Rubriek Grote Kerk: Rooms-katholieke bevolking eist haar rechten niet op

Epitaaf met opschrift: Adriaan van Coevenhoven, Geboren 3 Augstus 1738, Overleden 18 july1801. Eerste begiftiger van den Herformde Godsdienst alhier na het jaar 1798.
© Bron Studio Architectura

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

In 1798 bepaalde een nieuwe staatsregeling dat alle kerkelijke goederen aan de staat toekwamen. Aan gemeentebesturen werd opgedragen de kerken die na de katholieke periode in handen van de protestanten waren gekomen, terug te geven indien het aantal rooms-katholieken onder de bevolking groter was dan het aantal protestanten.

Beverwijk was nog steeds overwegend katholiek gebleven en de volkstelling wees uit dat deze groep hier wel eens aanspraak op kon maken.

Verwoesting

De gereformeerde gemeente pleitte in een brief meer recht op de kerk te hebben, omdat zij deze na de verwoesting in 1576 eigenhandig had opgebouwd. Bovendien waren de namen bekend van de personen en instanties die hierbij schenkingen hadden gedaan. Na een bestuurlijk voorstel voor schadeloosstelling aan de gereformeerde gemeente zag de rooms-katholieke bevolking toch af van het opeisen van haar recht.

De Grote Kerk bleef in eigendom van de protestantse bevolking.

De gereformeerde kerk verloor toen haar bevoorrechte positie. Een epitaaf (zie hierboven) in de oostgevel van de zuidbeuk herinnert aan deze omwenteling. Onder het bewind van Koning Lodewijk Napoleon (1806-1810) verkregen alle gelovigen die niet onder de protestanten vielen hun rechten terug.

De invoering van een nieuw belastingstelsel had grote impact op de economie. De buitenplaatsen waren inmiddels al verlaten en uit vrees voor belastingaanslagen hadden sommige eigenaren de huizen laten slopen. Heel Midden-Kennemerland vertoonde een stagnerend beeld. In heel het land en dus ook in Beverwijk brak een armoedige tijd aan die zeker tot het laatste kwart van de negentiende eeuw zou duren.

De gereformeerde kerk wordt Nederlands-hervormde kerk onder Koning Willem I. Daarover volgende week meer.