Premium

Een hoefsmid is eigenlijk de pedicure, schoenmaker en orthopeed van paarden; een nomade die langs maneges en paardenstallen trekt om de voeten van paarden piekfijn te verzorgen; op pad met Hoefsmederij Hagedorn

Een hoefsmid is een beetje een nomade, met een bus als werkplaats waarmee hij langs maneges en paardenstallen trekt. Daan Hagedorn (27) is hoefsmid, zijn werkplaats een rode VW transporter met oven, boormachine, tapmachine, aambeeld aan een uittrekpoot, schuurmachine, kniptangen, bekapkist, hoefijzers in verschillende maten, dozen met nagels en meer.

Thuis aan de keukentafel en bij de stallen van de familie Vermeer in Eemnes, vertelt hij over zijn beroep. In Eemnes wordt Magic als eerste van stal gehaald. Behendig schuift Hagedorn het rechter been tussen zijn knieën, terwijl Albertine Vermeer het paard vasthoudt. Hij krabt het vuil uit de hoef, haalt met een bijtel en hamer ’hoeflapjes’ van de onderkant en knipt met een tang de hoefrand.

Magic vindt het spannend. Het is nog een fris, jong paard en niet aan de behandeling gewend. Af en toe bokt hij, de hoefsmid springt soepel mee. Vermeer klopt Magic geruststellend op de borst: „Braaf, goed zo.”

Na Magic zijn Diamond en Adje aan de beurt. Adje heeft geen zin; iedere keer als Hagedorn zijn been pakt, laat hij zich door zijn andere been zakken. „Een spelletje”, volgens de smid. „Adje slaan we deze keer over.”

Daan Hagedorn (27) wilde altijd al ’iets’ met paarden doen. „Maar ik zag mezelf niet de hele dag achter een kruiwagen lopen of paarden naar de paddock brengen.” Wat je veel doet als je op een manage werkt. „En techniek vind ik mooi.” Hagedorn reed zelf paard, al vanaf zijn zevende en tijdens een bezoek aan de manage, was daar een hoefsmid aan het werk. „Sue heette ze”, herinnert hij zich. „Ik zag haar bezig. Dat was het aha momentje, dit wilde ik ook doen.” Dat was in groep 8, inmiddels is hij volleerd hoefsmid en in 2014 startte hij zijn eigen bedrijf.

Na een stop van acht jaar, is hij weer aan het paardrijden: „Het begon weer te kriebelen, ik klom erop en reed zo weg, dat verleer je niet.” Kennis die hij ook goed in zijn werk kan gebruiken: „Qua karakter ken je ze op een gegeven allemaal. Als je de stal opentrekt zie je al wat het gaat worden; gaan de oortjes naar achter, kijken ze je netjes aan, doen ze een paar stappen naar achter? Als je zo’n paard voor het eerst ziet, stel je je ook altijd netjes voor. Trek je hem gelijk uit zijn stal denkt hij ook ’Hé, wat kom jij doen?” Hagedorn werkt met Shetlanders, tot Friezen en KWPN’ers. „Koninklijke warmbloed paarden, de echte toppers, paarden van soms anderhalf miljoen”, legt hij uit.

Pedicure

Een hoefsmid is eigenlijk de pedicure én schoenmaker van paarden, en soms zelfs een beetje de orthopeed die helpt om paarden in beweging te houden. Even een kort lesje hoeven-anatomie: de buitenkant van de paardenvoet vormt een soort schoen van verschillende lagen harde huid of nagelweefsel. Die buitenkant, de hoefwand, loopt door tot de onderkant van de voet, net als een nagel bij mensen. Onder de voet in het midden ’de straal’, een V-vormig kussen, vergelijkbaar met de kussentjes van een hondenpoot. De rest van de voetzool bestaat uit hard (nagel)weefsel dat samen met de hoefwand regelmatig geknipt of bijgesneden moet worden, ’bepakken’ in het jargon van een paardensmid. „Je maakt de hoeven mooi vlak en symmetrisch”, vat Hagedorn het samen.

Inlegzooltje

’Beslaan’ is het aanmeten van de schoenen, hoefijzers. Alleen nodig als paarden veel op de weg lopen, gevoelige voeten hebben of therapeutisch, om de stand van de voeten of benen te corrigeren. „Heeft een paardje een te kort voetje of weinig ’eelt’ onder de voet dan zet je een leren dempingzool tussen het ijzer en hoef. Eigenlijk een inlegzooltje”, vergelijkt Hagedorn. „Siliconenkit gebruik je bij peesproblemen, een extra laagje tussen zooltje en hoef om minder druk op pezen te krijgen, een soort ’steunkousjes’.”

Lezen we nog ’kalkoengaten’ op zijn website. „Daarmee verander je de ijzers van race-, spring- en dressuurpaarden in ’hardloopschoenen’. Je boort een gat achterin het hoefijzer, schroefdraad erin en voor de wedstrijd draai je daar een nop in”, doceert hij. „Voor wedstrijden op gras, dit is antislip zodat ze grip houden. Echte kicksen”, lacht hij.

Vanaf een maand of vijf, zes worden paarden ’in de hoeven gezet’. „Dan ga je ze bekappen, daarmee corrigeer je ook oneffenheden, zodat alles recht groeit aan de paardenbenen.” In de zomer bepakt hij een paard elke 6 à 7 weken, in de winter minder vaak, elke 8 tot 9 weken.

We switchen weer naar de boerderij van de familie Vermeer waar Anjo, een 27-jarige vriendelijke merrie wordt bekapt en aan de voorste voeten nieuwe hoeven krijgt. „Ze tilt haar benen niet goed op, met zo’n ijzer eronder doet ze dat beter”, legt begeleidster Hilde uit. Ze rijdt nog regelmatig dressuurwedstrijden met haar oude bessie. „Vindt ze heerlijk”, verzekert Hilde ons. Gewillig laat ze haar voet op het bokje (een steuntje) plaatsen om het oude hoefijzer los te maken. Snel tikt de paardensmid de nageltjes los en trekt ze uit het ijzer. Geduldig laat Anjo daarna haar hoeven bepakken en de zijkant polijsten.

Roodgloeiend

De smid pakt twee hoefijzers uit zijn bus en zet de oven aan (800 graden!). Nog even passen of de ijzers goed zijn en dan gaan ze de oven in, tot ze roodgloeiend zijn. Behendig slaat hij de ijzers op het aambeeld in vorm en vlak. Nog warm past hij ze weer onder de voet. „Dan brand je gelijk een mooi randje in de hoef waar het ijzer straks in past”, vertelt Hagedorn. ’Warm beslaan’ in het vakjargon. Hij verdwijnt achter een rookgordijn van stoom bij het passen. „Doet geen pijn”, verzekert hij ons. Anjo geeft inderdaad geen krimp. Nog twee keer gaan de ’schoenen’ terug van de hoeven naar het aambeeld, waarna ze gekoeld worden in een emmer water. Nog even langs de schuurmachine en de schoenen zijn klaar. Routineus tikt hij ze vast met zeven nageltjes, door de hoefwand heen. Alleen nog de uiteinden afknippen en wegwerken. „Alles is weer mooi, netjes en glad”, zegt Hagedorn voldaan.

Yvonne Hulsbos