’Ik krijg weinig van de Tour mee, ben zó bezig met mijn eigen ding’. Wielrenner Yoeri Havik krijgt steeds meer zin om op de Spelen voor goud te gaan

Jan Willem van Schip en Yoeri Havik (rechts).
© Foto ANP VINCENT JANNINK

Diverse Noord-Hollandse sporters hopen deze zomer in Tokio hun opwachting te maken op de Olympische Spelen. Op verzoek van het Noordhollands Dagblad geven enkele van hen maandelijks een inkijkje in hun voorbereiding en gevoelens. In deze aflevering is het woord aan baanwielrenner Yoeri Havik.

,,Normaal volg ik de Tour de France op de voet. Maar de afgelopen twee weken zag ik er veel minder van dan normaal. We waren met de baanrenners op trainingskamp in Portugal en trainden twee keer op een dag, waarbij de middagsessies gelijk vielen met de finales van de Tour-etappes.

De etappe waarin Wout Poels in de aanval ging voor de bergpunten heb ik wel live zitten kijken. Ik houd ook Cees Bol in de gaten. En natuurlijk kreeg ik mee dat Bauke Mollema vorige week een mooie overwinning pakte en dat Wilco Kelderman goed meedoet in de top van het klassement. Leuk dat ik bij de wegwedstrijd die jongens de eerste honderd kilometer mag helpen en dat ze bewijzen dat ze er ook écht wat zoeken hebben en mee kunnen doen om de medailles. We zitten in een groepsapp voor info over Tokio, maar verder spreek ik de jongens niet zoveel. Dylan van Baarle af en toe via korte commentaartjes op Instagram.

Dat ik minder van de Tour meekrijg is geen probleem; ik ben nu zó met mijn eigen ding bezig. Met Jan-Willem van Schip, Amy Pieters en Kirsten Wild heb ik er net twee weken samen op zitten. Nu drie dagen thuis, al zitten daar ook twee dagen training in Apeldoorn bij. Om mijn vrouw ook nog even te zien, hebben we daar een kamer geboekt, want dinsdag vertrek ik weer en zit ik bijna drie weken in Tokio. In totaal ben ik dus vijf weken van huis.

Het was warm in Portugal. Goed om te wennen aan de temperaturen in Japan, maar een zomerse vakantie was het zeker niet. We sliepen in kamers boven de wielerbaan, ’in the middle of nowhere’. Uitzicht op de snelweg, geen dorpje, geen leuk koffietentje. De eerste dag dachten we allemaal wel: jeetje, wat is dit saai. Hoe houden we dit twaalf dagen uit? Maar na een week werd het eigenlijk heel relaxed. Trainen, eten, slapen, trainen, eten slapen, dat is het. Geen verplichtingen, je komt helemaal tot rust. En het is heel lekker dat het goed gaat. Bepaalde wattages en blokken, het lukt allemaal. Dan krijg ik wel steeds meer zin om straks op de baan voor het goud te gaan rijden.”

Net binnen