Marg en Annemieke aan het schatgraven in het depot van het Honig Breethuis: ’Je fietst er honderd keer langs, maar je gaat er nooit naar binnen’

Marg en Annemieke aan het schatgraven in het depot van het Honig Breethuis: ’Je fietst er honderd keer langs, maar je gaat er nooit naar binnen’
Archivaris Rob Lengers toont het schoonschrift van de schoolmeester.
© Erik Rietman
Zaandijk

Beethoven schreef er op, de eerste Nederlandse bankbiljetten werden er op gedrukt, Amerikaanse presidenten gebruikten het. Allemaal papier uit de Zaanstreek van C & J Honig Breet. De doopsgezinde familie legde met hun verzamelwoede ook nog eens de basis voor de Zaanse historie. De collectie wordt bewaard in het Zaans museum en het gemeentearchief van Zaanstad.

Dat wordt dus een dubbel bezoekje voor lezeressen Marg Cornelissen en Annemieke Butter, beiden uit Wormer. Eerst naar het Honig Breethuis in Zaandijk en daarna naar de collectie in het gemeentearchief. Tijdens de fietstocht (Marg elektrisch en Annemieke op pure menskracht) komen ze er achter dat hun ouderlijke huizen in Wormer aan elkaar grensden.

Annemieke werkte tot voor kort bij Denksport, maar raakte haar baan kwijt. Met een loopbaancoach ontdekte ze dat archiefwerk een nieuwe carrière zou kunnen worden. Nu is ze vrijwilliger in archieven van Waterland en Zaanstad.

Geen vermicelli

Marg komt uit het onderwijs. Beide lezeressen hebben belangstelling voor Zaanse historie. Dan val je in het Honig Breethuis met de neus in de boter. ,,Je fietst er honderd keer langs, maar je gaat er eigenlijk nooit naar binnen’’, zegt Marg en Annemieke knikt beamend.

Ze zijn schatgravers in het museumdepot

Veertien musea in de regio zetten de deur van hun schatkamer open voor lezers van deze krant. Deze week bezochten we het Purmerends Museum en het Honig Breethuis voor de serie ’In Depot’ en zagen enkele van de schatten die zijn opgeslagen in het museumdepot.

Marg en Annemieke aan het schatgraven in het depot van het Honig Breethuis: ’Je fietst er honderd keer langs, maar je gaat er nooit naar binnen’
Annemieke en Marg (r) bij de ’porseleinkast’.
© Foto Erik Rietman

Er mogen per keer maximaal drie lezers mee. Er zijn nog enkele plekjes over, dus lezers die mee willen kunnen nog inschrijven door een mailtje te sturen naar verslaggever Rien Floris: r.floris@hollandmediacombinatie.nl

De musea die meedoen aan de serie ’In Depot’ zijn: Purmerends Museum, Zaans Museum, Volendams Museum, Hembrugmuseum, Agrarisch Museum Westerhem in Middenbeemster, Honig Breethuis, Betje Wolff, Museum Speeltoren Monnickendam, Museum in ’t Houten Huis De Rijp, Cacaomuseum Koog aan de Zaan, Grietje Tump Museum Landsmeer, Marker Museum, Edams Museum, Luchtoorlogmuseum Fort Veldhuis.

Op naar Honig Breethuis

Niks geen geschiedenis van vermicelli, soepen en sauzen hier. ,,Dat was de tak uit Koog. De Honigs van Zaandijk specialiseerden zich in papier’’, vertelt Pier van Leeuwen. Cornelis Honig was de bouwheer van het Honig Breethuis (1709). In 1770 kwam het papierbedrijf C & J Honig in handen van de doopsgezinde familie Breet.

Pier legde als gastconservator de basis voor het Honig Breethuis dat eind dit jaar twintig jaar bestaat in de huidige vorm als woonhuismuseum. Hij heeft de opzet bedacht en ingericht. ,,Dit is mijn hobby, want ik werk als conservator in het Museum van het Nederlandse Uurwerk op de Zaanse Schans. Je hebt hier een collectie, het museumpand en de papiergeschiedenis.

Marg en Annemieke aan het schatgraven in het depot van het Honig Breethuis: ’Je fietst er honderd keer langs, maar je gaat er nooit naar binnen’
Pier vertelt Annemieke en Marg (r) over de behangselschildering in het Honig Breethuis.
© Foto Erik Rietman

Al sinds 1940 is dit pand in gebruik door de Zaanlandse Oudheidskamer. Officieel was het de Vereniging tot Instandhouding en Uitbreiding der Zaanlandse Oudheidkundige Verzameling Jacob Honig Jansz. junior. De vereniging met de lange naam.’’

Luchtkamer

We worden met koffie, thee water en een ventilator ontvangen in de Luchtkamer. Prachtplek met uitzicht op de Zaanse Schans maar vanwege de verzengende hitte zijn de gordijnen dicht. En dat houden we zo.

De collectie groeide uit zijn jasje. ,,Het stond hier stampvol. Jacob Honig Jsz. Jr. (1816-1870) bewaarde als eerste de Zaanse identiteit met documenten, tekeningen, boeken en prenten. Hij was de zevende generatie papier fabricateur en een echte notabele. De historisch-topografische atlas ‘Zaanlandia Illustrata’ werd door hem bijeengebracht. De catalogus, daterend uit 1917, is gerangschikt en beschreven door zijn oudste zoon, Jacobus Johannes Honig (1842-1923), en omvat 937 catalogusnummers.’’

