Premium

Roelof uit Callantsoog is pas echt gelukkig als hij zijn rode puntmuts op heeft. Dan is hij Kabouter Snorremans en geniet hij van lachende kindergezichten om zich heen [video]

Roelof uit Callantsoog is pas echt gelukkig als hij zijn rode puntmuts op heeft. Dan is hij Kabouter Snorremans en geniet hij van lachende kindergezichten om zich heen [video]
Callantsoog

Als hij zijn rode puntmuts, blauwe hemd en bruine broek aantrekt, dan wordt Roelof Jonkman uit Callantsoog een ander persoon. Dan wordt hij Kabouter Snorremans. Hij speelt niet voor kabouter, hij is kabouter. Hij is relaxter, milder en kan ineens wel tegen drukte. En geniet van kinderen die blij worden van zijn optreden. Eigenlijk is Jonkman pas echt gelukkig als hij zijn kabouterpak aan heeft.

Er een vriendinnetje op nahouden? Tuurlijk mag Roelof Jonkman (64) dat van zijn vrouw Wil. Maar alleen als-ie zijn rode puntmuts op heeft. Dan is hij Kabouter Snorremans en die heeft nu eenmaal een leuk blond kaboutervriendinnetje: Mevrouw Giegel.

Het is puur platonisch, samen vermaken ze kinderen en daar heeft Wil Jonkman (72) uiteraard geen enkel probleem mee. Lachend: „Als-ie maar naar huis komt als de puntmuts weer af is.” Op dit moment hebben Kabouter Snorremans en Mevrouw Giegel even een lange afstandsrelatie.

Roelof en Wil Jonkman zijn net vanuit Voorthuizen (bij Barneveld) naar Callantsoog verhuisd, Mevrouw Giegel is in de bossen van Gelderland achtergebleven, dus samen optreden is wat lastig. Ook solo heeft Kabouter Snorremans in de Noordkop nog niet heel veel te doen. Komt vast wel weer, zegt Jonkman. Hij is als Kabouter Snorremans inmiddels al een paar keer te gast geweest op kinderfeestjes.

Lantaarntjes

„We hebben boven op zolder dertig puntmutsjes liggen. En dertig lantaarntjes. We kunnen zo weer beginnen.” Jonkman spreekt in meervoud, want vrouw Wil mag dan niet zijn kaboutervrouwtje zijn, ze steunt hem wel volledig. Vergezelt hem vaak naar optredens, knutselt mee aan de outfits en de cadeautjes die een kabouter meeneemt voor de kinderen. Ze kent haar Roelof door en door. En weet inmiddels dat hij het gelukkigst is, wanneer hij zijn kabouterpak aan heeft.

Zeg nu niet dat hij dan een rol speelt, want zo ziet Jonkman dat zelf niet. Als hij zijn rode puntmuts op zet en zijn blauwe hemd met bruine broek aantrekt, dan verandert hij. Dan speelt hij niet voor kabouter, dan is hij kabouter.

Oogopslag

„Ik weet niet wat dat is. Het is een gevoel. Mensen zeggen het vaak tegen me. Je oogopslag is anders, je beweegt anders. Dat klopt wel. Als ik dat kabouterpak aan heb voel ik me ook anders. Ik speel geen rol, ik ben helemaal anders. Ik blijf ook echt kabouter tot het moment dat het pak weer uit is.”

Zijn vrouw knikt: ze gaat vaak mee als hij moet opdraven op een kinderfeestje. „En dan is hij ook op de terugweg in de auto nog kabouter. Pas als-ie zich heeft omgekleed is hij weer Roelof.”

Roelof uit Callantsoog is pas echt gelukkig als hij zijn rode puntmuts op heeft. Dan is hij Kabouter Snorremans en geniet hij van lachende kindergezichten om zich heen [video]
Kabouter Snorremans in het bos van Callantsoog.
© foto erna faust

Het is moeilijk uit te leggen, zegt hij nog een keer. „Ik voel me gewoon veel prettiger dan. Je ziet kinderen genieten. Wildvreemde kinderen die je nog nooit eerder hebt gezien vliegen je om de nek. Ik ben vrijer als ik dat pak aan heb. Milder ook. In het normale leven kan ik fel uit de hoek komen, als kabouter kan ik het allemaal veel beter verwoorden.”

Hij kijkt even naar vrouw Wil. Zoekt oogcontact. Zal hij het vertellen? Vraagt hij zich hardop af. Ach, doe ook maar, besluit hij. Het is zoals het is. Hij loopt er niet mee te koop, maar dat mensen hem wel eens als lomp ervaren komt dus omdat hij een autistische aandoening heeft. Asperger. Hij heeft soms niet door hoe zijn woorden overkomen op andere mensen.

Conflict

Hij weet ’t zelf ook nog maar een jaar of tien. Zijn werk in de beveiligingssector gaat hem prima af, tot hij in conflict raakt met een van zijn bazen. Het loopt uit de hand. ’Laat je maar eens nakijken’, is kort door de bocht wat hij te horen krijgt. ’Wat jij wil’, reageert Jonkman recalcitrant. „En toen kwam er dus uit dat ik Asperger heb. Nou, dat was wel even schrikken kan ik je vertellen.”

Lang verhaal kort: hij wordt afgekeurd. „Dan kom je dus thuis te zitten en moet je toch een hobby hebben. Nou, dat is dus dit geworden.” Weer zo’n gevalletje ’vraag hem niet hoe het precies komt’, maar Jonkman wordt gegrepen door de kabouterwereld. Het begint met een kabouter, die hij vindt in het bos.

