Premium

Het is vijf uur in de ochtend als er geluid komt van beneden. Instinctief schiet ik gelijk wakker. Mijn logé huilt bij de deur (column)

Logé moet midden in de nacht plassen.
© Foto Mediahuis

Om even voor vijf uur in de ochtend klinkt er zacht gehuil beneden. Het geluid is gedempt maar toch luid genoeg om mij te wekken uit mijn slaap. Instinctief schakel ik gelijk door naar alarmfase rood: inbrekers!? Ik zit rechtop in bed en luister nog eens goed. Zacht gehuil en gepiep. Geen inbrekers. Het is de logé die de geluiden maakt.

Ik stap uit bed en trek een T-shirt aan. Zodra de logé met haar feilloze gehoor mijn voetstappen hoort, klinkt er naast gejank ook het geschraap van nagels aan een deur. Snel ga ik naar beneden. Aan haar blik zie ik gelijk dat de nood hoog is. Hoe kan dat nu? Ze heeft bij onze ronde om half twaalf nog tweemaal geplast voordat we gingen slapen. Nu eerst maar snel handelen. M’n logé staat al voor de voordeur en kijkt me smekend aan. Instinctief wist zij dat ze me wakker moest maken om geen zooitje in de woonkamer te veroorzaken. Ik doe haar haar riem om - om te voorkomen dat ik straks de hele wijk moet afzoeken als ze er vandoor gaat - en stap op teenslippers en in mijn boxershort met haar naar buiten. Op het grasveldje voor ons huis gaat ze gelijk zitten. Terwijl er een jogger (om vijf uur ’s morgens? Mafkees!) passeert, plast ze alsof ze dagen niet buiten is geweest. Nu de ergste nood verholpen is trek ik haar weer naar binnen. Daar loopt ze gelijk door naar de achterdeur. Nog niet klaar dus. Ik zucht en loop naar boven om een broek te halen. We gaan een rondje om. Het was nodig. Mevrouw de logé moet nog drie plasjes doen voordat we weer naar binnen kunnen.

Net binnen