Premium

Mirjam de Blécourt gaat door het glazen plafond

Mirjam de Blécourt gaat door het glazen plafond
Mirjam de Blécourt.
© Foto Ella Tilgenkamp

Mirjam de Blécourt (1964) is arbeidsrechtadvocate bij het internationale advocatenbureau Baker McKenzie. In het boek ’Vrijgevochten’ schrijft ze over haar weg naar de top.

Ze is al meermaals uitgeroepen tot beste vrouwelijke arbeidsrechtadvocaat van Europa en neemt binnenkort voor de VVD plaats in de Eerste Kamer. Haar boeiende levensverhaal is nu te lezen in het boek ’Vrijgevochten’. In dit boek legt Mirjam de Blécourt uit hoe ze aan de top kwam, hoe ze haar leven inrichtte als moeder van twee zonen en hoe ze uiteindelijk toch partner werd bij Baker McKenzie, een groot internationaal advocatenkantoor aan de Zuidas in Amsterdam.

Ook over de vele hindernissen die ze tegenkwam vertelt ze eerlijk. „Niet iedere vrouw wil graag aan de top komen, als je geen baan wil of parttime wil werken, dan is dat prima. Ik heb een zus die niet buitenshuis werkt en zij is daar heel gelukkig mee. Waar het mij om gaat is dat je als vrouw niet zou moeten worden tegengehouden als je wel naar die top wil. En dat gebeurt nog te vaak.”

De verhalen over haar jeugd lezen als de tienerjaren van Joop ter Heul, het personage uit de boeken van Cissy van Marxveldt. Onbezorgd en met veel gelach met vriendinnen komt Mirjam de Blécourt door haar tienerjaren heen. Of lijkt dat alleen maar zo? Ze lacht: „Nee, dat was echt zo. Ik had een heel fijne jeugd.”

Omzichtig

Moest ze eigenlijk erg omzichtig te werk gaan bij het schrijven van haar boek, vooral als het om haar werk bij Baker McKenzie gaat? „Nee”, klinkt het resoluut. „Dat heb ik niet gedaan. Ik heb natuurlijk wel tegen de voorzitter - een vrouw - gezegd dat ik dit boek ging schrijven en dat Baker erin voor zou komen, maar ze zei niets anders dan ’Oh, wat leuk’. Ik ben gewoon heel eerlijk geweest in mijn boek, heb ook geschreven dat ik aanvankelijk niet tot partner was gekozen, simpelweg omdat de anderen zo gewend waren om een man te kiezen. Ik heb het niet mooier gemaakt dan het is.”

Het algemene beeld van het leven van een topadvocaat is dat van een twintig-urige werkdag en geen sociaal leven. Klopt dat een beetje? „Nee, dat voel ik echt niet zo. Ik vind nog steeds dat ik een heel leuk leven heb in de advocatuur en ik heb mijn leven ook nooit als zwaar ervaren. Daarom heb ik ook wel getwijfeld of dit boek er moest komen. Meestal schrijven mensen toch een boek als ze de ruwe, moeilijke kanten van het leven hebben meegemaakt, omdat dit een boek vaak pas echt interessant maakt. En zo’n leven heb ik niet gehad, vind ik tenminste. Andere mensen die het boek hebben gelezen, zeiden wel tegen mij: ’Goh, je hebt toch echt wel wat dingen meegemaakt’. Maar ik ben iemand die in het leven het glas altijd halfvol ziet. Dat probeer ik anderen ook wel te leren, want het maakt je leven zoveel makkelijker. Dat ik niet erg stressgevoelig ben, helpt ook wel in dit leven. Dat is overigens iets wat ik mezelf aangeleerd heb. Ik blijf vrijwel altijd kalm en als ik toch enige stress voel opkomen, vind ik het belangrijk om dat uit te spreken. Dan zakt het eigenlijk al meteen af. Daarnaast helpt het ook altijd heel goed om jezelf af te vragen wat er nou het ergste is wat er kan gebeuren. Als je je dat realiseert, valt het vaak best mee. Natuurlijk ben ik niet altijd zorgeloos, maar het helpt wel om zo te denken. Bovendien heb ik een georganiseerd brein. Dat uit zich niet altijd in de aanblik van mijn bureau, maar dat heb ik wel.”