Boswachter

„Die heb ik wat schoongemaakt en zo langzaam aan heb ik er wat andere kabouters bij gezet.” Andere mensen doen dat ook en zo groeit de kabouterfamilie al gauw uit tot zo’n honderd puntmutsen. Leuk, vinden jong en oud. Maar dan komt de boswachter langs... „Iedereen wist dat die kabouters van mij waren, maar ik kreeg geen bericht of niks. Die vent heeft ze zo allemaal in de kliko gemikt. ’Dit hoort niet in het bos’. Ik weet ’t nog goed: we zaten in een restaurant te eten toen ik er over werd gebeld. Nou, toen vlogen de gvd’s wel even door de zaak, zal ik je vertellen.”

Sprookjesbos

Dan doen we het officieel, denkt Jonkman. En regelt, samen met een andere kaboutergek, een klein bosperceel, dat met toestemming van de natuurbeheerders wordt omgetoverd tot sprookjesbos. Openbaar toegankelijk. Een waar kinderparadijs. Op het hoogtepunt staan er, hou u vast, wel zeventienhonderd kabouters.

Ze-ven-tien-hon-derd. Hoeveel tuincentra heb je dan leeggekocht? „Haha. Joh, ze kwamen overal vandaan. We zijn op een gegeven moment een keer bij SBS6 op televisie geweest. Daarna liep het storm. Mensen kwamen soms aanrijden met de kofferbak vol kabouters.” Maar helaas: in de kabouterwereld mag het dan altijd pais en vree zijn, onder volwassenen die een kabouterbos bestieren kan wel de pleuris uitbreken. En dat gebeurt. Ruzie in de tent.

Al te veel woorden wil Jonkman er niet meer aan vuilmaken. Maar neem maar van hem aan dat het niet tot een nette boedelscheiding is gekomen. „Er is geen kabouter aan mij overgedragen. Ik heb echt gejankt van ellende. Maar ja: het is niet anders, je moet toch verder.” En dat doet hij met Wil in Callantsoog. Een stuk dichterbij hun kinderen die in Den Helder wonen. „En Wil heeft de longziekte COPD, dus de zeelucht is goed voor haar.”

Voortuin

In de voortuin staat alweer een mooie collectie kabouters. Er wordt wel eens wat smalend over gedaan. „’Wat moet je met zoveel kabouters?’ Zeggen ze dan. Nou: ik vind ’t gezellig en het is mijn tuin. Maar de meeste mensen vinden het wel leuk volgens mij.” Een eerste poging om ook in Callantsoog een kabouterbosje te maken is uitgelopen op een sof. „Ik had ergens een stuk of tien kabouters neergezet. Binnen een paar dagen waren ze allemaal weg. Da’s natuurlijk niet de bedoeling.”

Vol ornaat

Als de foto bij dit artikel wordt gemaakt zien we hem voor het eerst in vol ornaat. En verdomd: hij lijkt wel kalmer, bedachtzamer dan tijdens het gesprek een paar dagen eerder. Misschien is het ook wel voorbestemd. Die baard, die vriendelijke oogopslag, dat kleine ronde buikje: hij heeft alles wat een kabouter kenmerkt. Hij lacht eens. Zou kunnen.

„Ik weet wel dat ik me direct happy voelde toen ik voor het eerst dat pak aan trok en naar een evenement ging. Ik ging gewoon op een boomstam zitten en iedereen kwam om me heen zitten. Het was fantastisch. Dus ja: misschien moet het wel zo zijn.” En die kabouternaam? Die is spontaan ontstaan. Hij draait al jarenlang elke ochtend zijn snor in de krul.

„Als ik dan met de hond liep en mensen tegen kwam was het wel eens: ’hé daar heb je Snorremans weer’. Zo is ’t gekomen.” Je moet wel lef hebben, zeggen we. Om als volwassen vent zo vol overtuiging kabouter te zijn. Dat vind hij maar een rare opmerking. Tuurlijk zijn er wel eens mensen die hem een beetje belachelijk maken. Nou en? Het zal hem roesten eerlijk gezegd. „Ze doen maar. Ik doe wat ik zelf wil.”

Braderie

Hij kijkt liever naar wat hij terugkrijgt van de kinderen. „Voor hen is een kabouter een bron van inspiratie en gezelligheid.” En ’t brengt hem zelf ook veel. Drukte? Daar heeft Roelof Jonkman met zijn Asperger een broertje dood aan. Hem zal je niet zien op de zomerse braderie. „Drukte, daar kan ik echt niet tegen. Als mens dan. In kabouterkleding is het geen enkel probleem, dan geniet ik juist van die reuring.”

Laat ze maar mailen, zegt hij, als mensen willen dat hij een kinderfeestje op komt luisteren. Hij doet ’t voor weinig, want geld is niet wat telt. Het gaat om de lol. Het lijkt er op dat hij een kaboutervriendinnetje in de buurt heeft gevonden om de plaats van Mevrouw Giegel in te nemen als die niet beschikbaar is, zegt hij. Zou mooi zijn, want samen is toch altijd leuker dan alleen. En het zijn niet alleen kinderen die hij vermaakt.

Op schoot

„Als je een show hebt bij de Intratuin gaan die oude mannetjes wel bij dat kaboutervrouwtje op schoot zitten, maar niet bij mij. Haha.” Eerst is er nog werk aan de winkel. Veel van die kabouters in de voortuin staan er wat bleekjes bij. „Binnenkort gaan ze allemaal de schuur in. Ga ik ze schilderen, zodat ze in het voorjaar weer glimmend naar buiten kunnen.”

In contact komen met Jonkman kan door te mailen naar: snorremansenmevrgiegel@kpnmail.nl

Omroep Gelderland

Toen hij nog in Voorthuizen woonde kwam Harm Eedens namens Omroep Gelderland eens langs bij Roelof Jonkman. Bekijk hieronder een korte clip uit die reportage.