caravans en campers gekentekend. Doe daar de vouwwagentjes en andere ongekentekende vakantievoertuigen bij, dan zit je al snel op een miljoen voertuigen. We hebben in Nederland al zo weinig parkeerplaatsen. En wie wil er elf maanden van het jaar een hele straat vol met caravans en campers? Want de meeste caravans en campers worden maar een maand per jaar gebruikt”, schrijft Henk Postel uit Wervershoof.

De nieuwe stelling staat inmiddels online:

Net binnen