Premium

Dwangsom voor aanbieden van seks in Haarlemmermeer terecht, Raad van State stelt vrouw in het ongelijk

Dwangsom voor aanbieden van seks in Haarlemmermeer terecht, Raad van State stelt vrouw in het ongelijk
Den Haag / Haarlem

Het Haarlemmermeerse college van B en W heeft bij de Raad van State een overwinning behaald in zijn strijd tegen illegale seksbedrijven.

De hoogste bestuursrechter oordeelde onlangs dat de toenmalige burgemeester Onno Hoes in zijn recht stond door in juni 2018 een dwangsom in te vorderen bij een vrouw. Zij zou hebben aangeboden om tegen betaling seksuele handelingen te verrichten zonder dat zij daar een vergunning voor had.

De vrouw in kwestie kreeg al in de lente van 2017 een last onder dwangsom opgelegd. Per overtreding zou ze tienduizend euro moeten betalen, met een maximum van vijftigduizend euro.

Ruim een jaar later, in mei 2018, liep ze tegen de lamp. Naar aanleiding van een advertentie op een website, waarin tegen betaling seksuele handelingen werden aangeboden, nam de politie telefonisch contact op via het daarin genoemde nummer. Een afspraak werd gemaakt en op 22 mei deed de vrouw in kwestie open toen een politiebeambte aanbelde bij het opgegeven adres. Ze verklaarde later dat ze niet als prostituee werkte en de politie in de val wilde lokken om te vertellen dat in de flat aan de overkant wel prostituees zaten.

De vrouw ving vorig jaar bot bij de rechtbank, waarna ze in hoger beroep ging. Bij de Raad van State betoogde ze dat uit de rapportage van de politie over de gebeurtenissen op 22 mei niet kan worden afgeleid dat sprake is van een seksbedrijf. Ook ontbrak een verslag van het telefoongesprek met haar. De vrouw verklaarde bij de Raad van State dat ze niet als prostituee werkte en ook geen seksbedrijf had. Ze verdiende in mei 2018 haar geld als schoonmaakster, beweerde ze.

Maar de Raad van State stelt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de rapportage van de politie aan de eisen voldoet. Ook heeft de burgemeester volgens het rechtsorgaan voldoende gemotiveerd dat de vrouw gelegenheid heeft gegeven tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling. Pas nadat haar bekend was dat ze een afspraak met de politie had, verklaarde ze niet als prostituee werkzaam te zijn, aldus de Raad van State.

Het rechtsorgaan stelde vorige week ook vast dat de burgemeester de dwangsom bijtijds heeft ingevorderd. Van een verjaring was geen sprake, gaf het de rechtbank gelijk.

Ook ziet de Raad van State geen bijzondere omstandigheden om af te zien van de invordering. De vrouw ’heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij, omdat zij een dwangsom heeft verbeurd, uit haar woning zal worden gezet’, aldus de uitspraak. ,,Ter zitting is bovendien gebleken dat de burgemeester, die haar overigens al eerder had gewaarschuwd, een betalingsregeling heeft aangeboden die gerelateerd is aan haar inkomen.’’