Premium

Oorlogskind van toen: ’Met oud en nieuw nog altijd bang voor dat schieten’; Jonge Landsmeerders interviewen oudere over Tweede Wereldoorlog

Landsmeer

Hoe beleefde je als kind de oorlog? Dat vroegen jonge Landsmeerders aan ouderen. De jongste, Jelle Mulder (12), interviewde tachtiger Nan de Boer.

(Lees hier verhalen van ooggetuigen van de oorlog)

Een bijzonder project van de Protestantse Gemeente. Het resultaat is het boek ’Een goed verhaal’ met 27 herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog.

„Dit is indrukwekkender dan wanneer je erover leest in een geschiedenisboek”, zegt Jelle Mulder over zijn gesprek met Nan de Boer. Haar verhaal zit dan ook vol angstige situaties. Ze woonde in Stroe op de Veluwe, waarboven de Engelse en Duitse vliegtuigen elkaar beschoten. Ze hadden altijd vreemden in huis.

Vader, actief bij de ondergrondse, had in het bos een schuilkelder gebouwd, waarin tien onderduikers konden slapen. Dat werd bloedlink toen in hun huis honderd meter verder landwachters werden ingekwartierd, dat waren NSB’ers.

Granaten

Na de slag om Arnhem kregen ze vijf evacuées in huis. De granaten vlogen Nan om de oren en tot overmaat van ramp werd op hun station een munitietrein beschoten. ’Een heel grote wagon zag je zo de lucht in gaan.’

’En nu ik groter ben, ben ik zo bang voor oud en nieuw met dat schieten. Want je hebt zo veel beschietingen meegemaakt.’ Vanaf half december waagt ze zich niet meer op straat. Op haar 11e was de bevrijding. ’Toen kwamen de Canadezen met een grote tank.’

Wat op Jelle de meeste indruk maakte, was: „Dat haar vader midden in de nacht van zijn bed werd gelicht en naar Kamp Amersfoort werd gebracht, waar bleek dat hij vals was beschuldigd en dat hij op zijn sokken weer terug naar huis moest lopen.”

Het verhaal uitwerken vond hij niet moeilijk. „Mevrouw De Boer had het verhalend en in chronologische volgorde verteld. Ik had het opgenomen, waardoor ik het terug kon luisteren.”

Over het doel om jong en oud bij elkaar te brengen, zegt interviewer Jelle: „Het is altijd fijn om met iemand in contact te zijn. Ik heb er veel van geleerd. Dat niet iedereen last had van de hongerwinter en hoe het was als je vader bij de ondergrondse was en onderduikers had verstopt in de schuilkelder: dat je alles stiekem moest doen.”

„Hij heeft het goed opgeschreven”, zegt Nan de Boer. „Die tijd was vreselijk angstaanjagend.” Niet alleen door het vele schietgeweld dat ze als kind meemaakte. „Maar ook dat ik op vragen van volwassenen altijd moest zeggen: ’Ik weet het niet’. Want je mocht immers niet jokken. En er waren altijd mensen die je probeerden uit te horen.”

Stoep

De Landsmeerse had haar oorlogsgeschiedenis al aan haar kinderen verteld. „Maar nu is het voor het eerst opgeschreven.” Nan vond het een bijzondere ervaring. „Mooi was ook dat Jelle het boek zaterdag kwam brengen, waarbij hij afstand in acht nam en het op de stoep legde.”

Aanleiding voor het boek is het feit dat het dit jaar 75 jaar geleden is dat Nederland is bevrijd, vertelt Jan Rijswijk, samensteller van de uitgave. De kerkenraad van de Protestantse Gemeente Landsmeer had de gemeenteleden die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt vorig jaar gevraagd of ze hun herinneringen wilden opschrijven of op laten schrijven via een interview. Het was een idee van dominee Herrianne Allewijn.

Oorlogskind van toen: ’Met oud en nieuw nog altijd bang voor dat schieten’; Jonge Landsmeerders interviewen oudere over Tweede Wereldoorlog
Aart jr., Anneke, Aart sr. en Tom Goede.
© Foto archief Aart Goede

„Een doel was ook om jongeren en ouderen samen te brengen”, vertelt Rijswijk. Dat is gelukt. Naast Jelle, deden onder meer Floor (17) en Teddy (15) Oortwijn mee, zij interviewden Corry Goede-Zaal. Aart (19) en Tom (17) Goede spraken met hun oma en opa Anneke (78) en Aart Goede (80). Anniek Molle - maandag 18 geworden - maakte foto’s. Anderen schreven zelf hun belevenissen. Aan het boek werkten 48 gemeenteleden mee, zowel geïnterviewden als interviewers.

