Premium

Zaandamse veroordeeld voor bedreigen en opsluiten van medewerkster reclassering: drie kwartier angstig op de bank

Zaandamse veroordeeld voor bedreigen en opsluiten van medewerkster reclassering: drie kwartier angstig op de bank
Zaandam

De 55-jarige Marilyn L. uit Zaandam is woensdag door de politierechter in Alkmaar veroordeeld omdat zij 2 april vorig jaar bij haar thuis een hulpverleenster heeft bedreigd. De rechter hield sterk rekening met de persoonlijke omstandigheden van de vrouw en legde daarom een voorwaardelijke werkstraf op van 20 uur.

De medewerkster van de reclassering kwam samen met een collega bij de Zaandamse thuis in verband met het toezicht van de reclassering. L. was op dat moment woedend op Bureau Jeugdzorg, dat de zoon van de vrouw onder behandeling heeft.

Haar boosheid richtte zich op de twee hulpverleensters. „Ik ga dingen doen tegen jullie waar ik lang voor moet zitten”, zo riep L. volgens de reclasseringsmedewerkster tegen hen.

De hulpverleenster heeft ook verklaard dat de Zaandamse de voordeur had afgesloten. Ze zou drie kwartier angstig op de bank hebben gezeten en hebben overwogen om 112 te bellen. Toen L. weer rustig was, zouden de hulpverleensters de woning hebben mogen verlaten. Voor die tijd zouden er wel een vaas en andere spullen naar hun hoofd zijn gegooid.

„Dit noem ik keihard liegen”, zo reageerde Marilyn L. op de beschuldigingen. Ze zei dat ze de hulpverleenster altijd graag had gemogen, maar dat ze in dit geval te ver is gegaan. De Zaandamse gaf alleen toe dat hij uit kwaadheid haar mobiele telefoon tegen een muur heeft gegooid.

De officier van justitie vond bedreiging en vrijheidsberoving bewezen. Zij benadrukte dat de twee hulpverleensters zich bang en onveilig hebben gevoeld. „Zo ga je niet om met mensen die je komen helpen.’’

Gezien de ’behoorlijke rugzak’ die de Zaandamse in haar leven heeft opgelopen, kwam de aanklaagster tot een voorwaardelijke werkstraf van 80 uur.

Advocaat Thei Houben pleitte voor vrijspraak. Volgens hem is er geen bewijs dat zijn cliënt de hulpverleenster heeft vastgehouden of heeft bedreigd.

De politierechter vond alleen de bedreiging bewezen, omdat L. bij de politie heeft toegegeven dat zij mogelijk dingen heeft gezegd die bij de reclasseringsmedewerkster dreigend zijn overgekomen.