Premium

Steeds meer kerken in de Noordkop krijgen een nieuwe functie, van woonhuis tot sportschool

Steeds meer kerken in de Noordkop krijgen een nieuwe functie, van woonhuis tot sportschool
Vlnr: Moby, Datsun, Erik en Yvonne Mantel in hun nieuwe huis: de oude gereformeerde kerk van Dirkshorn.
© Foto Marc Moussault
Dirkshorn

Nederland gaat weer naar de kerk. Al is dat lang niet altijd meer om naar een preek te luisteren. Kerkgebouwen krijgen steeds vaker een nieuwe functie en de verwachting is dat deze trend zich zal doorzetten. In 2018 schatte Toekomst Religieus Erfgoed dat in tien jaar zo’n 1.500 tot 4.500 kerken hun deuren moeten sluiten. Ook in de Noordkop worden deze leegstaande kerken herbestemd.

Van godshuis naar thuis in de gereformeerde kerk van Dirkshorn

Een wasmachine, kasten, matrassen: de gereformeerde kerk van Dirkshorn staat vol met het hebben en houwen van de familie Mantel. Midden tussen de spullen staat een schietschijf. „Die staat daar sinds het feestje na de sleuteloverdracht, toen schoot onze zoon Moby letterlijk de kogel door de kerk”, vertelt Erik Mantel.

Erik en Yvonne Mantel en hun zoons Datsun (14) en Moby (12) lieten 1 april hun appartement in Amsterdam achter zich om naar de kerk in Dirkshorn te verhuizen. Van 76 vierkante meter naar zo’n 336 vierkante meter. „Dat is nog inclusief balkon ook,” zegt Yvonne Mantel lachend. „We zijn altijd al op zoek geweest naar iets om te verbouwen, zoals een kerk of een fabriekje.” Erik Mantel: „Het moet echt dat ’Ik Vertrek’-gevoel zijn.”

Het gezin heeft in ieder geval genoeg inspiratie om de kerk om te bouwen. Erik Mantel: „Wij zijn creatievelingen, we weten daar wel raad mee.”

Erik en Yvonne Mantel zijn allebei ontwerper en de eigenaren van ontwerpbureau Lama Concept, waar onder andere vloerkleden, lampen en meubels worden vormgegeven. Erik Mantel: „We doen veel opdrachten in het buitenland, zoals New York of Qatar.”

Sinds een paar jaar staat het ontwerpatelier ’gewoon’ in Tuitjenhorn. Geen vreemde keuze, Erik Mantel komt zelf uit de omgeving. „Ik ben Schagenees, mijn vader was eigenaar van Mantel Schoenen in Schagen.”

Ze zijn dus al bekend met de buurt, maar moeten nog wel wennen aan het verschil tussen stad en dorp. Yvonne Mantel: „Mensen komen hier gewoon door de achterdeur voor een praatje of uit nieuwsgierigheid. Dat gebeurde in Amsterdam niet hoor. We voelden ons hier gelijk heel welkom.”

Voordat het huis klaar is, moet er nog flink worden verbouwd. „Het moet wel huiselijk gaan voelen en minder als een kerk. Daarom noemen we het geen kerk meer, maar ’Dirkshome’. En we willen ook sociaal iets betekenen, bijvoorbeeld door een plek vrij te houden voor exposities,” vertelt Yvonne Mantel.

„De kerk is een gemeentelijk monument, dus de buitenkant moet hetzelfde blijven. Aan de binnenkant zijn we vrij.” En daarvoor heeft het stel veel ideeën. Zo moet er tussen de bogen voorin de kerk een extra woonlaag komen, met daarop losse ’boxen’. „Die verdieping willen we doortrekken naar de consistorie. De muur waar nu tekst op staat moet er dan wel uit, maar het licht in de consistorie is onwijs mooi. Toen we de foto’s van de kerk voor het eerst zagen, was dat het moment waarop we dachten ’wauw’.”

Erik Mantel: „We willen het erfgoed wel zoveel mogelijk behouden, bijvoorbeeld door materialen opnieuw te gebruiken.”

Yvonne Mantel: „Buren vroegen ons al wat we gaan doen met de kerkbank waar zij altijd op zaten. Eerst eens kijken hoe het gaat. We gaan nu tijdelijk in de consistorie wonen en nemen de tijd om alles uit te denken en te kijken hoe het licht valt.” Erik Mantel: „De grootste dingen willen we in 1 à 2 jaar doen, maar in totaal zal het wel een tienjarenplan worden.”

