Premium

Opinie: Niks mis met halve dagen basisschool in de IJmond

Opinie: Niks mis met halve dagen basisschool in de IJmond
Veel scholen in de IJmond kozen voor halve dagen les.
© Archieffofo/United Photos

Relatief veel basisscholen in de IJmond kozen ervoor om het reguliere onderwijs weer te hervatten met vier halve lesdagen. In plaats van twee hele dagen, wat het ministerie het liefst wilde. Minister Slob, Felix Rottenberg van brancheorganisatie Kinderopvang en wethouder Bram Diepstraten schreeuwden moord en brand. Onterecht.

Landelijk koos slechts veertien procent van de basisscholen in Nederland voor de ’halve dagen’, terwijl in de IJmond bijna de helft van de scholen dat deed.

In Den Haag, maar ook op lokaal niveau, kunnen bestuurders maar slecht tegen scholen die een eigen koers varen. Het liefst stopt men iedereen in dezelfde mal. Maar zo werkt het niet. Zelfs binnen schoolbesturen is er soms geen eenduidigheid te bespeuren. Hoe kan dit?

Nu verschilt de situatie van school tot school nogal. En de ene wijk is de andere niet. Heeft de ene school maar net genoeg personeelsleden om de formatie rond te breien, de andere heeft geen personeelsprobleem. En halve lesdagen zijn pedagogisch het meest verantwoord. De kinderen zijn twee maanden aangewezen geweest op thuisonderwijs.

Dat is in de meeste gevallen goed gegaan, maar zeker in wijken met veel allochtone ouders, die slecht Nederlands spreken en met veel werkloosheid, is dat maar de vraag. Om zo snel mogelijk in kaart te brengen hoe de kinderen ervoor staan, is het halve dagen model het meest geschikt. Elke dag dat de meest kwetsbare kinderen geen leerkracht zien, is er een te veel.

De leerkracht is niet alleen een robot die een leerling leert rekenen, maar ook iemand die meehelpt het kind op te voeden en goed klaar te stomen voor de maatschappij. Daarnaast is het voor kinderen die het thuis misschien niet zo fijn hebben, juist prettig om vier halve dagen naar school te gaan.

De verwarring over wat er van de basisscholen werd verwacht, ontstond bij het kabinet zelf. Rutte zei aanvankelijk dat de scholen de ruimte kregen om te voldoen aan de richtlijnen. Er was ook wat ruis over de manier waarop de scholen van start zouden gaan.

Binnen het Outbreak Management Team was er namelijk geen consensus over de vraag of scholen met halve klassen moesten beginnen, of zelfs helemaal open konden gaan, zo blijkt uit het advies van 20 april.

In het protocol van de PO-Raad en andere brancheorganisaties van 22 april wordt ’de wens’ uitgesproken van de hele dagen. Om zo weinig mogelijk verkeersbewegingen te veroorzaken en de lestijden zoveel mogelijk aan te laten sluiten bij de kinderopvang. Maar hoeveel verkeer veroorzaken basisscholen? Met het OV gaan de basisschoolkinderen veelal niet, dus wat is het probleem?

Volgens mij is het leermoment van deze crisis (vooruitlopend op de vele evaluaties) dat we vooral organisaties zelf moeten laten gaan over hun oplossingen. Het doel is weer goed onderwijs op een zo verantwoorde, coronabestendige manier. Daar past juist geen betonnen mal bij vanuit Den Haag.