Premium

Eureka! Papiergeld

Leids papieren noodgeld uit 1574.
© Foto Rijksstudio

Nog maar vijftien procent van alle aankopen wordt cash afgerekend. Die dalende trend is er al jaren, maar door corona is die versneld. Toch was briefgeld ooit revolutionair. Al in de zevende eeuw werd er met papier betaald in China. Eigenlijk waren het ontvangstbewijzen die handelaren en kooplieden gebruikten bij transacties. Op die manier voorkwamen ze dat ze met grote hoeveelheden munten over straat moesten.

In Nederland werd papiergeld voor het eerst in 1573 gebruikt. In Leiden was tijdens de Spaanse beleg een tekort ontstaan aan echt muntgeld, waardoor de stad overging op noodmunten van papier. Zweden introduceerde in 1661 de eerste Europese bankbiljetten. Johan Palmstruch, een Zweedse bankier van Nederlandse komaf, was de uitgever. Deze kreditivsedlar stonden voor een bepaalde waarde, maar de bank van Palmstruch bracht veel meer biljetten in omloop dan er dekking was. Een enorme inflatie zorgde ervoor dat de biljetten niet meer konden worden ingewisseld, met wantrouwen onder burgers als gevolg. De Zweedse overheid verbood daarna het papiergeld.

Net binnen