Steeds meer kerken in de Noordkop krijgen een nieuwe functie, van woonhuis tot sportschool
Dikla Vrolijk van sportschool Delly Zoo in de Nicolaaskerk.
© Foto George Stoekenbroek

Squatten, knokken en tillen in de Helderse Nicolaaskerk

„Daar bij de boksring, daar stond eerst het altaar. Het kleinere altaar achterin staat er nog, daar staan onze kettlebells nu op. En bij die gewichten? Daar kon je eerst biechten”, vertelt Dikla Vrolijk. Waar voorheen werd gepreekt, wordt nu geknokt en gezweet.

In 2015 is de Nicolaaskerk omgetoverd tot de sportschool Delly Zoo. „We geven hier functional fitness”, vertelt eigenaresse Dikla Vrolijk. „Hiervoor stond de kerk vijf jaar leeg. Zelf zaten wij toen nog in een garage, maar die ruimte werd te klein.” De kerk was de ideale oplossing. „Het is hier lekker koel om te sporten en als het weer het toelaat kunnen we de grote deuren opengooien. We sporten graag buiten. Een sportschool in een kerk is ook wel weer grappig, ik ken ook mensen die hier getrouwd zijn.”

Hoewel de kerk van binnen is omgebouwd tot sportschool, is het verschil vanaf de buitenkant nauwelijks op te merken. „We hebben weleens dat er op zondagochtend mensen binnenlopen. Die komen hier waarschijnlijk niet vandaan en willen naar een kerkdienst toe. Ze schrikken zich soms rot wanneer ze ons zien sporten op hele harde muziek”, zegt Vrolijk lachend.

„Laatst kwam er een mevrouw binnen die hier 35 jaar non was geweest. Die hebben we een rondleiding gegeven. Ze vond het te gek dat het gebouw op deze manier nog gebruikt wordt. Een kerk was het volgens haar toch niet meer. Dat gaat om de gemeenschap, niet het gebouw. En dat horen we vaker. Toen het grote altaar voorin er nog stond, speelden we daar soms pingpong op. Sommigen vonden dat niet kunnen, maar we merkten dat juist gelovigen het meestal niet zo erg vonden: zij vonden het juist leuk dat het kerkgebouw niet meer leegstond.”

Steeds meer kerken in de Noordkop krijgen een nieuwe functie, van woonhuis tot sportschool
Cabaretcollectief Blonde Bizon op het podium van het Cultuurkerkje in Oudesluis.
© Foto Kees Looijesteijn

Cultuur in de kerk draagt bij aan de gemeenschap Oudesluis

„Het publiek en de artiesten zeggen dat onze kerk een intieme sfeer en een uitstekende akoestiek heeft”, vertelt Kees Looijesteijn trots. Hij is voorzitter van het Cultuurkerkje in Oudesluis, waar de hervormde gemeente plaats heeft gemaakt voor muziek-, kunst- en theaterliefhebbers.

Looijesteijn: „Het Cultuurkerkje wordt in stand gehouden door vrijwilligers. Zij zorgen ervoor dat er optredens plaatsvinden. Deze zaterdag (6 april, red.) is er bijvoorbeeld een concert van Lenny Kuhr. Ook komen ook de yogagroep en de fotoclub hier samen.” Het orgel staat er nog en wordt soms nog gebruikt. „Meestal bij bruiloften. Want hoewel we nu een cultuurkerk zijn, mag je hier nog wel rouwen en trouwen.”

Tussen 2000 en 2006 is het kerkje volledig gerenoveerd, maar het onderhoud blijft kostbaar. „Nieuwe apparatuur en onderhoud is duur. We moeten nu brandwerende gordijnen hebben, maar die kosten zo’n duizend euro. En wij moeten het echt hebben van onze ticketverkoop.” Looijesteijn maakt zich zorgen om het toenemende aantal lege kerken. „Het ligt voor de hand om daar een cultureel centrum van te maken. Er komen steeds meer concurrenten bij en de markt raakt verzadigd.” Toch vindt Looijesteijn het belangrijk dat de kerk blijft bestaan: „Oudesluis is een kleine gemeenschap die steeds meer dingen ziet verdwijnen. Het behoud van het kerkje is een bijdrage aan de leefbaarheid.”

