Het blocnote ligt nog net niet op schoot, maar ’lekker voetbal kijken’ zit er niet meer in voor Martijn Reuser. Zijn hoofd staat altijd ’aan’

Martijn Reuser: ’Als bondscoach heb ik dus écht verstand van.’
© Eigen foto

Elke dag bellen we met een bekende Nederlander om te vragen hoe het EK er voor hem of haar uitziet. Vandaag: Martijn Reuser, voormalig voetballer van onder meer Ajax en éénmalig international van Oranje.

Maakt Oranje zich op voor een interland dan telt Nederland zeventien miljoen bondscoaches. Of het nu gaat om het spelsysteem of de opstelling: iedereen heeft er een mening over. In tegenstelling tot de meesten van ons kan Martijn Reuser zeggen dat hij écht bondscoach is. ,,Dus heb ik er écht verstand van’’, zegt hij met een nog altijd onvervalst Amsterdams accent.

De voormalig voetballer van Ajax, Vitesse, Ipswich Town, Willem II, RKC, NAC én éénvoudig international is tegenwoordig assistent-bondscoach van Nederland onder 16 en bondscoach van Nederland onder 18.

Nee, vanwege die functies bekijkt hij de wedstrijden van Oranje niet met een blocnote op schoot. ,,Maar ik kijk wel anders’’, bekent hij. ,,Steeds meer vanuit het oogpunt van een trainer; naar de tactiek, de manier van spelen en waar er voor mij als trainer nog iets te halen valt. Soms vind ik het wel jammer dat mijn hoofd altijd ’aan’ staat tijdens een wedstrijd en ik probeer ’m af en toe ook eens ’uit’ te zetten om gewoon lekker naar een potje voetbal te kunnen kijken, maar dat is lastig.’’

Zeker tijdens het EK probeert hij dat. ,,De wedstrijd tegen Oostenrijk ga ik lekker thuis kijken, met mijn zoon. Dat vind ik heel leuk. Maar dit weekend heb ik een tweedaagse op Zeist met het nieuwe Oranje onder 18 en behalve dat we dan kennismaken met elkaar en gaan trainen, kijken we ’s avonds ook samen naar het Nederlands elftal. Daar zijn we tenslotte met z’n allen toch voor.’’

Als speler van Vitesse schopte Reuser het tot één interland, een oefenwedstrijd tegen Ghana. ,,Ik heb er een keer of vijf bijgezeten. Hartstikke mooi. Natuurlijk had ik liever vaker in Oranje gespeeld, maar ik zeg altijd maar dat er zo’n achthonderd mensen zijn die ooit international zijn geweest en daar ben ik er toch maar mooi één van. En je kunt dan beter één interland spelen dan twee: nu word je tenminste nog eens genoemd. Als coach heb ik inmiddels al wel meer caps op mijn naam staan. Hoeveel precies? Pfff...dat heb ik niet bijgehouden, maar een stuk meer dan als speler in ieder geval. En ooit hoop ik in mijn nieuwe rol weer bij het grote Oranje te komen.’’

Net binnen