Jonge leerkrachten in het basisonderwijs gaan vaak ten onder aan burn-out

Astris van Schoonacker. ,,Als je die jonge leerkrachten al vanaf student af aan kent, komen hun ervaringen echt bij je binnen.’’
© F oto Hielco Kuipers

Ruim een kwart van de leerkrachten in het basisonderwijs kampt met gevoelens van stress, burn-out en uitputting. Ze zijn daarmee de zwaarst belaste beroepsgroep in Nederland. Vooral jonge basisschooldocenten blijken kwetsbaar. Astrid van Schoonacker schreef een roman over zo’n juf.

Lerarenopleider Astrid van Schoonacker-de Groot (48) van de Hogeschool Leiden kroop de afgelopen jaren in de huid van ’juf Jos’. Haar (eerste) roman, ’Houd moed juf Jos!’, kwam onlangs uit bij uitgeverij Aspekt.

In de loop van haar carrière heeft Van Schoonacker, die begon als opleider op pabo De la Salle aan de Glipperdreef in Heemstede, al heel wat studenten aan zich voorbij zien trekken. Met veel van hen hield ze na het afstuderen contact. Het viel haar op dat zo’n 20 procent van ’haar’ afgestudeerden binnen vijf jaar het basisonderwijs alweer verlieten en dat burn-out een serieus gespreksonderwerp onder hen was.

Uit nieuwsgierigheid verzamelde ze een groepje jonge leerkrachten om zich heen met wie ze regelmatig iets ging drinken op het terras van stadscafé Van der Werff in de Steenstraat in Leiden. ,Ik was wilde graag hun verhalen horen’’, zegt ze. ,,Als je ze kent, dan komen hun ervaringen met lesgeven en burn-out echt bij je binnen.’’ Die gesprekken vormden de basis van ’Houd moed juf Jos!’

Idealistisch

’Jos’, officieel Josefine de Leeuw, woont alleen in een huis aan het Spaarne in de binnenstad van Haarlem. Ze is een 27-jarige, lieve, idealistische juf die het graag goed wil doen. Ze heeft een vrolijke, drukke groep 8 op een multiculturele Haarlemse basisschool. Maar dat ’goed doen’ blijkt een balanceeract die ze niet kan volhouden. Het lijntje breekt als op een ochtend Durya ’ineens’ zonder hoofddoek naar school komt. ,,Ik heb haar een aai over haar zachte zwarte haar gegeven en gezegd dat ze prachtig haar had.’’

Die opmerking valt volstrekt verkeerd, blijkt ’s avonds als ze via de schoolapp reacties leest van boze ouders. Durya is in de klas voor ’hoer’ uitgemaakt en al snel ontstaat er ruzie tussen leerlingen en ouders die het daarmee eens zijn - of juist helemaal niet. ,,Na het lezen van de boze berichten had ik geen idee hoe ik hierop moest reageren. Ik was doodop.’’

Leerkrachten die aan een burn-out ten prooi vallen, hebben veel gemeen, ontdekte Van Schoonacker al denkend en schrijvend. Vaak gaat het om studenten die al wat studieachterstand hebben opgelopen en die zich vereerd voelen als schoolhoofden ze vragen om na een stage als invaller bij de school betrokken te blijven nog voordat zij zijn afgestudeerd. Echt lesgeven, in een echte klas, is een welkome afleiding die afleidt van de eigen worsteling. ,,Ze kunnen geen nee zeggen, want ze willen iedereen tevreden houden en ze zien ook echt de problemen op de school waar ze werken’’, zegt Van Schoonacker. Ze cijferen zichzelf weg, maar dat kan ertoe leiden dat sommige van die meesters en juffen wel tien jaar over hun studie doen.

Gepest

Opvallend vaak - ook juf Jos - blijken burn-outgevoelige leerkrachten in hun eigen basisschooljaren te zijn gepest. ,,Ze houden daar vaak een wat negatief zelfbeeld aan over. Ze willen het graag anders doen, en een schoolomgeving creëren waarin hun leerlingen niet hetzelfde overkomt als wat hen destijds is aangedaan. Het is prachtig dat zij willen terugkeren naar een omgeving waarin zij zelf niet gelukkig zijn geweest, maar dat geeft ze ook stress.’’

Eenmaal terug op school, blijkt dat jonge leerkrachten hun pestervaringen niet altijd goed hebben verwerkt. Dat is begrijpelijk, vindt Van Schoonacker. ,,Zulke ervaringen stop je liever weg.’’ Maar om goed op een school te kunnen functioneren, is het toch beter om eerst aan introspectie te doen en in het reine te komen met zulke ervaringen in het verleden.

Juf Jos komt terecht bij therapeut Yvonne Rosenhart, een vrouw met ’een vriendelijk gezicht, halflang bruin haar en een pony’. Ze doet haar ideeën aan de hand. Mindfulness. Meditatie. Loslaten. Leren zichzelf te accepteren zoals ze is. Haar eigen plan trekken en zich minder aantrekken van wat anderen van haar vinden. ,,Bedenk daarbij dat andere mensen jou nooit volledig kennen en dus niet zonder meer gelijk hebben met hun oordeel over jou’’, houdt Yvonne juf Jos voor.

Basisscholen, zegt Van Schoonacker, zijn veeleisende omgevingen. ,,Met dertig kinderen in een klas kun je het nooit helemaal goed doen.’’ In die klassen zitten ook leerlingen die vroeger naar het speciaal onderwijs gingen en die dus meer aandacht nodig hebben dan andere. ,,Het is niet zo gemakkelijk om alle kinderen tot hun recht te laten komen als je zo’n diverse klas hebt.’’ ’Curlingouders’, die succes voor hun kinderen opeisen, maken het leerkrachten soms ook moeilijk. Ontspannen leerkrachten accepteren dat niet alles lukt. Ze vieren hun successen en schuiven teleurstellingen en mislukkingen wat makkelijker van zich af. Juf Jos moet dat ook leren.

In de roman stuurt Van Schoonacker juf Jos als vrijwilliger naar Oerol op Terschelling. ,,Niemand kent haar daar en dus heeft ook niemand verwachtingen van haar.’’ Jos krijgt er drie weken lang de kans om de tips die haar therapeut haar aan de hand heeft gedaan in praktijk te brengen. ,,Ze kan in die omgeving wat makkelijker oefenen met haar nieuwe zelf.’’ Ze ontmoet er andere vrijwilligers, ontdekt de fotografie en ze ervaart op het eiland de vrijheid die strand, duin en creativiteit haar bieden. Ze vindt er zelfs liefde, de knappe kunstenaar Jelle Douwes, een jongen die is gezegend met een ’mooie, brede schouderpartij’.

Aan het eind van die vrijwilligerstijd is juf Jos inderdaad een ander mens. Vrijer, ontspannener en met Jelle als nieuw houvast. Toch laat Van Schoonacker het einde open. Jos heeft op Terschelling namelijk ook ontdekt dat ze goed kan fotograferen. Misschien kan ze ook wel als professioneel fotograaf verder. ,,De ervaring leert dat zij na een jaar of vier, vijf vaak terugvallen in oude patronen en toch weer kopje onder gaan.’’ Het einde voor juffen als Jos is niet altijd ’lang en gelukkig’ en daarom wilde Van Schoonacker haar roman ook niet zo laten eindigen. ,,Hoe het met juf Jos verder gaat, dat blijft de vraag.’’