Nieuwe Haven is grootste energievreter binnen de krijgsmacht; schepen nemen helft energieverbruik voor hun rekening

Schepen in de marinehaven slokken veel energie op.
© Foto Defensie
Den Helder

De marinehaven is de grootste energievreter binnen de krijgsmacht. Defensie heeft het verbruik van alle locaties in kaart gebracht en Den Helder staat op nummer 1. Aan de ene kant gaat er veel energie doorheen in de gebouwen op de Nieuwe Haven, maar de schepen in het water kunnen er ook wat van.

Op zich is de conclusie niet bevreemdend, want in tegenstelling tot de vele over het land verspreide kazernes van land- en luchtmacht is vrijwel de complete zeemacht gecentraliseerd in de Kop van Noord-Holland. Volgens marineblad Alle Hens gaat er in de Nieuwe Haven 100.000.000 Kwh doorheen. De helft daarvan wordt verbruikt in de gebouwen op het uitgestrekte terrein; de andere helft vloeit via de walstroom naar aan de kade liggende schepen.

Bijna drie jaar geleden maakte Defensie nog goede sier met een Europese vergelijking van militair energieverbruik. Bij een besparingsproef waar aan door krijgsmachten uit acht lidstaten van de EU werd deelgenomen bleek dat de Nederlandse marinehaven het best gescoord te hebben. In 2018 was sprake van een geldelijke besparing van 130.000 euro in Den Helder. Het resultaat was bereikt door een energiemanagementsysteem in negen gebouwen op de haven te plaatsen, en door een appel te doen op het personeel om beter op licht en verwarming te letten.

Complex

Bas Ruijer, een jonge marineofficier van de Technische Dienst, heeft een scriptieonderzoek gedaan naar onder meer het energieverbruik in de marinehaven. Defensie heeft in de Energiestrategie een duidelijk plan gemaakt om het vastgoed, de gebouwen energiezuiniger te maken. Die strategie geldt echter niet voor de schepen die de helft van het energieverbruik in de haven voor hun rekening nemen.

Alle Hens is benieuwd wat Ruijer ontdekt heeft: ,,Dat het complex is; heel complex. Vooropgesteld: er is geen schuldige. En dat maakt het nu juist zo lastig. Er is gewoon nog een hoop onwetendheid op dit gebied. We weten wat het totaalverbruik per jaar is van de schepen die aan de steiger liggen, maar specifiekere gegevens zijn er niet. Deze dienen handmatig bepaald te worden en daar wordt niet om gevraagd.”

Ruijer vervolgt: ,,We kunnen met z’n allen wel roepen dat er iets moet veranderen, maar zonder efficiënte methodiek om data uit te lezen, is er geen mogelijkheid om resultaten te meten en kan er niet gereageerd en gestuurd worden. Stel: schepen gaan over op ledverlichting, maar gaan ook onopgemerkt meer op missie. Dan zakt het totaalverbruik. Maar je weet niet of dat door de ledverlichting kwam of gewoon doordat ze veel weg waren.”

Net binnen