Premium

Het cabrio-interview: ’Showbizzkapper’ Gert van de Wetering: ’Mijn familie is mijn rijkdom’

Het cabrio-interview: ’Showbizzkapper’ Gert van de Wetering: ’Mijn familie is mijn rijkdom’
Klaar voor de rit: Gert van de Wetering heeft plaatsgenomen in de cabrio. ,,Toen ik in Frankrijk woonde, kreeg ik heimwee.’’
© FOTO STUDIO KASTERMANS/BEN DEN OUDEN

Gert van de Wetering werd in de jaren zeventig de eerste showbizzkapper van Nederland. Voetballers, artiesten en televisiemakers kwamen in zijn zaak aan de Hilversumse Emmastraat. Later verdween Van de Wetering uit beeld. Maar hij is terug, en nu soms zélf ook op tv, als sidekick, samen met zijn vriend Willibrord Frequin, in de talkshow Café Hendriks & Genee. Gert van de Wetering stapt als eerste deze zomer bij mij in de cabrio.

Gert, je was een behoorlijke voetballer, bijna prof zelfs, en je bent kapper geworden. Hoe is dat gegaan?

„Ik voetbalde in het B-elftal van Gooiland, dat toen nog betaald voetbal speelde. Kreeg ik 12,50 gulden per week voor de trainingen en 15 gulden per punt. We haalden dat seizoen zes punten, haha. Ik zat eerst op de mavo, maar die maakte ik niet af. Mijn vader had een melkzaak, ging met een volkswagenbusje langs de deuren. Ik ging hem helpen. Maar ik vond er niks aan. Op aanraden van m’n moeder ging ik toen maar naar de kappersvakschool in Amsterdam. Vond ik ook niks aan. Totdat ik eerste werd bij het scholenkampioenschap. Toen werd ik ambitieus.”

Als je merkt dat je ergens goed in bent ga je het ook leuk vinden.

„Ja, ik begon al op m’n zestiende met knippen en op mijn achttiende startte ik m’n eigen zaak. Ik was al nationaal jeugdkampioen geworden en daarna, op m’n achttiende, algemeen kapperskampioen en later wereldkampioen, ik won de Rose d’Or. Toen ik in 1970 voor mezelf begon was ik de jongste ondernemer van Nederland. Dat trok media-aandacht en daardoor kwam de Hilversumse tv-wereld naar mij toe. Eerst discjockey’s van Veronica, later mensen als Ben Cramer. En voetballers: Ruud Krol, Wim Suurbier, Johan Cruijff. Die kwam gewoon in de zaak, ook als er andere mensen waren. Cruijff was typisch iemand die vreselijk beroemd was, maar gelijktijdig ook heel gewoon deed. Dat heb ik meer meegemaakt: hoe beroemder en groter, des te normaler. John de Mol is zo’n voorbeeld. Die groeide op in dezelfde Hilversumse volkswijk als ik, Klein Rome. Shirley Bassey, destijds een grootheid - ik heb vlak voor een optreden haar kapsel gedaan. Een lief mens.”

Je maakte zelf ook min of meer deel uit van het showwereldje.

„Ja, natuurlijk omdat ik in de periode veel beroemdheden knipte, maar ook omdat ik het Nederlands Artiestenelftal oprichtte. Daar ben ik 25 jaar coach van geweest. André Hazes stond op doel. Tja, wie waren er nog meer? René Froger, Willem van Hanegem, Jannes van der Wal, Jack van Gelder. Het werd een mix van artiesten en oud-voetballers. Op een gegeven moment heb ik Wilibrord Frequin coach gemaakt. Ben ik nog steeds dikke vrienden mee. Hij had het destijds bij de KRO moeilijk. Via het artiestenelftal kreeg hij contact met mensen van RTL en kon hij weer programma’s gaan maken. René van der Gijp kwam ook meedoen. Sindsdien eten Willibrord, Gijp en ik om de zoveel weken met elkaar, meestal bij Moeke Spijkstra. Via René zijn Willibrord en ik ook bij de talkshow van Wilfred Genee gekomen.”

In de tussentijd bouwde je een imperium op.

„Ik ging meerdere zaken openen. In Laren, Utrecht, noem maar op. Het waren er negen, in de hoogtijdagen. In Hoog Catharijne had ik 44 personeelsleden. Een enorme tent. Later ben ik ze allemaal weer gaan verkopen. Ik had het zakelijke aspect onderschat. Ik was ambitieus, ik wilde elke twee jaar een mooie nieuwe auto en vaak op vakantie. Maar ik ging dingen doen waar ik niet goed in was, ik werd een soort manager en knipte nog maar een halve dag per week. Een harde les: blijven doen waar je goed in bent! Ik ben geen zakenman, ik ben wél een goeie kapper.”

