Om van onderhoud af te zijn werden de kapellen van de Grote Kerk in Beverwijk dichtgemetseld

Deur van de kapel van Graafland.
© Bron: Studio Architectur
Beverwijk

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

Aan de oostgevel van het middenschip was een kapel gebouwd van het geslacht Reynst. Door vererving kwam de grafkelder in bezit van de in 1799 overleden Mr. Joan Graafland en zijn echtgenote Hester Hooft. Een nog aanwezig uit hout gesneden sierhek verschafte de toegang tot de kapel en kelder.

De grafkapellen werden door de kerk onderhouden. Behalve de van Harencarspelkapel, daar waren legaten geschonken met als doel het onderhoud van hun kapel te bekostigen. Zo werd in 1858, op voorstel van C. Sumphius, die met het onderhoud van de kapellen was belast, de Van Harencarspelkapel schoon gemaakt en hersteld.

Echter de kerkvoogdij vond het onderhoud van de andere kapellen een te zware last worden en stelde zich op het standpunt dat ze eigenlijk niet tot het kerkgebouw behoorden. Om van het onderhoud af te zijn besloten ze de kapellen met een halfsteensmuurtje dicht te metselen zodat ze buiten de kerk kwamen te liggen. Nadat hiervan melding werd gedaan in de dagbladen kwam er protest van de families Hogguer en Hoeufft van Velsen, de laatste als erfgenamen van het geslacht Corver en rechthebbende. Het gevolg was dat in 1871 de muurtjes werden weggebroken en de kapellen hersteld.

Waarschijnlijk was de kapel van het geslacht Hooft-Graafland zodanig vervallen dat zij werd gesloopt. Er was geen protest van nabestaanden binnengekomen dus dit muurtje kon blijven staan. In 1875 kocht de familie Sluyterman van Loo de inmiddels buiten de kerk liggende grafkelder voor een bedrag van 200 gulden.

Mr Willem Louis Sluyterman van Loo, vrederechter en later kantonrechter te Beverwijk werd in 1852 eigenaar van buitenplaats Akerendam. Drie van zijn dochters, Frederica Henrietta, Anna Hermina en Paulina Abigaël, bleven ongetrouwd en hielden na de dood van hun ouders Akerendam aan.

Zij besloten het huis na hun dood over te dragen aan een stichting die het moest bestemmen voor ’huisvesting en verpleging van ongehuwde vrouwen uit den beschaafden stand. Deze stichting bestaat nog steeds en tijdens het voorzitterschap van Mr Lamoraal Willem Sluyterman van Loo werd grond verworven naast Akerendam waarop tussen 1977 en 1988 het complex Nieuw Akerendam werd gerealiseerd.

Net binnen