Grote Kerk in Beverwijk was stemlokaal bij de eerste democratische verkiezingen in ons land

Het schrijvershuisje van Betje Wolf en Aagje Deken met op de achtergrond de Grote Kerk.
Beverwijk

In de tweede helft van de 18e eeuw kwam er een tegenbeweging. Zij noemden zich patriotten en keerden zich tegen de regenten, de bestuurders, de rijke elite en het Oranje van stadhouder Willem de Vijfde.

Het woord belangenverstrengeling kenden we nog niet in die tijd en men speelde elkaar lucratieve baantjes toe. Ook de gereformeerde kerk verloor hierin aanzien en gezag omdat ook zij onderdeel was van deze elite. Men kan de patriotten zien als de voorloper van het democratiseringsproces dat in de 19e eeuw heeft plaatsgevonden.

Er was nog iets anders aan de hand met dit patriottisme. Zij legden de nadruk op het leven van de gewone mensen, de volksliedjes, de volksverhalen en de plaatselijke folklore. Dit wordt misschien wel het mooist gesymboliseerd door Betje Wolff en Aagje deken, die sympathiseerden met de patriotten.

Zij woonden in hofstede Lommerlust en schreven tussen 1782 en 1788 hun boeken in het Geldersche Huisje. Hun bekendste werk is de roman ’De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart’, waarin Sara de grenzen van haar vrijheid opzoekt. Alleen de naam al, Sara Burgerhart, hoe gewoon wil je het hebben. Ook dit was een tegenbeweging tegen die pruikentijd en de Franse etiquette.

Daarnaast zien we in Beverwijk dat de rijke kooplieden hun buitenplaatsen verlaten en velen zijn afgebroken. Het Wijkermeer werd steeds moeilijker bevaarbaar, de economie stagneerde en de armoede nam toe. In 1785 worden hier door de patriotten twee Burgersociëteiten (vrijkorpsen) opgericht. ’Eendracht en Vrijheid’ en ’Vrijheid en Vaderland’.

Zij vervingen de normale schutterij en hadden als doel bewapening van burgers voor het verzet tegen het Oranjegezinde leger. Zij oefenden bij slecht weer in de noordbeuk van de Grote Kerk. Na het binnenvallen van het Pruisische leger in 1787 kwam er een einde aan het Patriottische bewind en werd het Oranjehuis hersteld. Op last van de Staten van Holland (het toenmalige landsbestuur) werden alle vrijkorpsen, gewapende genootschappen, ontbonden.

Toen in 1795 de Fransen ons land binnentrokken met het motto ’vrijheid, gelijkheid en broederschap’, werden ze door de patriotten als bevrijders binnengehaald om een nieuwe orde te kunnen scheppen in een Bataafse republiek. In dat jaar 1795 werden voor het eerst democratische verkiezingen gehouden en wel in de Grote Kerk. Elke mannelijke inwoner van 21 plus mocht zijn stem uitbrengen op een kiesman.

Een groep van 5 kiesmannen gingen het stadsbestuur samenstellen. Dus een getrapte verkiezing. Zo werd het stadsbestuur van Beverwijk gevormd door de patriotten. Ook werd in 1795 in het gehele land een verbod op het voeren van familiewapens ingevoerd. In de Grote Kerk werden de rouwborden snel in veiligheid gebracht, maar na de opheffing van het verbod in 1806 bleek een deel verloren. Van de 42 wapenborden keerden er 26 terug. Op de zerken waren veel familiewapens verwijderd of onherstelbaar beschadigd.

Moet de Grote Kerk in 1798 weer worden teruggegeven aan de nog overwegend katholiek gebleven bevolking van Beverwijk? En waarom niet? Daarover volgende keer meer.

Net binnen