Premium

Koos Woestenburg kleurt Nederland met zijn fiets. 59-jarige inwoner van De Rijp spaart vakjes op de wereldkaart. ’Bij Jisp ben ik een weiland ingereden om toch de provincie vol te krijgen’

De Rijp

Je hebt mensen die postzegels, suikerzakjes of balpennen verzamelen. En je hebt Koos Woestenburg. De 59-jarige inwoner van De Rijp spaart vakjes van 1,5 kilometer bij 1,5 kilometer op de wereldkaart. Met de fiets probeert hij Nederland in te kleuren. „Je moet een doel hebben, anders is het niet leuk.”

Woestenburg is al heel ver, Nederland is bijna vol, hij moet alleen nog maar vakjes in Brabant en in het oosten van het land. Hij staat dan ook eerste van de wereld in het klassement van Veloviewer, de site die de blokjes bijhoudt.

Zo werkt het

Woestenburg legt al zijn ritten vast met een gps. Die data verwerkt hij in de wieler- en hardloopapp Strava, wat Veloviewer weer als bron gebruikt. Het raster is willekeurig over de aarde gelegd. Rijd je over een weg binnen het blokje, ook al is het maar een meter, dan heb je het vakje volgemaakt. „Voordat ik digitaal ging werken, kleurde ik mijn ritten al in op de kaart. Kruissteekjes maken, noemde ik dat. Sinds 2008 gebruik ik voor al mijn ritten gps en die heb ik allemaal op Strava gezet, vandaar dat ik al een voorsprong heb opgebouwd op andere gebruikers.”

Gek

Hij vindt het niet heel belangrijk dat hij in het klassement als eerste staat (’er is altijd wel een gek die verder rijdt’), maar Woestenburg doet wel echt moeite om Nederland in te kleuren. Dat moet ook wel, want niet in elk vakje is een (openbare) weg. „In Noord-Holland zijn ook een paar vlekken die je moeilijk ingekleurd krijgt. Zo ben ik bij Jisp een keer een weiland ingereden om toch de provincie vol te kunnen krijgen.”

Een beetje gek moet je er wel voor zijn dus, maar Woestenburg probeert bij zijn queeste niemand tot last te zijn. „Ik fiets niet om te trainen voor een wedstrijd, rijd niet als een gek en ben vrijwel altijd alleen. In het oosten van het land moet ik wel eens over een wandelpad, maar daar kijkt gelukkig niemand van op. Om het voor mezelf toch goed te praten, probeer ik dan maar zelf vuil op te ruimen wat ik daar tegenkom.”

Er zijn ook types die het bont maken. „Ik ken verhalen van mensen die met hun fiets onder het hek door kruipen om een militair oefenterrein op te gaan, maar zo gek ben ik niet.”

Doel

De Noord-Hollander denkt nog zo’n 1,5 jaar nodig te hebben om Nederland vol te maken. „Dan moet ik het volgende doel verzinnen. Ik denk dat ik dan België ga inkleuren, daar ben ik ook al een heel eind.” Zijn vrouw vindt het geen probleem dat Woestenburg zo veel weg is, als hij maar weer veilig thuiskomt. „Wij hoeven gelukkig niet 24/7 bij elkaar op schoot te zitten.”

Strenge winters

Nadat hij in de strenge winters van 1985 en 1986 lange tochten ging schaatsen, merkte Woestenburg dat hij 200 kilometer goed aankon. „Daarna ben ik ook lange ritten gaan maken op de fiets. Ik heb ook veel groepsreizen gedaan, zoals de Ronde van Spanje, Ronde van Italië en de 100 Colstocht in Frankrijk met Le Champion, maar de laatste jaren rijd ik met minimale bepakking van hotel naar hotel in Europa. Zo ben ik naar Litouwen en Bulgarije gereden. Ik zou wel de hele tijd heen en weer kunnen rijden naar Noord-Italië. Dat is zo mooi, helemaal als je onderweg ook nog van de gebaande paden af gaat.” Want ook tijdens zijn fietsvakantie denkt hij aan het invullen van de vakjes.

Nu heeft hij het kleuren even uitgesteld. „Ik probeer op dit moment wat dichter bij huis te blijven. Als de maatregelen weer worden versoepeld, dan pak ik het wel weer op. Op dit moment ben ik Noord-Holland weer opnieuw aan het inkleuren. Ik fiets ook heel graag in de heuvels, maar Nederland is ook zo mooi en leeg. Er zijn ritten waarop ik helemaal niemand tegen kom.”

Vrienden

Woestenburg rijdt meestal in zijn eentje, maar hij is ook lid van verschillende clubs, zoals de toerclub Tandje Erbij uit Graft-De Rijp. „Daarnaast heb ik nog een groep vrienden van de Veluwe overgehouden van een fietsvakantie. Met hen rij ik ook graag in die buurt, dat is toch weer heel anders dan Noord-Holland.”

Waar andere wielrenners oortjes met muziek of de radio indoen om toch enige afleiding te hebben, heeft Woestenburg het liefste de wind in zijn oren. „Anders hoor ik niks meer van het verkeer. Bovendien vind ik het prettig om alleen te zijn met mijn gedachten. Fietsen is als slapen, je verwerkt de dingen die je hebt meegemaakt, het ruimt je hoofd op.”

Hoe meer je fietst, hoe meer kans je hebt op pech, is een simpel rekensommetje. De medewerker van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier komt jaarlijks tot zo’n 20.000 kilometer. „Natuurlijk ben ik wel eens gevallen. Vijf jaar geleden heb ik in een afdaling mijn sleutelbeen gebroken, maar ik probeer heel voorzichtig te rijden. En het materiaal moet ook in orde zijn, ik heb altijd voldoende bandjes mee als ik op pad ga, maar ik rij eigenlijk nooit lek. Ik weet inmiddels ongeveer hoeveel ik moet eten en drinken onderweg, want als je honger of dorst krijgt, ben je te laat.”