Rouwborden in Grote Kerk Beverwijk als symbool van verbondenheid

Beverwijk

De geschiedenis van de Grote Kerk is verbonden met Beverwijk en haar bewoners. Hoe zeer dit het geval is maakt Jan Kramer duidelijk door wekelijks te vertellen hoe het de Grote Kerk door de eeuwen heen is vergaan.

De twee rouwborden (een hierbij afgebeeld) in de kerk staan wat mij betreft symbool voor de betere betrekkingen die er in de tweede helft van de 17e eeuw ontstonden tussen de verschillende geloofsgenootschappen.

Het linker rouwbord behoort aan Mr. Cornelis Tesman van Teylingen. Hij werd op 10 maart 1654 als pastoor te Beverwijk toegelaten, waar hij in 1681 overleed en onder een fraaie zerk op het hoofdkoor werd begraven. Natuurlijk, de kerk en het kerkhof waren een algemene begraafplaats, maar een plekje op het hoofdkoor en een rouwbord zegt toch wel iets.

Ook het bord ernaast toont iemand van rooms-katholieken huize. Het is Joncker Gerardus van Veen, overleden op 3 oktober 1685. Gerardus van Veen en zijn wat meer bekend gebleven broer Rochus waren kunstschilders van vogels en planten. Museum Kennemerland is in het bezit van een aquarel van Rochus van Veen.

Zoals eerder beschreven was de geloofsstrijd in de eerste helft van de 17e eeuw hevig, waarbij de gereformeerde kerk staatskerk werd en daarmee alle andere gezindten niet meer in het openbaar hun praktijk mochten uitoefenen. Niet dat de tweede helft van de 17e eeuw rustig verliep. We hebben het rampjaar 1672 met de moorden op Johan en Cornelis de Wit en de oorlogen met Frankrijk en Engeland. Maar goed, die waren niet religieus geïnspireerd.

In de tweede helft van die eeuw werd het in religieuze zin beter. De strijdbijlen werden begraven en er kon weer wat worden samengewerkt. De vraag is waardoor dat gebeurde. Legde iedereen zich neer bij de nieuwe situatie en schikte men zich in zijn lot? De katholieken creëerden zogenaamde schuilkerken en dat veronderstelt iets geheimzinnig en stiekems, maar iedereen wist van hun bestaan en ze werden doorgaans gedoogd.

Was het de handel die zo succesvol was in die jaren, die de mensen met elkaar verbond? Men zegt wel dat de handel slecht vijanden verdraagt, want daar valt niet aan te verdienen. Wederzijdse afhankelijkheid is vaak een verbindende factor.

Het orgel, het balgentrapsysteem en het verhaal van Anna Elisabeth Geelvinck komen volgende week aan de orde.

Net binnen