Wapenfeit

Een van de grootste wapenfeiten in haar werkende leven is dat ze als arbeidsrechtadvocate een eigen methode heeft ontwikkeld, die te boek staat als de ’De Blécourt-methode’. Als bij een fusie de werknemers van twee bedrijven samenkomen in een bedrijf en er ontslagen moeten vallen, is doorgaans het afspiegelingsbeginsel van toepassing. De werknemer die als laatste is binnengekomen in een bepaalde leeftijdsgroep, moet ook als eerste weer vertrekken als er ontslagen moeten vallen. Haar ’De Blécourt-methode’ kan alleen worden toegepast als er in het nieuwe bedrijf nieuwe functies worden gecreëerd. Iedereen kan dan solliciteren op die nieuwe functie en de beste wordt gekozen, of deze persoon nu lang of kort bij het bedrijf werkt.

Mirjam de Blécourt gaat door het glazen plafond
Mirjam de Blécourt.
© Foto Ella Tilgenkamp

„Ik was er heel trots op dat het lukte om die methode te ontwikkelen, vond het ook heel spannend om iets nieuws te creëren. Het is een mooie nalatenschap. Als hij op de juiste manier wordt gebruikt, kan deze methode niet misbruikt worden. Als het geen nieuwe functie betreft, blijft het afspiegelingsbeginsel van toepassing.”

Twee goede kennissen van haar, Christine Lagarde, directeur van het IMF, en econome Heleen Mees, hebben allebei internationaal behoorlijk negatief in de publiciteit gestaan door schandalen. Gebeurt het bij vrouwen aan de top vaker dan bij mannen dat ze in het openbaar onder vuur komen te liggen? „Nee, ik denk het niet. Als je nu naar de MeToo-situatie kijkt, krijgen mannen er toch ook behoorlijk zwaar van langs. Maar vroeger was dat zeker anders.”

Arbeidsrecht

Mirjam de Blécourt koos tijdens haar studie voor arbeidsrecht en niet voor bijvoorbeeld strafrecht. Waarom? „Strafrecht heeft me nooit aangesproken. Ik vind mensen straffen niet prettig. Ik geloof nog steeds niet dat een straf iemand tot een beter mens maakt. Arbeidsrecht heeft een mooie menselijke component. Mensen denken altijd aan massa-ontslagen, aan onrust, maar ik wil voor iedereen de beste oplossing bedenken, voor zowel werkgevers, doorgaans onze cliënten, als ook voor werknemers. Als er een sociaal plan moet worden opgesteld, moet dat goed zijn voor iedereen. Ik denk echt dat het voor werknemers prettig is om mij aan de andere kant van die tafel te hebben, omdat ik hun belangen ook in het oog houd.”

Wat ziet ze, terugkijkend op bijna dertig jaar in de advocatuur, als de belangrijkste ontwikkeling? „De computer”, klinkt het heel stellig. „Toen ik begon had je nog papieren archieven en tientallen dossiers op een karretje als je een zaak had. En ik moest op de fiets naar de rechtbank om een uitspraak uit een kist te halen. Nu gaat alles zo veel sneller, efficiënter en ook makkelijker. Het is echt absurd, wat dat heeft gedaan voor mijn werk. Wel moet je oppassen als mensen in al die efficiëntie van tegenwoordig snel antwoord willen op je vraag. Dan moet je zelf op de rem trappen en tijd vragen om na te denken. Ook daar geldt dus: hardop uitspreken wat je denkt en voelt. Dat is altijd beter.”

Heeft ze zin in de Eerste Kamer? „Jazeker. Het is ook goed te combineren met mijn werk bij Baker McKenzie.” En haar niet aflatende strijd voor meer vrouwen aan de top? „Die kan ik ook zeker voortzetten. Je zit dan toch dichter bij het vuur.”

Mirjam de Blécourt: ’Vrijgevochten’. Uitg. Prometheus, €19,99.