Sportkoepel NOC NSF en turnbond wisten al in in periode 2006-2008 van misstanden. KNGU hield eindrapport over doorlichting landelijke steunpunten achter

Arnhem

NOC NSF was al in de periode 2006-2008 van misstanden in het Nederlandse topturnen op de hoogte. Uit een onderzoek dat de sportkoepel op verzoek van de Nederlandse gymnastiekunie deed, bleek al dat er sprake was van ’onwenselijke situaties’. Het eindrapport werd nooit openbaar gemaakt door turnbond KNGU.

Lees ook: Turntrainer Gerrit Beltman geeft grensoverschrijdend gedrag toe en doet een boekje open: ’Ik was bezeten en ik was niet de enige’

Het onderzoek van NOC NSF richtte zich op de vier landelijke steunpunten van destijds, te weten die in Zoetermeer, Oldenzaal, Nijmegen en Heerenveen. Gekeken werd naar het pedagogisch trainingsklimaat en het psychologisch welzijn van turnsters in het topsportsegment. Daarvoor werd gesproken met (oud-)turnsters, hun ouders, trainers, (para)medische begeleiders en vertegenwoordigers van betrokken (LOOT-)scholen. Van elk steunpunt werd een deelrapportage opgesteld.

De (hoofd)trainers van de steunpunten, tevens aan clubs verbonden, zijn dezelfde namen als die ook nu weer naar voren komen in de beschuldigingen rondom grensoverschrijdend gedrag: Frank Louter en Patrick Kiens (beiden destijds Pro Patria in Zoetermeer), Vincent Wevers (TON Oldenzaal), Gerben Wiersma (WIK-FTC Heerenveen) en Esther Heijnen (De Hazenkamp in Nijmegen). De huidige aanklachten behelzen onder meer slaan, schoppen, uitschelden, kleineren, negeren, isoleren, het niet naleven van medische protocollen en het aanwakkeren van eetstoornissen.

Het onderzoek had plaats voordat de eerste aanklachten naar buiten kwamen, van onder anderen vier turnsters van de ’gouden generatie’ in 2011 in het blad ’Helden’: Renske Endel, Verona van de Leur, Suzanne Harmes en Gabriëlla Wammes.

Lees ook: Turnbond trof in 2016 een schikking met van grensoverschrijdend gedrag betichte Frank Louter. Oud-bondscoach werd vanwege ’reputatieschade’ voor ’een zeer substantieel bedrag’ afgekocht

Zorgen

In het (deel)rapport van februari 2007 over Oldenzaal, in het bezit van deze krant, uiten de twee onderzoekers hun zorgen over de trainingsmethode. Daaraan worden ’negatieve stemmingen’ en ’langdurige stress’ toegeschreven, met als gevaar ’dat een getalenteerd kind wordt gezien en behandeld als een object’.

Arnold Witjes – destijds bestuurslid bij TON Oldenzaal – verbaast zich erover dat het na de deelrapportages ’stil werd’. „Het eindrapport uit 2008 is nooit gepubliceerd, navraag leverde niets op”, laat hij op persoonlijke titel weten. „Het heeft de schijn dat het in de papierversnipperaar is gegaan.”

De woordvoerder van NOC NSF laat weten inhoudelijk niet te kunnen reageren. ,,Dat wij naar aanleiding van het onderzoek ondersteuning mede hebben gefinancierd zegt nog niet veel over onze rol bij het onderzoek zelf.’’

Eindverantwoordelijke

De turnbond wordt door de onderzoekers als ’eindverantwoordelijke’ voor het ongewenste klimaat aangemerkt. De KNGU zou zodoende het voortouw in de kentering dienen te nemen, om zo ’de macht van trainers tot gezag in te perken’.

Witjes – nog altijd betrokken bij de club die inmiddels naar Almelo is verhuisd – haalde topsportmanager Henk Kort van de KNGU medio 2006 over tot het onderzoek. Kort, die eind 2008 bij de bond vertrok, zag nimmer de gebundelde versie. „Naar aanleiding van de Oldenzaal-rapportage heb ik een sportpsycholoog aan hoofdtrainer Vincent Wevers gekoppeld. NOC NSF nam die kosten voor zijn rekening. Of en wat er met de bevindingen bij de andere steunpunten is gedaan, daar ben ik door de toenmalige bondsvoorzitter Frans Koffrie volledig buitengehouden. Hij bepaalde het beleid, niets gebeurde zonder zijn instemming.”

Koffrie zegt ’geen herinnering aan een onderzoek naar de steunpunten te hebben’. „De keerkleppen van het systeem maakten dat dergelijke onderzoeken niet tot het bondsbestuur doordrongen.” Hij verwijst om die reden naar Wil Uijlenbroek, destijds de portefeuillehouder topsport. Uijlenbroek laat desgevraagd weten ’de perscontacten te laten aan hen die nu verantwoordelijk zijn’.

Openbaarmaking

Witjes, die vooralsnog niet inhoudelijk op de deelrapportage wil reageren, doet een klemmend verzoek aan de KNGU om het eindverslag ’alsnog te delen met de clubbesturen en het openbaar te maken’. De bondswoordvoerster laat in een reactie weten die oproep ter harte te nemen.

Dezelfde bede doet Witjes voor het onderzoeksrapport ’Turnonkruid: gemaaid maar niet gewied’ uit 2015, dat evenmin is vrijgegeven. ,,Het is van belang dat deze twee rapporten worden ingebracht in het aangekondigde onafhankelijke onderzoek naar de turnmisstanden. Daarom roep ik de vier clubs eveneens op de deelrapportages aan te leveren.’’ NOC NSF zegt daar eveneens voorstander van te zijn. ,,Het is belangrijk dat de diverse rapporten waar de laatste tijd over gesproken wordt ter beschikking komen voor het onafhankelijk onderzoek’’, aldus de zegsman. ,,Dan is het ook mogelijk om uit het beleid en de maatregelen van de afgelopen decennia conclusies te trekken.’’

De onderste steen moet omwille van een veilig sportklimaat voor alle turnsters boven komen, meent Witjes. ,,Want te lang is er te veel schade aangericht, zijn er onnodig trauma’s veroorzaakt. Maar als clubbestuur stonden we destijds machteloos, omdat we zonder landelijk toetsingskader en steun vanuit de KNGU weinig konden uitrichten. De trainers hadden op die manier vrij spel.”

Lees ook: Sportpsycholoog over misstanden in turnen: ’Het gaat van generatie op generatie, geen lichting ontspringt de dans’

Net binnen