Bij de Egmond Halve Marathon doet de ene Abdi wat de andere Abdi eerder nooit lukte: alle Afrikanen verslaan én winnen

De Belg Bashir Abdi wint en kan zijn geluk niet op.
© Foto ANP/Koen van Weel
Egmond aan Zee

Als de Egmond Halve Marathon één zekerheid heeft, is het de onvoorspelbaarheid. Zo was het in het verleden, en zo bleek het ook in het heden. Het enige verwachtingspatroon dat niet werd gelogenstraft, waren de beoogde winnaars. De Belg Bashir Abdi en de Ethiopische Tsehay Gemechu maakten hun favorietenrol waar. En zelfs die uitslag week weer af van het script van de afgelopen dertien jaar.

Want hoewel van Abdi werd verwacht dat hij het mannenpeloton zijn wil zou opleggen, was het gezien de historie geen uitgemaakte zaak. Sinds 2007 immers waren de geselingen van de Oost-Afrikaanse wonderlopers de westerse concurrentie te machtig geweest, uitmondend in een dubbelslag waarin slechts Kenianen en Ethiopiërs om de hegemonie streden.

Slechts Desi Jisa wist in 2017 dat pact te breken, ogenschijnlijk dan. Weliswaar kwam de winnares van destijds uit Bahrein, ware het niet dat zij slechts van nationaliteit was veranderd en haar geboortegrond Ethiopië betrof. En een Afrikaanse kun je weliswaar uit Afrika halen, maar daarmee haal je Afrika nog niet uit haar – iets wat ook de van origine Keniaanse Lornah Kiplagat ervoer toen zij in 2007 in haar moederland wereldkampioene veldlopen werd. Het Oranje-succes werd in Mombasa toch vooral als ’thuisgoud’ gevierd.

In zekere zin zou je de zege van Abdi derhalve ook onder die laatste twee voorbeelden kunnen scharen. Immers, ook hij zag het levenslicht in Afrika, in zijn geval in Somalië. Met dit verschil dat zijn leven daar niet in het teken van hardlopen maar van voetbal stond.

Als kind ontvluchtte Abdi de burgeroorlog. Inmiddels woont hij al langer in België dan hij in Somalië opgroeide, en spreekt hij zelfs met een onvervalst Gents accent.

In tegenstelling tot Kiplagat en Jisa dankt Abdi dan ook vooral zijn opmars aan de atletiekopleiding die hij bij de Zuiderburen genoot. Hij leerde er de fijne kneepjes, en ontwikkelde zich stormachtig. Zo snelde hij afgelopen zomer tijdens het EK op de baan in Berlijn naar zilver op de 10.000 meter, nadat hij in het voorjaar na 24 jaar Vincent Rousseau als Belgisch recordhouder op de marathon had afgelost. In Londen reikte Abdi tot 2.07,03 uur, een score die hij in oktober in Chicago nog eens tot 2.06,14 aanscherpte.

Als de naam Abdi valt, wordt door Nederlandse atletiekkenners meteen gedacht aan een andere Abdi. Verwonderlijk is dat niet. Ook binnen deze landsgrenzen maakt een hardloper met dezelfde naam furore, zij het dat Abdi dan zijn voornaam is en Nageeye het achtervoegsel.

Gelijkenis

De gelijkenis tussen die twee is trouwens ook in ander opzicht opvallend, en niet alleen vanwege dezelfde leeftijd (30 jaar). Nageeye ontvluchtte eveneens Somalië, ook hij raakte pas in zijn nieuwe vaderland bezeten van hardlopen en eveneens groeide hij uit tot een boegbeeld die inmiddels ook in het bezit is van het nationale marathonrecord dat hij vervolgens zelf nog eens scherper stelde: van 2.08,16 uur in 2017 naar 2.06,17 afgelopen april in Rotterdam.

Gezien dat marginale tijdsverschil op de marathon, en tevens de kleine marge tussen hun persoonlijk records op de halve afstand (1.00,24 om 1.00,42 in het voordeel van Nageeye), had een titanenduel tussen het duo gisteren niet misstaan. Temeer omdat hoofdsponsor NN, waar zowel Nageeye als Abdi aan het gelijknamige internationale ’running team’ gelieerd is, daar commerciële garen bij zou hebben gesponnen.

Debuut

Het kwam er niet van bij afwezigheid van Nageeye, die na zeven opeenvolgende deelnames (met plek 2 in 2017 als beste resultaat) voor de tweede keer een beurt oversloeg. Zijn absentie maakte dat Abdi een bijna zekere gooi naar de hoofdprijs kon doen, een missie die bij zijn debuut glansrijk slaagde.

Dat zijn tijd ver bij het parcoursrecord van de Ethiopiër Dawit Wolde uit 2012 (1.00,46 om 1.08,23) achterbleef, deerde Abdi geenszins. De straffe wind, kracht 6, maakte dat op het strand een slakkengang werd aangehouden, waarna de strijd pas na zeven kilometer in de duinen ontbrandde. In dat gevecht bleek niemand, ook niet de twee Kenianen die de eer van hun land moesten hooghouden, tegen hem opgewassen. Iets wat Nageeye dus eerder niet klaarspeelde.

Net binnen