Premium

Onderweg: Paul Bot (59) wordt als ’een medisch wonder’ beschouwd. Hij ’leeft weer’ en houdt zijn ogen open voor passerend vrouwelijk schoon

Onderweg: Paul Bot (59) wordt als ’een medisch wonder’ beschouwd. Hij ’leeft weer’ en houdt zijn ogen open voor passerend vrouwelijk schoon
Alkmaar

Rob Bakker ontmoet in de rubriek ’Onderweg’ mensen onderweg in de regio. Vandaag: Paul Bot (59) uit Alkmaar. Hij werkte in de kunststofkozijnenbranche, doet nu vrijwilligerswerk.

Vanwege ’het vrouwelijk schoon’ mag Paul Bot graag op het Alkmaarse Bolwerk rondhangen. Gewoon onschuldig tijdverdrijf, vindt hij. Praatjes met passerende vrouwen en meisjes, kijken hoe ze reageren. ’Kwajongensstreken’, in zijn ogen. Deze maand wordt Paul 60, maar hij voelt zich nog 18, zegt hij. Vandaar.

,,Mooie vrouwen hebben mij mijn leven lang al beziggehouden. Ik kom uit Medemblik en raakte destijds verliefd op een Alkmaarse. Zo kwam ik dertig jaar geleden in Alkmaar terecht. Toen de relatie stuk liep kreeg ik wat met een vrouw uit Medemblik. Stom toeval. Er volgden meer relaties. Van vrouwen krijg ik nooit genoeg. Ik raak er gewoon niet op uitgekeken, vooral hier niet, op het Bolwerk. Mooie jonge vrouwen komen hier voorbij. Of ik succes heb? Laat ik mij niet over uit. Ik houd mijn ogen open. Ik leef weer.’’

Achter die laatste woorden gaat een heel verhaal schuil. Want dat Paul weer leeft mag een wonder heten, een medisch wonder. Ook al haalt Paul er zelf de schouders over op. Het is hem allemaal overkomen, hij heeft er allemaal niet veel van gemerkt, hij lag er niet wakker van. Maar het is hem wel duidelijk dat anderen met dezelfde medische staat al lang niet meer onder ons zijn.

,,Kanker is een rode draad in mijn leven. Een buurman, vrienden, familie: allemaal weg. Door kanker. Ik niet. Vorig jaar werd bij mij prostaatkanker geconstateerd. Een schok natuurlijk. Maar ik zei meteen tegen een goede kennis: ’Ik overleef het’. En na een jaar bestralingen en hormooninjecties is het resultaat enorm positief. Ik leef weer, tegen alle verwachtingen in. Ik weet niet of ik er zelf verbaasd over ben. Hoe ik mij moet voelen weet ik ook niet. Ik laat het maar over mij heen komen. Met de behandeling moet ik ook nog wel een jaar doorgaan. Dat is jammer, want er is een vervelende bijwerking.’’

Dat blijkt even later, als Paul een groot litteken in de maagstreek ontbloot en vertelt over een andere operatie die hem maanden in coma hield. Ineens vloeien er tranen.

,,Dat is dus die bijwerking: huilen op de meest onverwachte momenten. Door die hormonen ben ik ben enorm snel geëmotioneerd. Vind ik vervelend, want zo ben ik helemaal niet. Ik ben een nuchter type. In oktober krijg ik opnieuw al die hormonen ingespoten. Daar zie ik wel tegenop. Het hoort bij de behandeling, maar wat zijn dan de bijwerkingen weer?’’

De maagoperatie bracht Paul op het randje van de dood, maar ook dit keer volgde wonderbaarlijk herstel.

,,Er zou een gat in mijn darmen hebben gezeten, zeiden de artsen later. Geloof ik zelf niets van. Hoe dan ook, ik had vreselijke pijn. Ik schreeuwde het uit. Een buurvrouw hoorde dat en sloeg alarm. Twee maanden ben ik na de operatie in coma geweest. Dat hoorde ik allemaal achteraf. Zelf weet ik er niets veel meer van.’’

Paul doet tegenwoordig vrijwilligerswerk. Simpele klusjes via de vrijwilligerscentrale en hand- en spandiensten bij het Oranjehuis. Hij hoopt ook nog een mooi betaald parttime baantje te vinden. Er zijn wat ijzers in het vuur, maar daarover wil hij niets kwijt. ,,Anders gaat een ander ermee aan de haal.’’

Vroeger werkte Paul in de kunststofkozijnenbranche. Vanwege hardnekkige rug- en knieklachten moest hij daarmee stoppen. Dat kwam niet als een verrassing. ,,Bijna iedereen in die beroepsgroep krijgt die klachten. Maar bij mij was het zo heftig dat ik mij een tijdje moest verplaatsen in een scootmobiel. Ook daar ben ik weer uitgekomen. Hoe? Geen idee. Het is heel gek met mij: bijna zestig, maar ergens nog een jongen.’’