Emotie

„De geïnterviewden vertellen hoe ze de oorlog als kind hebben beleefd. En hoe ze de emotie van hun ouders hebben gezien”, licht Rijswijk toe. „Dat is indringender dan wanneer ze dat als volwassene vertellen. De verhalen zijn totaal verschillend. Je merkt dat in een stad meer gebeurde dan op het platteland. De woonplaatsen van de kinderen van toen variëren van Groningen tot Nederlands-Indië en van Zeeland tot Oostzaan.”

Aart en Tom Goede hoorden van hun oma Anneke dat ze haar vader voor het eerst zag toen ze 3 was. Hij had al die tijd in Duitsland gevangen gezeten, wegens verzetsdaden. Hun opa Aart, destijds een kleuter, weet nog dat een tante naar binnen kwam rennen en vertelde dat een vliegtuig was neergestort in het Landsmeerderveld.

Zweeds wittebrood

Ook herinnerde opa Aart zich de voedseldroppings: ’Het Zweedse wittebrood was heerlijk en ook het eipoeder dat in de pakketten zat was heerlijk.’ ,,Misschien wel een voorbode voor onze toekomst”, schrijven de interviewers. Het was hun grootvader Aart, die als directeur van eiproductenbedrijf Adriaan Goede BV de aanzet gaf tot de specialisering van ei tot eipoederproducten.

Oorlogskind van toen: ’Met oud en nieuw nog altijd bang voor dat schieten’; Jonge Landsmeerders interviewen oudere over Tweede Wereldoorlog
Omstreeks 1942, poppenmoeders op verjaardag. Ans Dobber, tweede van links met staarten.
© Foto Ans Dobber

Ans Dobber was 6 toen ze op 10 mei 1940 wakker werd van het lawaai van Duitse vliegtuigen. Ze woonde in Koog aan de Zaan. ’Ik vond nog een foto van een verjaarspartijtje bij Lies mijn vriendin, je zou niet zeggen dat het oorlog was. We waren ongeveer 8 jaar en je kunt wel zien dat we echte poppenmoeders waren. Daarna werd het minder leuk’, vertelt ze aan interviewster Marianne de Vries-De Gier. Ze herinnert zich het gebrek aan brandstof, en hoe ze bij het station tussen de rails zocht naar steenkooltjes.

Soldaten

Bert de Boer, de man van Nan, woonde op het Zuideinde, nu Kadoelenweg. Hij heeft gezien hoe een eenheid van het Nederlandse leger zich daar installeerde in barakken. De kazerne stond op de plek waar nu het viaduct van de A10 ligt. De soldaten moesten bij omwonenden eten. ’Wij kregen er twee, wat voor ons jongens wel interessant was.’ Bij Toon Bergman die 7 was en op Zuideinde 85 woonde, werden zelfs soldaten ingekwartierd.

Jan Bakker (1927-2007) uit Oostzaan kreeg er in 1943 ineens een zusje bij, Nellie. Hij was toen 15. In 1989 schreef hij het verhaal op, hoe zijn ouders met groot gevaar voor eigen leven een joods kindje hebben gered, opdat deze geschiedenis zou worden bewaard voor het nageslacht. Zijn zoon Aad Bakker uit Landsmeer zorgde ervoor dat het verhaal een plekje kreeg in het boek.

De joodse ouders van baby Margôt Streim zochten een onderduikadres voor hun drie maanden oude kindje. Jans moeder zei: ’Laat die baby maar hier komen.’ Dat kon niet zomaar, want de Duitsers moesten dan weten waar het kind vandaan kwam. Daarop hebben ze een ’toneelstuk’ bedacht, waarbij een moeder haar kind te vondeling had gelegd. En zo werd Nellie, met hulp van gemeentesecretaris Beerling, als dochter van Dirk en Neeltje Bakker in de burgerlijke stand ingeschreven. Bij de bevrijding werd ze onthaald als ’Oostzaans jongste onderduikster’. Na de oorlog heeft Margôt ervoor gezorgd dat Dirk en Neeltje een Yad Vashem onderscheiding kregen. Margôt overleed in 1985.

Boek

Het boek ’Een goed verhaal’ kost 5 euro en is te verkrijgen bij ’t Winkeltje Dorpsstraat 53A en via boek@pglandsmeer.nl.