Premium

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman
Joep Slijkerman-Vader uit Wieringerwaard gaat bloemen leggen bij het familiegraf in ’t Zand. ,,Dit graf moet blijven bestaan, vonden wij als neven en nichten.”
© Foto Nick Maarsen
’t Zand

’Verhip, dat gaat over mijn familie’, dacht Joep Slijkerman-Vader (78) uit Wieringerwaard toen zij bijna 45 jaar geleden een roman van Deren Douwe las. Onder dit pseudoniem schreef de Zandtemer huisarts A.J.F. Oudendal over zijn ervaringen. Dus ook over een vergiftigingsdrama in het dorp.

Bij dit drama vonden twee leden van de familie Vader de dood, broer en zus. Een halfzus overleefde op het nippertje een flinke hoeveelheid arsenicum. De dader was Anna Vader, een andere halfzus van Arie. „Het fijne wist ik er toen niet van. De afschuwelijke gebeurtenissen in 1918 en enkele jaren daarvoor waren altijd vrijwel doodgezwegen.”

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman
Een van de krantenpublicaties over het vergiftigingsdrama in ’t Zand, oktober 1918.

Met een bosje tulpen loopt Joep Slijkerman de begraafplaats in ’t Zand achter de rooms-katholieke kerk op. Het familiegraf is de stille getuige van het verschrikkelijke onheil bij de Vaders. Het graf is de reden om de krantenpublicaties over de geruchtmakende kwestie boven water te halen.

Ruimen

Joep: „Het graf dreigde te worden geruimd, de rechten waren verlopen. Met neven en nichten hebben we de koppen bij elkaar gestoken. Ooit bezaten leden van de agrarische familie Vader heel veel landerijen in Callantsoog, Groote Keeten, polder Koegras en directe omgeving. Van al dat bezit is vrijwel niets meer over. En dan zou ook nog het graf verdwijnen? Dat wilden we niet.”

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman
De stille getuige.
© Foto Nick Maarsen

Het werd een bijzondere ontmoeting die zondag op de begraafplaats, eind vorig jaar. Sommige familieleden hadden elkaar nog nooit gezien. Hun gedachten gingen terug naar 10 mei 1918 toen Arie Vader stierf onder raadselachtige omstandigheden. En naar Catharina (Trijn) Vader, die in 1914 zomaar ging hemelen.

Geloofswaanzin

De neven en nichten kregen die ochtend medelijden met de arme Anna, de gifmengster. „Ze leed aan geloofswaanzin. Met de moorden op haar ongetrouwde halfbroer en halfzus hoopte zij het familiekapitaal veilig te stellen. Het geld wilde zij de kerk in ’t Zand schenken.”

Om die reden probeerde Anna ook zus Neeltje met rattengif uit de weg te ruimen. Dat mislukte.

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman
Roman van Zandtemer huisarts.

Terugkijkend schreef dokter Oudendal er over. Van 1914 tot 1921 was hij huisarts in Wieringerwaard en ’t Zand. Hij vatte zijn ervaringen samen in twee boeken: ’Een doktershuwelijk’ en ’Het ivoren goud’. Oudendal gebruikte andere namen, maar de dorpelingen wisten genoeg. De kranten van toen hadden geen behoefte aan anonimiseren.

Historicus Jan Bremer rakelde het vergiftigingsdrama in 2011 op in het blad van Historische Vereniging De Zijpe. Het artikel ligt bij Joep Slijkerman thuis op de keukentafel. „De kwestie ligt bij veel familieleden nog steeds heel gevoelig. Anna was feitelijk een triest persoon, geestelijk labiel.”

„Zij probeerde bij de pastoor in een goed blaadje te komen. Uit zijn kippenhok stal zij eieren en schonk die aan meneer pastoor. Totdat hij argwaan kreeg. Op de nog warme eieren zette hij in het hok een kruis. Niet lang daarna kreeg hij de gemerkte eieren cadeau.”

Zeeland

Deze familie Vader boerde in Groote Keeten op de stolp Helmweg 1. Rond 1660 vestigden de eerste Vaders zich vanuit Zeeland in deze contreien. Met z’n drieën trokken Arie, Neeltje en Anna later van Groote Keeten in een huisje aan de Kanaalkade in ’t Zand, naast het hulppostkantoor.

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman
Boerderij Helmweg 1 in Groote Keeten, eens van de Vaders.
© Foto Ida de Graaf-Voorthuijsen

Zij waren toen in de veertig en vijftig, en rentenierden daar. In de oorlogsjaren hadden zij de boerenplaats in Groote Keeten voor goed geld verkocht. Arie de Graaf kwam in 1932 op deze boerderij. Nu woont er een kleindochter van hem. Aan de Kanaalkade kreeg Arie last van ’inheemse koortsen’. Dat werd van kwaad tot erger.

Dokter Oudendal schreef een dieet met veel melk voor. Dat hielp niet. Arie verslechterde verder en was meestentijds bewusteloos. Met veel moeite lukte het hem de dokter te wijzen op de boosdoener: de melkkroes op zijn beddentafeltje. De dokter maakte er verder geen werk van en liet de stervende over aan de pastoor.

Laboratorium

Binnen het half jaar herhaalde de situatie zich. Neeltje, een sober en vroom mens, herstelde maar niet van roodvonk. Allerlei maag-darmstoornissen traden op, dokter Oudendal wist er geen raad mee. Opeens herinnerde de arts zich de melkkroes van Arie, zo schreef hij. De melk voor Neeltje liet hij onderzoeken door een laboratorium in Utrecht. De fles melk bleek volgens hem 427 milligram arsenicum te bevatten. Kort daarna werd Anna Vader gearresteerd.

Arsenicum moest Anna helpen aan familiekapitaal. Een vergiftigingsdrama in ’t Zand. De huisarts verwerkte tragedie in roman
Voorzijde van de stolp Helmweg 1.
© Foto Ida de Graaf-Voorthuijsen

Kranten meldden dat ook in braaksel van Neeltje arsenicum was aangetroffen. Na een ’scherp verhoor’ deed Anna de verlossende bekentenissen. Zij had zich laten leiden door een testament dat het complete familiekapitaal naar de langstlevende zou gaan. Anna betrok het gif van haar boer Cornelis. Die gebruikte het spul voor het wassen van schapen. Anna had het nodig voor het ’doden van onrein op haar hoofd’.

Neeltje overleefde het. Zij stierf in 1970, 87 jaar. Anna werd opgenomen in een psychiatrische inrichting. Daar verbleef zij ruim een halve eeuw, tot haar dood.