Premium

Waterlands Archief presenteert boek ’Broek en Waterland’: De melkoorlog en de strijd tegen de baljuw

Broek in Waterland heeft al bijna dertig jaar geen burgemeester meer. Maar er was een tijd dat Broek er maar liefst drie had. Dat valt te lezen in het boek ’Broek en Waterland – Regionale samenwerking en conflicten, 1282-1811’. Het boek is een initiatief van het Waterlands Archief en wordt zaterdag 16 november gepresenteerd.

Een mooier moment voor een boek over samenwerking en conflicten in Waterland is nauwelijks denkbaar. Het thema is hyperactueel. Gemeenten hebben steeds meer moeite om op eigen benen te blijven staan, zoeken noodgedwongen hun heil in allerlei samenwerkingsverbanden, waarin vervolgens - in hun eigen ogen - hun belangen onvoldoende worden behartigd. In de voorbije eeuwen is het eigenlijk nooit anders geweest, zo blijkt uit ’Broek en Waterland’.

Parmantig

„Het dorp Broek in Waterland kennen we nu als een parmantige plaats met typische fraaie monumentale, houten woonhuizen, schilderachtig gelegen aan het Havenrak”, zegt Joost Cox, één van de auteurs van het nieuwe boek. Anno 2019 is het dorp nauwelijks nog van betekenis als het gaat om economische of politieke macht. Dat was vroeger wel anders, toen Broek één van de zes hoofddorpen was van Waterland. De andere vijf waren Ransdorp, Zuiderwoude, Landsmeer, Zunderdorp en Schellingwoude.

„Die hoofddorpen waren in principe gelijk aan elkaar qua invloed en hadden evenveel in de melk te brokkelen”, aldus Cox. „Wel waren ze duidelijk verschillend in inwonertal en economische betekenis. De veelheid aan taken en verantwoordelijkheden en administratie per dorp was aanleiding voor de instelling van de functie van burgemeester. Die vervulde als eerste taak de financiën van het hoofddorp. Eind 16e eeuw zien we in alle hoofddorpen dergelijke functionarissen. Die burgemeesters, eigenlijk vergelijkbaar met de huidige functie van wethouder, gingen geleidelijk aan bestuurlijke taken uitvoeren, naast financiële.”

Aanzien

Dat Broek al in 1514 maar liefst drie burgemeesters had, zegt dus niet zo veel over de politieke macht van het dorp. Maar in economisch opzicht stond Broek in de late Middeleeuwen wel in aanzien, zegt Corrie Boschma-Aarnoudse, die in het boek ingaat op hoe de Waterlandse dorpen hun economische belangen verdedigden tegenover de nabijgelegen steden Amsterdam, Monnickendam en Purmerend. „In de 14e eeuw had Broek als enige dorp een waag, waar melk, boter en kaas werden verhandeld. Broek was het centrum van de zuivel. Later wordt Durgerdam daarin steeds belangrijker en neemt die rol van Broek over.”

„De rivaliteit tussen dorpen en steden was groot. Het was vaak ieder voor zich en wat we nu kennen als ’polderen’ - samen zoeken naar een gemeenschappelijke oplossing voor een probleem- bestond toen niet. Behalve als de dorpen inzagen dat ze echt een gemeenschappelijk doel hadden.”

Eén van de conflicten die Waterland in zijn greep hield was wat Boschma-Aarnoudse in het boek ’een heuse melkoorlog’ noemt. Halverwege de 17e eeuw voeren al decennialang twee keer per dag bootjes vanuit Waterland met verse melk, karnemelk en wei naar Amsterdam. Elke dag, dus ook op zondag. Tot grote ergernis van de predikanten, die vonden dat door het gekletter van de melkbussen en alle bedrijvigheid eromheen de zondagsrust ernstig verstoord werd. En dat was niet het enige probleem: door de afwezigheid van de melkvaarders zaten de kerken op zondag soms maar half vol.

’Bittere noodzaak’

De protesten van de predikanten tegen deze verstoring van de zondagsrust leidden in 1673 uiteindelijk tot een verbod op om op zon- en feestdagen met melk naar Amsterdam te varen. De schout van Buiksloot kreeg zelfs de opdracht om bekeuringen uit te delen aan de overtreders van het verbod, waaronder melkvaarders uit Broek. Na vier jaar wisten boeren uit Landsmeer, Watergang en Broek de Staten van Holland ervan te overtuigen dat het varen met melk naar Amsterdam op zondag ’bittere noodzaak’ was en werd de melkoorlog in hun voordeel beslecht. Toch bleef het melkvaren ook in de jaren daarna nog voor onrust zorgen.

Tegen overheersing van de stad over het platteland werd pas aan het begin van de 17e eeuw een bestuurlijk samenwerkingsverband opgericht van de zes Waterlandse hoofddorpen. Zij hadden zich in 1595 al verenigd in wat het ’Compromis van Waterland’ werd genoemd en dat mondde in 1619 uit in de oprichting van de Unie van Waterland. Dat samenwerkingsverband was vooral gericht tegen de baljuw, de vertegenwoordiger van de Graaf van Holland, die zetelde in Monnickendam. De dorpen waren het zat dat de baljuw steeds meer inbreuk maakte op oude rechten en privileges van de dorpen.

De Waterlandse Unie, waarin de besturen van alle hoofddorpen waren vertegenwoordigd, werd een serieus bestuursorgaan en wordt beschouwd als een op een lager niveau functionerende Staten van Holland. De Unie kwam meestal een tot twee keer per jaar bijeen (maar soms ook vaker) in het raadhuis van Ransdorp.

De competentiestrijd tussen de Unie en de baljuw heeft bijna twee eeuwen geduurd. Na de inlijving van Nederland bij het keizerrijk van Napoleon in 1810 ging het politiek-bestuurlijke systeem volledig op de schop en was er geen plaats meer voor de baljuw en hield ook de Unie van Waterland op te bestaan. In oktober 1811 bracht Napoleon een bezoek aan Broek in Waterland en een week later viel het besluit over de samenvoeging van Broek in Waterland met Zuiderwoude en Uitdam per 1 januari 1812.