Klok Grote Kerk Beverwijk werd door Duitsers gevorderd en keerde terug na 1945

De kerkklok in actie.
Beverwijk

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

In de toren bevindt zich een luidklok met een middellijn van 1,09 meter, in 1732 gegoten door Nicolaus Müller. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd deze klok door de Duitsers gevorderd, maar keerde na 1945 weer terug.

Op deze klok staat het volgende opschrift: ’mijn ijzre tong gebeukt op scel metalen kaken / roept elkeen tot syn pligt om God hier groot te maken’. De grootste klok met een middellijn van 5 voet (ca. 1,5 meter), eveneens gegoten door Müller, is helaas - waarschijnlijk uit geldgebrek - in 1804 verkocht.

De Wijkertoren heeft niet altijd een uurwerk gehad. Pas in 1728 verscheen er aan de zuidzijde en de oostzijde van de toren een wijzerplaat. Aan deze zijden woonden de meeste Beverwijkers. Onder de wijzerplaat was een Latijnse tekst te zien: ’Fugit Hora’, wat wil zeggen: „De tijd vliegt.” De tijd werd gelijk gezet om twaalf uur ’s middags als de zon precies in het zuiden stond. Er zat ergens in de toren een raampje waardoor de zon binnen viel op een afgetekende plaats. Het was dus overal in het land op een iets ander tijdstip twaalf uur.

Tot 1830 was het niet zo belangrijk als de torenklok in de ene stad een iets andere tijd aanwees dan in een andere stad. In 1830 reed de eerste trein met passagiers van Liverpool naar Manchester. Met het treinverkeer, de industrialisatie en later radio en televisie werd een zelfde tijd in het hele land steeds belangrijker.

Sinds 1798 is de gemeente Beverwijk eigenaar van de kerktoren, zoals voor alle gemeenten in ons land is bepaald. Na 1900 kreeg ook de noord- en westzijde een wijzerplaat. In de vroege morgen van 21 augustus 1912 sloeg de bliksem in en brandde de torenspits volledig af en viel het uurwerk naar beneden. Ook de klokkenstoel vatte vlam en de zware klok viel in het torenportaal. Deze bleef echter onbeschadigd.

Bij de herbouw van de spits werd gelijk de gehele toren gerestaureerd waarbij een nieuw uurwerk aan alle zijden werd geïnstalleerd. De wijzerplaten kregen een nieuwe plaats, niet meer in het muurwerk boven in de toren, maar in de torentrans.

Het herstel geschiedde onder de leiding van de heer de Bie (gemeenteopzichter) door acht timmerlieden. Hun loon bedroeg 27 cent per uur. Bij de herstelwerkzaamheden vond er op 26 augustus 1914 een dodelijk ongeval plaats. De 18 jarige Thomas Verveer viel van de bouwsteiger naar beneden en overleed ter plaatse.

Net binnen