Locomotieven onder afzuigkap na ingrijpende restauratie en uitbreiding werkplaats Museumstoomtram

Locomotieven onder afzuigkap na ingrijpende restauratie en uitbreiding werkplaats Museumstoomtram
Impressie van de nieuwe situatie.
© Beeld: Noorderlicht Architecten.
Hoorn

Hoe kun je ’s lands grootste rijdende museum klaarstomen voor de toekomst? Een kolengestookt icoon uit het verleden laten stomen en puffen, en toch aan milieu-eisen voldoen? Bij de Museumstoomtram Hoorn-Medemblik denken ze de oplossing te hebben gevonden.

Vrijdag wordt een nieuwe stap gezet om de toekomst van het museum veilig te stellen.

De restauratie en herbestemming van de uit 1929 daterende werkplaats - industrieel erfgoed - gaat officieel van start.

Anderhalf miljoen

Het gaat om een operatie die in totaal drie jaar en anderhalf miljoen euro zal vergen.

Om de collectie beter te kunnen presenteren en in de werkplaats zelf meer ruimte te krijgen voor de restauratie en het onderhoud van locomotieven en rijtuigen komt er een grote glazen uitbreiding naast.

In de werkplaats zelf zal een installatie worden aangelegd, met een soort afzuigkappen, die bij het opstoken van de stoomketel in de locomotieven de vrijgekomen warmte terugwint en rookgassen filtert.

Locomotieven onder afzuigkap na ingrijpende restauratie en uitbreiding werkplaats Museumstoomtram
De werkplaats anno nu.
© Foto Benno Ellerbroek

Het restaureren en herbestemmen van de werkplaats is een lang gekoesterde wens. Een belangrijke volgende stap op de weg naar het gewenste museumpark over de geschiedenis van de stoomtram in Nederland.

Aan het vervolmaken van het museum wordt al jaren gewerkt. Vele tonnen zijn er al ingestoken. Het station in Hoorn is gereconstrueerd en uitgebreid met een tentoonstellingsruimte. Het emplacement is vernieuwd. In de monumentale locomotieven- en rijtuigwerkplaats is vorig jaar al een begin gemaakt met de verbouwing tot Bello Atelier, waar bezoekers vanaf een bordes letterlijk kunnen zien hoe er wordt gewerkt, aan onder meer de ’Tram voor Bello’. Nu begint de tweede fase hiervan en nadert de finale, al houdt het werk natuurlijk nooit op.

Ambachten

De Museumstoomtram heeft verschillende taken. Zij moet haar collectie locomotieven en rijtuigen in topconditie krijgen en presenteren. Ook is het van belang de kennis, die voor de restauraties nodig is, te behouden en de ambachten die daarbij komen kijken aan een nieuwe generatie door te geven. Duurzaam werken wordt daarbij steeds belangrijker, vertelt directeur René van den Broeke.

Een herbestemming van de werkplaats, het ’clubhuis’ waar het voor de Museumstoomtram in 1968 allemaal begon en dat dus ook een grote symbolische waarde heeft, maakt dat allemaal mogelijk.

Locomotieven onder afzuigkap na ingrijpende restauratie en uitbreiding werkplaats Museumstoomtram
Er komt een glazen aanbouw naast de werkplaats.
© Beeld: Noorderlicht Architecten.

De bestaande werkplaats zal als eerste worden aangepakt. Onder meer zullen de originele dakoverstekken terugkeren. Het gebouw is ook een depot voor de locomotieven en het is met drie sporen van 30 meter soms een hele rangeerpuzzel om alles op de juiste plek te krijgen. De nieuwe ’Etalage’ gaat soelaas bieden: hier komen topstukken uit de collectie, op twee zijsporen van elk vijftig meter.

In een hoek van de oude werkplaats komt een speciale installatie van Boonstoppel Engineering, die gebruik maakt van ’phase change materials’. Dat zijn materialen waarin energie tijdelijk kan worden opgeslagen. Die kunnen veranderen van vast naar vloeibaar en andersom, om warmte of koude op te nemen en af te staan. De installatie bestaat uit ’afzuigkappen’ waaronder twee stoomlocomotieven kunnen staan terwijl ze worden opgestookt. Dat is schoner, want de rookgassen worden gefilterd, en de warmte gaat niet verloren. Van den Broeke: ,,Nu gebeurt het buiten. Voor zo’n ketel is opgestookt ben je drie uur verder. Die warmte verdwijnt in het niets. Straks wordt deze opgevangen en gebruikt als buffer om het gebouw te verwarmen, maar ook om te koelen. Op die manier is er een constante temperatuur in de werkplaats. Het is een ingenieus systeem, waar we een tijd naar hebben gezocht. We wilden het aspect van de werkende stoomlocomotief onaangetast laten, maar wel de planeet zo schoon mogelijk houden.’’

Velen dragen bij om de herbestemming en restauratie van de werkplaats mogelijk te maken. De provincie Noord-Holland en het Nationaal Restauratie Fonds nemen 470.000 euro voor hun rekening, de gemeente Hoorn 200.000 (onder andere uit het budget voor Puur Hoorn), BPD Cultuurfonds 40.000, Mondriaanfonds 60.000, en Rabobank Coöperatief Dividend 15.000. De Museumstoomtram zelf legt nog eens 7 ton bij, van geld dat zij kreeg van de Bankgiroloterij en een legaat.

Het laatste nieuws.