Het gevolg was...?

„Ik verkocht bijna al mijn zaken, meestal aan personeelsleden. Het was een zware tijd. Ik was overspannen van alle zakenstress en zorgen, en ik ging scheiden. We zouden ons 25-jarig bruiloftsfeest gaan vieren. Zaten we dat te bepraten, kwamen we opeens beiden tot de ontdekking dat het onzin zou zijn. Het huwelijk was niet goed meer, ik was ook altijd weg. Het feest ging niet door, we gingen uit elkaar. ”

Je verdween van de radar en er gingen wilde geruchten over je rond.

„Ja, ik was naar Frankrijk vertrokken, ik was overspannen en had al m’n zaken, ook Gert Hairstyling in de Emmstraat, verkocht. Maar wat gebeurde? Een klant bij ’t Pandje had, als geintje, beweerd dat ik mezelf had verhangen. Is nooit sprake van geweest, ook niet van een poging. Maar allerlei vrienden, familie en kennissen schrokken zich rot. Zelfs mijn huisarts belde. Terwijl ik op dat moment gewoon in Frankrijk zat. Ik liep in de ziektewet en wilde gewoon weg zijn van alles. Ik woonde in totaal tweeënhalf jaar in Frankrijk, waar ik ook vrienden had. Dus ik was niet alleen. En ik was wel overspannen, maar niet depressief. Maar die geruchten, man, man, wat een ellende. Terwijl juist mijn grote kracht is dat ik, hoe ernstig de situatie ook is, altijd de positieve kant blijf zien.”

Waarom niet in de Franse zon gebleven?

„Ik vond het na tweeënhalf jaar Frankrijk wel weer welletjes. Kreeg heimwee. Mijn ex-vrouw en ik konden na de scheiding veel beter met elkaar overweg. Helaas werd ze ernstig ziek. Onze drie kinderen en ik hebben haar de laatste maanden heel goed verzorgd, ik ging zelfs weer bij haar wonen. Ze is overleden. Ik begon op een gegeven moment weer een zaak, aan de Naarderstraat. Maar niet lang daarna kreeg ik een soort herseninfarct. Pas toen ik daarvan was hersteld, twaalf jaar geleden, heb ik weer een Gert Hairstyling geopend, nu op de hoek van de Koningsstraat en de Neuweg.”

Je bent 67 jaar. Moet je doorwerken voor het geld?

„Nee, ik vind het gewoon leuk. Ik houd van mijn vak en van het contact met klanten. Ik doe tegenwoordig rustig aan: zaterdag, zondag en maandag ben ik dicht. En als ik straks nog wat ouder ben, ga ik misschien naar drie dagen werken. Ik trek nog steeds mijn klanten, bekendere mensen, onbekende mensen, jongens. Een paar jaar geleden liep het storm: toen Pellè bij Feyenoord speelde, wilden alle jochies zo’n kapsel. Nee joh, ik volg geen bijscholingscursussen meer. Als ik een nieuwe look zie ontstaan, weet ik technisch wel hoe ik dat moet doen. Ik doen ook geen permanentjes en haarverf meer, te veel werk. O ja, wist jij trouwens dat ik degene ben geweest die Herman Brood zijn haar pikzwart heeft gekleurd. Hij heeft het sindsdien altijd zo gehouden.”

Je bent anders gaan denken in de loop der jaren, over roem en geld.

„Mijn rijkdom zijn m’n drie kinderen en m’n kleinkinderen. We zijn heel graag bij elkaar, gaan vaak met z’n allen weg of op vakantie. En ik ben nooit voor de tweede keer getrouwd. Ik heb nu drie, vier vriendinnen, met wie ik regelmatig leuke dingen doe. Nee, ik zeg niet of dat zuiver platonisch is.”

In elk geval bewijs jij dat niet alle kappers homo zijn, zullen we dan maar zeggen.

„Hahaha, nou.... herenkappers zijn inderdaad doorgaans geen homo’s. Dameskappers vaak wel. Serieus. In de tijd dat ik meerdere kapperszaken had, waren daar ook salons voor vrouwen bij. De mannen die daar werkten.... Tsja, lieve jongens, maar niet makkelijk. Nogal eens ziek, zwak en misselijk. Of hun vriendje was ervandoor, dan hadden ze liefdesverdriet en konden ze niet werken. Maar ieder mens is zoals hij is, en dat geldt ook voor jou en mij hè...”

Hoe is nu je algemene gemoedstoestand?

„De afgelopen twaalf jaar zijn de mooiste van mijn leven geweest. Met mijn eenmanszaak, mijn kinderen en kleinkinderen en goede vrienden. Niemand ontsnapt aan een portie ellende in het leven, maar ik ben nu een gelukkig mens.”