Steeds meer kerken in de Noordkop krijgen een nieuwe functie, van woonhuis tot sportschool
Judith Bais in haar huis in de oude Opstandingskerk in Den Helder.
© Foto George Stoekenbroek

Nieuwbouw in Helderse Opstandingskerk vol verwijzingen naar vroeger

Ook al staat er inmiddels een landkeuken met moderne apparatuur, in de eetkamer van Judith en Jeroen Bais zijn nog duidelijk verwijzingen naar het verleden van hun huis te vinden. Samen met hun vier kinderen wonen ze sinds zo’n vier jaar in de oude Opstandingskerk in Den Helder.

’De president-kerkvoogd A. Kramer legde de eerste steen op 13 Aug. 1956’, staat er in de muur die de eetkamer van de woonkamer scheidt. De kenmerkende vormen op de ramen zijn nog prominent aanwezig, alleen zit er inmiddels dubbel glas in. De enorme portiek die vroeger de hoofdingang was, is nu de deur om via de keuken naar buiten te gaan.

„Aan het begin stonden er weleens mensen naar binnen te turen, nieuwsgierig naar wat er met de kerk was gebeurd”, vertelt Judith Bais. Wonen in een kerk levert ook grappige situaties op, zoals een groep fietsers uit Duitsland die bij de kerk komt kamperen. „Het was een kerkgroep die bij kerken aanklopte voor een gratis overnachting.”

In 2014 begon de bouw van tien woningen in de voormalige kerk, elk huis heeft vijf woonlagen. Bais: „Naar de sportschool gaan hoeft niet meer, we lopen de trappen op en af.” Op de hoogste verdieping bevindt zich ook het dakterras. „Dit is wel het mooiste plekje. Kijk, daar zie je de duinen van Texel liggen. En je kijkt uit over de hele stad.”

Bais: „We vonden het wel belangrijk dat er oude elementen bewaard zouden blijven, dus hebben we materialen opnieuw gebruikt.” De houten kerkvloer? Ligt nu op de eerste verdieping. De kerkbank? Staat als tuinbankje voor de deur. „En de cijfers van ons huisnummer, die komen van het liturgiebord dat we nog konden redden.”

Of ze ooit nog verhuist? „Misschien als de kinderen het huis uit zijn. Met z’n tweeën is het hier wel erg groot, wat moet je met die ruimte? Ook ons volgende huis wordt weer bijzonder. Dat hebben we altijd gewild.”

Steeds meer kerken met nieuwe functie

Wat de trend is op het gebied van het herbestemmen van kerken? Dat is moeilijk te zeggen volgens Sylvia Pijnenborg van BOEi, een organisatie die gespecialiseerd is in het restaureren, herbestemmen en exploiteren van cultureel erfgoed. „Het is per individueel geval verschillend. We zien veel dingen voorbijkomen: gezondheidscentra, bibliotheken, woningen, boekhandels en winkels. Een van onze kerken is zelfs een trampolinepark geworden.”

Volgens Pijnenborg is er wel een verschil tussen stedelijke gebieden en kleine dorpen. „In steden gaan er vaker supermarkten, winkels, appartementen, kantoren of soms discotheken in. In dorpen ontstaat er vaker een stichting die evenementen in de kerk organiseert.”

Herbestemmen is niet iets nieuws, maar het is wel zo dat kerken nu in groten getale vrijkomen, vertelt Pijnenborg. „En ik denk dat de vraag tot renoveren, restaureren of herbestemmen over vijf tot tien jaar urgenter is. Nu wordt er vaak nog niet mee naar buiten getreden dat een parochie het gebouw of het onderhoud niet meer kan betalen, waardoor er straks gevaarlijke situaties kunnen ontstaan. Om dit te voorkomen, zou de renovatie of restauratie niet te ver vooruitgeschoven moeten worden. Pijnenborg: „We willen juist in het voortraject kunnen meedenken. Wat is er aan de hand en wat voor kansen liggen er? Het is economisch gezien nu een goede tijd, met veel subsidiemogelijkheden. Het zou mooi zijn als de huidige kerkeigenaren die kansen ook zien en vervolgens doorpakken.”