Werkstraf geëist na klap met bierglas in café in Den Burg

Den Burg

,,Nadat ik hard tegen de punt van een tafel werd geduwd, haalde ik in een reflex uit. Ik was alleen vergeten dat ik een bierglas in mijn handen had’’, stelde Texelaar D. de J. (26) dinsdagochtend in de rechtbank van Alkmaar.

Op 18 november 2017 liep een woordenwisseling tussen twee bezoekers van een café in Den Burg uit de hand. Volgens De J. werd hij al de hele avond lastig gevallen door het latere slachtoffer. Aanleiding daarvoor zou een verklaring zijn die De J. eerder bij de politie had afgelegd over de broer van de man, die een bekende drugsdealer op het eiland is. Daarover was De J. naar eigen zeggen al eerder aangesproken door de veroordeelde dealer en diens broers.

Het slachtoffer heeft een tegenovergestelde lezing. Hij stelt dat De J. hem hinderde in het horeca-etablissement. Tegen het einde van de avond escaleerde de situatie tussen de twee. De J. kreeg een duw van de man en belandde tegen de punt van een tafel. Onder invloed van alcohol (’circa acht biertjes’) verkocht hij de duwer direct daarop een klap in diens hals. Met een ’fluitje’ in zijn hand. Het bierglas ging in duigen. De man hield daaraan enkele lichte snijwonden en krassen in de hals over, alsmede een aantal wondjes op de linker oorschelp. Tevens moesten er stukjes glas uit zijn nek worden verwijderd.

De J. werd aanvankelijk poging tot doodslag ten laste gelegd. Dat achtte officier van justitie M. Hobbelink niet bewezen. Onder meer vanwege het feit dat hij er niet op uit is geweest om de duwer van het leven te beroven en de lichte verwondingen van het slachtoffer. Wel was ze ervan overtuigd dat De J. voorwaardelijke opzet kan worden verweten. ,,Hij heeft bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat letsel zou optreden bij het slaan op een gevaarlijke plek als de hals.’’ Voorts liet de officier meewegen dat De J. geen strafblad, verslaving of schulden heeft. ,,Ik ben een rustige jongen met werk en een woning’’, aldus de verdachte.

Voor de poging van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel hoorde De J. een werkstraf van 160 uur en een voorwaardelijke celstraf van een maand (proeftijd twee jaar) tegen zich eisen. De advocaat van De J., H. Verheyen, drong aan op een lagere straf. In zijn ogen is er sprake van een eenvoudige mishandeling. ,,En door die werkstraf kan mijn cliënt zijn werk als kok niet vervullen.’’ Uitspraak over twee weken.

Het laatste nieuws.