Zonder al die inspanningen zouden we veel minder weten en hebben bewaard van het Zaans erfgoed. Dus wat Pier betreft, verdient de notabel Honig wel een plekje in het ’namenlint’ van bijzondere Zaankanters in de raadszaal. Hij pleit er voor een studiezaal in het archief naar Honig te vernoemen.

,,Zonder zijn verzamelwoede was een expositie over Zaanse oudheden en merkwaardigheden in 1874 nooit ontstaan. Daar zagen de Zaankanters wie zij waren. Hun identiteit werd duidelijk.’’

Rijkdom

Jacob Honig woonde nooit in dit pand aan de Zaan, maar in koopmanshuis De Mol dat nu op de Zaanse Schans staat. Het was een doopsgezinde familie met veel rijkdom, maar dat zag je niet aan de buitenkant. Het credo was niet lullen maar poetsen. Geld ging in het bedrijf en goede doelen.’’

Pier van Leeuwen is Zuid-Hollander zegt hij wat besmuikt. Maar intussen heeft hij het wel over ’onze familie’. Hofarchitecten gebruikten papier van ’onze familie’, vertelt hij bij een kleine expositie over de Zaanse papierhistorie op de bovenste verdieping.

De benedenverdiepingen zijn ingericht als woonhuis. ,,Het moet zijn zoals het was toen er echte mensen woonden waarbij je hun DNA bij wijze van spreken van de muur kan krabben.’’

Nou, krabben aan het behang doen we maar niet, want in de tuinkamer aan de voorzijde is een fantastische behangselschildering uit 1830 van Willem Uppink. Gemaakt in opdracht van Jacob Breet die het huis toen bewoonde. Een idyllisch landschap waarop we een rivier zien. ,,Niet de Zaan’’, benadrukt Pier.

En er is een ruiter die iets aan een bedelende jongen geeft. ,,Dat is ook de doopsgezinde achtergrond. Je moet ook aan je medemens denken...’’

We mogen achter de touwtjes die de doorsnee museumbezoekers tegenhouden. Pier trekt zelfs een kast open vol met aardewerk. Afkomstig uit een waterput aan de Lagedijk waar allerlei huisraad in was gegooid.

Oorspronkelijk was deze kast rijkelijk gevuld met Chinees porselein dat nu een plek heeft gevonden in het Zaans Museum, zo laat hij op een foto uit 1947 zien. In een aparte kamer is een tijdelijke expositie ingericht met wat Chinees aardwerk uit deze collectie.

Platte collectie

Pier kan de hele dag vertellen, maar we moeten voort naar het archief waar archivaris Rob Lengers op ons wacht met de ’platte collectie’ van Honig Breet. De deur van het huis gaat achter ons dicht en dat blijft zo vandaag. Vanwege de warmte zijn er geen rondleidingen.

Archivaris Rob Lengers biedt ons verkoeling in het archief in het stadhuis van Zaanstad. Het depot heeft een constante temperatuur van 18 graden, dus wie het snel koud heeft, moet een vestje meenemen. We dalen wat trappen af, komen pal onder het busstation terecht en omarmen daar de verkoeling in de ruimtes waar zes kilometer Zaans archief staat opgeslagen.

Rob heeft even ’uitgepakt’ voor lezers Annemieke en Marg. De platte collectie betekent dat het hier vooral om papieren archiefstukken gaat van Honig Breet en de Zaanlandsche Oudheidkundige Verzameling. Als eerste komt daar een tekening uit van... Ja van wat?

Het blijkt een houten schooltas te zijn van Jan Breet waar hij zijn lei en griffel in vervoerde naar school. Vervolgens krijgen we weer een raadplaatje. Daar haalt Marg al snel de ’poepstoel’ uit. Een interieurtekening toont de tuinkamer met behangselschildering waar we een uur geleden waren. ,,Het staand horloge staat nu in het Zaans Museum’’, vertelt Pier.

Vervolgens wat antieke fotografie van fotograaf Breebaart die Zaandijk rond 1865/1868 vastlegde. Het boekwerkje lijkt wel een bijbeltje. Een ander bijzonder boekwerkje is een reisgids uit de zeventiende eeuw.

,,Daarin staat ook hoe je kwalen moest verhelpen. Als je een bloedneus kreeg door de hete zon of het hobbelen van de koets, moest je een stuk krijt in de handen nemen of een boon of duit tegen je voorhoofd drukken, dan ging het blijkbaar over’’, vertelt Rob.

Penne konst

Een kaartenboek uit 1635 met de westkant van de Zaanstreek scoort ’oh’ en ’ah’. Marg en Annemieke moeten de handen op de rug houden, want ze krijgen zin om er in te bladeren. Tot slot de ’penne konst’ ofwel kalligrafie van schoolmeester Harmanis Ormel.

Een groot schetsboek vol schoonschrift. Met belerende teksten als ’straft vrij hard een kind als men dat op leugens vindt’. Rob wil weten hoe oud de depotbezoekers de schoolmeester schatten. Misschien 20 denkt Annemieke, Marg gaat voor 25.

,,Het staat hier’’, zegt Rob: ,,17 jaar en negen maanden’’. Voor Marg met haar achtergrond als onderwijzeres in Wormer is het schetsboek een topstuk. Annemieke is vooral verguld van het fotobijbeltje van Breebaart. Ieder hun eigen keuze.

Het Honig Breethuis fietsen ze na deze dag niet meer zomaar voorbij en ze komen vast eens rustig terug. Al was het wat Marg betreft voor een high tea in de Luchtkamer waarbij dan wel de gordijnen open moeten om van het uitzicht op de Zaanse Schans te genieten.

Het laatste nieuws.