Premium

Vaders strijden voor hun vermoorde kinderen: ’Eerst niet gehoord, nu drinken we koffie bij de minister’

Vaders strijden voor hun vermoorde kinderen: ’Eerst niet gehoord, nu drinken we koffie bij de minister’
Jef Rijsbergen en Jack Keijzer proberen het nu voor elkaar te krijgen dat daders niet in de buurt van nabestaanden meer mogen wonen.
© Foto Taco van der Eb

Jef Rijsbergen uit Leiderdorp en Jack Keijzer uit Hoogkarspel hebben allebei een kind dat is vermoord. Ze zijn voorzitter en lid van de Federatie Nabestaanden Geweldslachtoffers die al 25 jaar vecht voor de positie van nabestaanden van een moord.

Heel lang werden de nabestaanden niet gehoord en gezien. „Nu drinken we elk jaar koffie bij minister Sander Dekker. Zie hier de vijfhonderd verschillen”, zegt Keijzer, het boegbeeld van de federatie.

Jef Rijsbergen richtte 25 jaar geleden de Vereniging Ouders van een Vermoord Kind op. Zijn dochter Linda werd in 1993 door haar ex-vriend vermoord omdat ze het had uitgemaakt. Rijsbergen pakt er een ordner bij met processtukken met daarin twee handgeschreven brieven van de dader. In een brief bekent hij de moord en in de andere brief neemt hij afscheid van het leven.

Labiele student

„Mijn dochter was 22 toen ze door haar ex-vriend werd vermoord. Ze had het uitgemaakt en de boedel moest worden verdeeld van hun woning in Den Haag. Hij was een labiele student die dat niet kon verkroppen en hij stalkte haar. Hij heeft haar eerst gewurgd met zijn handen, toen haar bh afgerukt en het daarmee geprobeerd en toen ook nog met het snoer van de stofzuiger. Vervolgens heeft hij de trein naar Haarlem gepakt en is hij een hotel in gegaan om zichzelf van het leven te beroven, wat niet lukte met een paar serestaatjes. Waarom Haarlem? Ik geloof dat zijn grootouders daar vandaan kwamen. Zijn vader was een professor uit de Merenwijk in Leiden. Ja, moordenaars komen in alle kringen voor.”

Rijsbergen was de dag dat Linda werd vermoord nog bij zijn dochter maar hij moest weg omdat hij een vergadering had. Het was inmiddels zeven uur ’s avonds. „Het laatste wat ze zei was: ’ik voel me veilig pap, ga maar weg’. ’s Avonds belde mijn vrouw dat Linda nog niet thuis was. Toen we belden, werd er niet opgenomen. Zijn moeder heeft onze vermoorde dochter gevonden. Hij had na de moord een narcis op haar gelegd. Bizar.”

Circus

„En toen kwam het hele circus op gang, de politie deed onderzoek en onze dochter werd in beslag genomen. Mijn vrouw Anneke is keihard gaan gillen en de deur uitgelopen naar een buurvrouw. Na een dag in Rijswijk voor onderzoek kwam Linda thuis en daar heeft ze gelegen tot ze werd gecremeerd. We hebben nog een sjaaltje bij de Hema gekocht om haar nek te bedekken omdat die zo blauw was. De politie vroeg of we een verklaring wilden ondertekenen maar die was grotendeels gebaseerd op wat zijn moeder had gezegd. Daar heb ik wel spijt van gehad.”

„Na de crematie zijn we naar de woning gegaan. We haalden de sleutel op bij de politie. Zijn moeder was er ook. Er lagen gedichten waarin stond wat hij ging doen en had gedaan dus ze hadden vrij snel de dader. Dat hele verhaal hebben we later ook ingebracht bij de officier van justitie.”

Labiele student Bart K. (23) werd door de rechtbank veroordeeld tot twee jaar met tbs. Rijsbergen: „Ik dacht dat ik helemaal gek werd en heb toen een brief geschreven. Die brief is voorgelezen in de rechtszaal tijdens het hoger beroep, terwijl ik dat niet wist. Deze brief is eigenlijk voorloper geworden van het spreekrecht voor slachtoffers.”

K. kreeg uiteindelijk vier jaar en tbs voor doodslag. Zijn daad werd gezien als een ’crime passionnel’. Rijsbergen: „Hij kreeg een hogere straf voor een doodslag, geen moord. Tja, die afweging is het raadsel van de raadkamer, daar kom je nooit achter.” Al met al vindt hij het een veel te lage straf. „Dat zou nu hoger zijn.”

