Premium

’Vroeger zeiden ze: trek alles er maar uit’, 40 jaar tandarts Hugo van Renswoude

’Vroeger zeiden ze: trek alles er maar uit’, 40 jaar tandarts Hugo van Renswoude
Tandarts Hugo van Renswoude in de stoel bij zijn opvolger Tom van Kan.
© Foto Wim Egas
Zaandam

Over enkele weken veertig jaar tandarts en liefst nog een tijdje langer. „Vroeger was het ’kun je mij van de pijn afhelpen’, nu ’kun je het mooi maken”, vertelt Hugo van Renswoude (64) van de tandartspraktijk Westerwatering in Zaandam.

Nog steeds actief in de praktijk heeft hij kortgeleden toch al officieel afscheid genomen van zijn patiënten. Op de receptie kwamen vijfhonderd mensen. „We hadden er drie uur voor uitgetrokken, van 16 tot 19 uur, want het kon best wel eens druk worden, dachten we. Patiënten stonden ver voor drieën al te dringen voor de deur en om 19.30 uur was de zaal nóg niet leeg. Moeilijk te bevatten, vijfhonderd mensen die de moeite nemen om je de hand te schudden bij je afscheid. Daar past maar een woord bij: ’nederigheid’.”

Voor Van Renswoude begon het met ’dienstbaarheid’. „Ik wilde iets doen met en voor mensen, koos bewust voor tandarts. Vraag niet waarom; mijn vader zat in de techniek, mijn moeder in de cijfers, was boekhouder. Zij heeft lange tijd de boekhouding gedaan, maar verder ligt er geen enkele link.’’

,,Na mijn studie, precies in de minimumduur van zes jaar, en militaire dienst waar ik ook tandarts was, kwam ik in Rooswijk terecht. Geboren in Amsterdam heb ik wel eerst daar rondgekeken, maar voor een nieuwe tandarts was geen plek. In Rooswijk nog wel. Daar leek met alle bouwplannen een bloeiende praktijk mogelijk, maar de vele gif in de grond haalde een streep door de plannen. Alternatief was een praktijk in de wijk Westerwatering, waar op dat moment nog geen tandarts was.”

’Haal alles er maar uit’

Begonnen begin jaren tachtig was het nog niet best gesteld met de gebitsverzorging van veel streekgenoten. „Het meest gehoorde was: ’kun je mij van de pijn afhelpen’ en ’haal alles er maar uit’. Sommige gebitten waren ook dramatisch slecht. Dat zie ik nu nog wel eens tijdens een weekenddienst als mensen met pijnklachten komen. Het bestaat dus nog steeds, denk ik dan. Sommige mensen zijn bang voor de tandarts. Ik kan het mij voorstellen, maar in de praktijk hoeft dat niet.”

„Het geheim? Je moet mensen precies vertellen wat er aan de hand is (situatie en noodzaak), hoe je het gaat doen (oplossen) en hoe lang het gaat duren (tijd). Als mensen ’stop’ zeggen: stoppen! Doe wat je zegt te gaan doen, dan geloven mensen je ook als je zegt: ’Het doet geen pijn’. Op mijn receptie was een patiënt die zei: ’ik wilde alles eruit hebben, maar u zei: Nou, ik zie nog wel mogelijkheden. Ik ben zo bij dat ik naar u heb geluisterd’. Dat raakt mij wel.”

Werken in Afrika

Ook geraakt is Van Renswoude door de slechte gezondheidszorg in Afrika. „Er zijn collega’s die voor een korte tijd daar gaan werken. Vaak onder primitieve omstandigheden en in de praktijk verleen je alleen eerstelijns mondzorg. Dat betekent veel tanden en kiezen trekken, maar je helpt mensen wel van hun pijn af. Ook daarvoor ben ik tandarts geworden. Goed mogelijk dat ik dat een paar maanden ga doen. Maar eerst wil ik hier nog een jaar of zo doorgaan.”

Van Renswoude heeft de praktijk inmiddels overgedaan aan zijn collegatandarts Tom van Kan. „Ton werkt al langer in de praktijk en nu zijn de rollen omgedraaid, is hij de baas en ben ik zzp’er. Heerlijk, twee halve dagen per week. Da’s precies mooi om toch nog een beetje regelmaat te houden. Al ben ik daar niet zo bang voor. Ik sport nog veel – hardlopen, hockey, tennis, golf -, ben actief in de Rotary en we hebben vier kinderen en een kleinkind. Mijn nieuwe vrije tijd is goed besteed, hoor.”