Grafkapel Grote Kerk Beverwijk voor roemrijk geslacht Van Harencarspel

© Foto aangeleverd
1/2
Beverwijk

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is, maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

Aan de zuidgevel van de middenbeuk is in 1751 de grootste kapel gebouwd in opdracht van het geslacht Van Harencarspel.

Het is opvallend dat de kapel al vijf jaar voor het overlijden van de eerste Van Harencarspel werd opgericht. François van Harencarspel (1675-1756) werd in Amsterdam geboren als zoon van Mr. Jacob van Harencarspel en Renetta Clara Velters. Zijn vader was baljuw en dijkgraaf van Amstelland, zijn moeder was de dochter van één van de rijkste kooplieden uit de Gouden Eeuw, Abraham Velters.

De Schans

Hij trouwde met zijn volle nicht Anna Apollonia Loten. Hij bezat de in 1699 door zijn vader aangekochte buitenplaats De Schans. Deze buitenplaats was gelegen aan het einde van de Breestraat die ophield bij de hoek Peperstraat. Het echtpaar kreeg negen kinderen, waarvan er vier al op jeugdige leeftijd overleden.

De staatsschuld van de Republiek was door oorlogvoering tot ongekende hoogte gestegen. Om nieuwe geldbronnen aan te boren besloten de staten van Holland en West-Friesland een aantal plaatsen te koop aan te bieden. In 1730 kocht François van Harencarspel de ambachtsheerlijkheid van Beverwijk, Wijk aan Zee en Wijk aan Duin. Hij mocht zich ambachtsheer noemen en dat gaf hem een aantal bestuurlijke bevoegdheden, de zgn. lage heerlijke rechten. Deze bevoegdheden stonden regelmatig het functioneren van het stadsbestuur in de weg en leidden gemakkelijk tot conflicten.

Toen na het overlijden van zijn ongehuwde zoon Alexander in 1756 (hetzelfde jaar als zijn vader) zowel de hofstede de Schans als de ambachtsheerlijkheden Beverwijk, Wijk aan Duin en Wijk aan Zee door de erven te koop werden aangeboden, wilde de vroedschap Beverwijk kopen maar was daar wegens geldgebrek niet toe in staat. Het heeft tot 1834 geduurd voordat Beverwijk de rechten weer volledig had afgekocht.

Sarcofaag

In de grafkapel is boven op de kelder tegen de achterwand een zwart marmeren sarcofaag geplaatst. De kelder is afgesloten met een wit marmeren plaat verguld met metalen ringen. Aan de wanden zijn rouwborden met beschilderingen en verguld beeldhouwwerk gehangen. Twee van deze borden hangen aan de achterwand van het middenschip.

Hendrik Nicolaas Sautijn was de eerste echtgenoot van Susanna Jacoba van Harencarspel. Hij overleed op Akerendam. De buitenplaats had hij een jaar voor zijn overlijden in 1764 gekocht van Maria Margharetha Corver, weduwe van Mr. Nicolaas Geelvinck.

Rond 1870 ontstond er een probleem met het onderhoud van de grafkapellen. Het kerkbestuur bedacht daar een creatieve oplossing voor. Daarover volgende week meer.

Net binnen