Spreekrecht

Rijsbergen is toen gaan lobbyen voor het spreekrecht want hij vond het te zot voor woorden dat dat niet was geregeld. „We hebben Tweede Kamerlid Boris Dittrich daarvoor benaderd en die heeft ons enorm geholpen. Maar het eerste voorstel sneuvelde. Ik heb toen de beraadslagingen erop nageslagen en geanalyseerd waarom. In maximaal 1,5 kantje, anders lezen de Kamerleden het niet, heb ik toen de argumenten op een rijtje gezet en geschreven ’Ik hoop dat u voor stemt want de nabestaanden verdienen het’. Het is gelukt, mede dankzij mijn inspanningen zei Dittrich. Ik voelde dat als een pluim op mijn werk.”

Inmiddels had Rijsbergen de VOVK opgericht want er ging meer mis. Zo kreeg hij niet te horen dat de dader naar een tbs-kliniek was gegaan. „Omdat hij zo moeilijk had in de gevangenis, ach, ach. Ik heb hele boze brieven gestuurd naar het ministerie van justitie en ik heb een gesprek met de Pompekliniek gehad waar hij zat. Ik wilde hem namelijk niet in Leiden op een terrasje zien zitten. Dat is geregeld, hij mocht alleen naar zijn vader in de Merenwijk en daar moest hij dan blijven, hij mocht niet naar het centrum van Leiden toe.”

Toen Rijsbergen de zitting bijwoonde waarop het ging over de verlenging van de tbs of vrijlating, ging het nog bijna mis. „We waren ruim op tijd bij de rechtbank en dat was maar goed ook want omdat er een zitting was uitgevallen was zijn zitting eerder. Hij schrok toen hij ons zag in de rechtbank. Hij wilde ons niet in de rechtszaal hebben omdat hij zich niet goed zou kunnen uiten. Daarop heb ik de rechters gezegd dat het een openbare zitting was waar wij bij mochten zijn en daar waren ze het mee eens. Ja, ik ben een recalcitrant figuur.”

Gedichtje

In 2000 kwam de moordenaar van zijn dochter vrij. Rijsbergen plaatste in 2018 een gedichtje op de familiepagina in de Telegraaf met een boodschap naar de moordenaar om zijn dochter te herdenken.

Dankzij de recalcitrantie bereikte Rijsbergen een hoop. Inmiddels was er een lotgenotencontact ontstaan met twaalf families. „We zijn in 1995 begonnen met 1750 gulden van mijn werkgever de Rabobank en het Juliana Welzijnsfonds. We begonnen in een zaaltje in Leusden en kwamen zes keer per jaar bijeen. Het ging over wraakgevoelens, complexe rouw waar we allemaal mee te maken hebben en EMDR, dat is een psychologische behandelmethode om trauma’s te verwerken.”

Er waren drie lotgenotenorganisaties die zich hard maakten voor de nabestaanden. De clubs zijn inmiddels samengevoegd in een federatie met een budget van ruim 80 duizend euro per jaar. Keijzer: „Met veel dank aan Fonds Slachtofferhulp, dat ons altijd met raad, daad en financiën bijstaat zodat wij onze geliefden kunnen herdenken.”

Zijn zoon Pascal werd op Koninginnedag in 2007 neergestoken na ’iets met drugs’ en vervolgens reed de dader drie keer over Pascal heen terwijl hij nog leefde. De dader kreeg veertien jaar en acht maanden, zat een derde van zijn straf niet uit en woont nu vijf kilometer verderop. Vooral dat laatste veroorzaakte volgens Keijzer zoveel spanning bij zijn andere zoon Remy dat die stresspsychoses kreeg. „Remy vertelde de psychiaters dat hij aan suïcide dacht maar dat hij het nooit zou doen omdat hij zijn ouders niet kinderloos wilde achterlaten. Maar hij deed het uiteindelijk toch.”

Loodzwaar

Keijzer: „Pascal is op 30 april vermoord en Remy is op 10 mei van het leven bevrijd. De eerste dood is veel lastiger te accepteren dan de tweede. Deze maand is loodzwaar voor ons met dodenherdenking, bevrijdingsdag en Moederdag want wij hebben geen kinderen meer. Maar we houden het samen nog steeds vol omdat we elkaar respecteren. Ik praat er veel over met de buitenwereld, mijn vrouw helemaal niet.”

Keijzer maakt zich er nu hard voor dat daders verplicht moeten verhuizen als ze in de buurt van het slachtoffer of de nabestaanden wonen. „Minister Dekker heeft het helemaal laten uitzoeken en zei: ’wat u wil, dat kan niet’. Het recht van de dader om ergens te blijven wonen, weegt zwaarder dan ons recht op een rustig leven. Er komt nu een voorstel aan waarin dat wel is geregeld. Dat wordt in het najaar in de Tweede Kamer behandeld, als corona daar geen stokje voor steekt. Als die wet er eerder was geweest, dan had Remy misschien nog wel geleefd.”